dinsdag 30 juni 2020

Wat een goed idee

De auto van Lewis Hamilton, de kampioen
Formule 1-races zijn autoraces waarbij degene die als eerste vertrekt ook als eerste aankomt. Daar is niks aan te doen. De auto's zijn te breed en de circuits te smal om te kunnen inhalen.
Daardoor is het erg saai om naar te kijken en mogelijk ook om te doen.
Dit weekeinde begint in Oostenrijk het nieuwe Formule 1-seizoen.
Ik had begrepen dat Lewis Hamilton, de kampioen, de tekst End racing op zijn auto had laten zetten. 

Wat een goed idee, dacht ik. En ook zo begrijpelijk (vanwege de saaiheid).
Maar ik had het verkeerd begrepen. De kampioen heeft niet End racing op zijn auto laten zetten, maar End racism.

O, wat kon A. heerlijk zoenen

Mooi omslag van het nieuwe album van Bob Dylan
In een praatprogramma op tv was die schrijver te zien die zo snel praat, kom.
Hij draagt een grote zwarte bril.
Hij doet aan tv-spelletjes mee.
Hij was bevriend met Herman Brood.
Hij bewonderde Herman Brood.
Hij schreef een boek over Herman Brood.
Een zoon van hem is ook vaak op tv. Hij praat ook snel en hij heeft ook een boek geschreven (hij was mogelijk ook bevriend met Herman Brood).
Enfin, die schrijver zei in het praatprogramma dat het nieuwe album van Bob Dylan de belangrijkste artistieke gebeurtenis van de 20-ste en de 21-ste eeuw was. 
Hoe zou het toch komen dat sommige mensen zo ver boven hun stand geprezen worden? 
Dit is een buitengewoon interessant vraagstuk en ik zal er daarom snel (binnen een weekje) op terugkomen. 

Ik ken Bob Dylan uit de kelder van de middelbare school (daar draaiden we soms zijn muziek).
De kelderraampjes waren afgeplakt, zodat er geen daglicht bij kon komen.
Er zaten gekleurde peertjes in de schemerlampen, geel en rood. Dat gaf een zwoel effect.
Op de grond lagen matrassen en er waren meisjes om mee te zoenen. O, wat kon A. heerlijk zoenen.
Over het belang van zoenen later meer.

vrijdag 26 juni 2020

U bent geen hond, meneer

Curzio Malaparte (1898-1957)
Empathie is inleving in het andere of de ander.
Steeds vaker hoor je de roep om empathie. Het lijkt wel alsof een uitgestorven vogel weer tot leven begint te komen.
"Empathie! Empathie!" roept hij vanaf een tak (van een boom).
En de ornithologen zijn verbaasd, want inderdaad was de vogel bijna uitgestorven.
Empathie is namelijk wezensvreemd aan de drie monotheïstische religies.
Zij kunnen het andere (of de ander) niet op waarde schatten. Zij hebben er geen zintuig voor. En zij hebben al zo weinig zintuigen.
In deel IV, hoofdstuk 7, van m'n wijsgerige hoofdwerk Het Niets, het Ene, het Vele en Alles¹ zal ik aandacht besteden aan het vraag- en waagstuk van de empathie, in samenhang met:
–  de natuur,
–  de metamorfose,
–  de muziek,
–  het pantheïsme,
–  het polytheïsme,
–  het monotheïsme, 
–  het zerotheïsme
–  de moraal en
–  het kapitalisme.
Later meer hierover. Nu eerst een voorbeeld van empathie uit de dagboeken van de Italiaans-Duitse schrijver Curzio Malaparte:

“Gisteravond, net aangekomen in dit logementje
in het sparrenbos boven Crans, heb ik de honden uit de buurt geroepen. Ik ben het terras op gelopen en ben gaan blaffen. Vanmorgen kwam de politie van Crans naar me toe met het verzoek niet meer ’s nachts te blaffen.
‘U bent geen hond, meneer.’
‘Ik mag graag ’s nachts met de honden mee blaffen. Ik
doe niks verkeerds.’
‘In Zwitserland doet men zulke dingen niet, meneer,
dat is tegen de regels.’
‘Ik zal het niet meer doen. Maar ik blijf niet in
Zwitserland. Ik ga terug naar Frankrijk. Daar mag je ’s nachts zoveel blaffen als je wilt.’
‘Dat trek ik niet in twijfel meneer, Frankrijk is een land
van lichte zeden.’
‘Wie ’s nachts blaft heeft nog geen lichte zeden
.’
‘Het begint met blaffen meneer, en het eindigt met bijten.
Zwitsers worden niet graag gebeten.’”² 

¹ Uitgeverij Opera Non Scripta, dd als de maan drij teuten heeft
² Dagboekaantekening uit het jaar 1948

woensdag 24 juni 2020

Over gebeurtenissen en herinneringen

De gebeurtenissen marcheren voort zonder om te kijken, voorwaarts mars! De herinneringen treuzelen erachteraan, voortdurend afgeleid door van alles en nog wat (een vlindertje, een bloemetje, Karel de Vijfde).
Daarom moeten de herinneringen af en toe een schop of een por krijgen, om niet al te ver achterop te raken.

dinsdag 23 juni 2020

Over maatvoering en timing

Ingang van het Wertheimpark
Gisteren is hier in Amsterdam de bouw begonnen van een nieuw monument ter herinnering aan de holocaust (er is ook zo'n monument in het Wertheimpark). 
Ik heb de tekeningen eens bekeken.
Het nieuwe monument is veel te groot voor de plek waar het komt te staan.
Anders gezegd: de plek is veel te krap voor het monument.
Er is een geheim verband tussen de grootte van een land en de grootte van de standbeelden en de monumenten in dat land.
Dat verband kent de architect mogelijk niet.

Hoeveel tijd moet er eigenlijk verstrijken tussen een gebeurtenis en de bouw van een monument ter herinnering aan die gebeurtenis?
Is daar een maat voor?
Kun je een monument te laat bouwen of te vroeg?
Ik denk dat hier onderscheid moet worden gemaakt tussen monumenten ter viering en monumenten ter betreuring van een gebeurtenis.

Om me tot de laatste categorie te beperken: het zou bijvoorbeeld niet goed zijn als er nu al een stedelijk monument in de stad Minneapolis verrees ter betreuring van de dood van George Floyd.
Het zou te gehaast zijn en haast is niet eerbiedig.
Daarom lopen mannen altijd langzaam met de kist op hun schouders naar het graf en niet op een holletje (een monument is in zekere zin een graf voor een gebeurtenis).

zondag 21 juni 2020

Waar de koning van het absurdisme de pasta carbonara haalt

Uit de film About Endlessness van Roy Andersson
Gisteren stond in de krant  een interview met Roy Andersson, de koning van het absurdisme (zo stond het in de krant, en zo neem ik het hier maar even over, hoewel ik Roy Andersson niet ken).
Hij woont in Stockholm.
Hem werd gevraagd naar zijn favoriete maaltijd en hij antwoordde: "Pasta carbonara."¹
Bij hem in de buurt, in Stockholm, is een Italiaans restaurant dat Meno Male heet. Volgens hem betekent dit "Het Kon Erger".
Maar U.M. zegt dat het "Gelukkig Maar" betekent.
Ik denk dat U.M. gelijk heeft.
Enfin, daar haalt de koning van het absurdisme zijn pasta carbonara.

¹ Dat is ook het lievelingsgerecht van Z. (15)

zaterdag 20 juni 2020

De Ierse taal klinkt als iets dat ronddraait

Muziekdoos
Er zijn er die een paar keer per maand met een vliegtuig van Ryanair van Amsterdam naar het zonnige eiland Ibiza vliegen om daar koffie te drinken op een terrasje.
Dit belast het milieu en kost maar negen euro. 
Dat is veel te goedkoop, zeggen twee Nederlandse parlementsleden waarvan er een Paternotte heet van achteren. Hij en die andere willen het maar liefst vier keer zo duur maken zodat het belasten van het milieu een luxe wordt.
Wanneer is het woord "milieu" eigenlijk in de plaats gekomen van mooie woorden zoals lucht, water, aarde, natuur, rivier, zee, bos, plant, dier, vis?
De topman van Ryanair, die een Ier is, wil het belasten van het milieu juist goedkoop houden. Hij was eergisteren op tv om Nederland uit te schelden voor Noord-Korea. 

Ik zou wel graag een hekel aan die topman willen hebben, maar het is moeilijk voor me. 
Wat een mooie Ierse tongval heeft hij. 
De Ierse taal klinkt als iets dat ronddraait (een bromtol, een muziekdoos). 
De Ierse taal behoort tot de natuur.

donderdag 18 juni 2020

maandag 15 juni 2020

Je moet het leven niet begrijpen

1.
Ik stond in de tabakswinkel. Ik was nog niet gestopt met roken.
De verkoopster stond op een hoge ladder met haar rug naar me toe. Ze was iets aan het doen, ik kon niet goed zien wat.

"Goedemiddag," riep ze vanuit de hoogte.

"Goedemiddag," riep ik terug. "Een pakje Kent graag."

"Ah," zei ze, "jij bent het."

"Inderdaad," zei ik, "ik ben het."

Ze strekte zich om het pakje Kent te pakken. Ze kon er maar net bij met haar vingertoppen. Ze gooide het pakje naar me toe vanaf haar hoge positie op de ladder.

"Alsjeblieft," zei ze, "en betaal de volgende keer maar, ik kan nu niet naar beneden komen."

2.
Iemand vertelde me over de kunstenaar Bas Jan Ader.
In 1975 voer hij in een klein bootje vanaf Cape Cod aan de Amerikaanse Oostkust de Atlantische oceaan op.
¹
Hij was toen 33 jaar.
Het bootje spoelde tien maanden later aan op de Ierse kust zonder Bas Jan Ader erin.
Men sprak van een kunstwerk, zelfs van een groots kunstwerk.

Is de kunstenaar onderweg uit het bootje gevallen? 
Of is de kunstenaar onderweg overgestapt op een zeewaardig schip dat hem elders aan land bracht?
In dat laatste geval zou je kunnen spreken van een kunstwerk (een verdwijnkunstwerk)
.

3.
De berichten op Eeuwige Bouillon zijn kleine steentjes van een mozaïek dat ik in de toekomst (in Italië) ga leggen.
 

4.
Agape
betekent: zelfopofferende liefde of liefdevolle overgave.
In de christelijke agape vallen zelfopoffering en zelfverwerkelijking samen.
In de agape verdwijnt de vraag naar de zin van het leven en precies in die verdwijning ligt het antwoord.
Dienstbaarheid dus als de hoogste vorm van vrijheid, ja, als de volmaakte vrijheid.
²

5.
's Morgens zijn m'n tenen langer dan 's avonds (in niet-spreekwoordelijke zin).
 

6.
Steeds vaker wordt me de volgende vraag gesteld: "Waar gaat jouw wijsgerige hoofdwerk Het Niets, het Ene, het Vele en Alles eigenlijk over?"
 

7.
Een van de vele plannen van Julius Caesar was een verkeersregeling voor Rome. In teruggevonden aantekeningen van hem staat te lezen: "Overdag geen zwaar vrachtvervoer in Rome, tenzij voor tempelbouw of herstelwerkzaamheden, of voor het verwijderen van sloopafval."³

8.
De woorden die je zegt komen op twee manieren terug in je eigen oor: binnendoor én buitenlangs. Spreken is een soort vliegwiel (je kunt beter zwijgen). 

9.
Rainer Maria Rilke in 1898: "Du mußt das Leben nicht verstehen."

¹ Dat bootje had hij de Guppie 13 gedoopt.
²
Uit: P. Bekkers, Psychopathologie van het monotheïsme, uitgeverij Opera Non Scripta, d.d. toen de regenwurmen blaften
³ Uit: Mary Beard, SPQR, een geschiedenis van het Romeinse Rijk, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2018

zaterdag 13 juni 2020

Het hoofd moet worden aangepast

Bronzen maquette van het standbeeld van Churchill
door de beeldhouwer

Op Parliament Square in Londen staat een stand-beeld van Winston Churchill. 
Om het standbeeld heen is gisteren een houten doos
 getimmerd.
Dit is gedaan om het standbeeld te beveiligen tegen onlusten.
Het standbeeld werd gemaakt door de beeldhouwer Ivor Robert-Jones. Hij kreeg de opdracht om het te maken in 1971.
Op een dag  kwam de  standbeeldcommissie op bezoek in zijn atelier om het beeld-in-wording te inspecteren. De commissie rapporteerde: "Het hoofd moet worden aangepast want het lijkt op Mussolini."

Het standbeeld staat op een plek die Churchill zelf heeft aangewezen.
Het is zes meter hoog.
Het toont Winston Churchill in een militaire overjas, leunend op de wandelstok waarmee hij de plek had aangewezen. 
Tijdens protesten in het jaar 2000 werd er een strook groen gras bovenop het standbeeldhoofd gelegd, waardoor het leek of Churchill een punkkapsel had.
Er wordt gezegd dat koningin Elizabeth in de lach schoot toen ze Churchill zo zag.

donderdag 11 juni 2020

De wind van een voorbijsuizende vuist

In het ziekenhuis (ik)
Gisteren was ik voor een kleine ingreep in het ziekenhuis.
Naast me op de kamer lag een oude bokser.
Hij was een grappenmaker.
Hij zei: "Ik was zo sterk, als ik je een soejang gaf en ik miste, dan had je altijd nog een longontsteking door de wind."
De wind die werd veroorzaakt door zijn voorbijsuizende vuist, bedoelde hij. 

Door het grote raam van onze kamer zagen we een betoverende gouden zonsondergang en we aten bami met kipsaté en kroepoek.

Mooi paradoxaal uitgedrukt, Paolo

Beeldmerk van Paolo Giordano's uitgever Einaudi
met struisvogel en "De geest verteert de hardste
dingen" (Spiritus durissima coovit)
P. gaf me een geschrift van Paolo Giordano over de coronacrisis, getiteld In tijden van besmetting.
P.
woont aan de overkant van het water.
Paolo Giordano schrijft: "Door de epidemie zijn we weer nauw verweven met anderen en moeten we weer rekening houden met hun aanwezigheid: in tijden van besmetting en afstand worden we weer één organisme, één gemeenschap." 

Mooi paradoxaal uitgedrukt, Paolo!

maandag 8 juni 2020

Marcus Tullius Cicero was geen raket

Niet Cicero
Ik ben begonnen in het boek SPQR, de geschiedenis van het Romeinse Rijk
door Mary Beard waar ik al eerder over schreef.¹
Ik zou er pas morgen in beginnen, maar ik kon niet langer wachten.
Ik heb de eerste honderd pagina's gelezen en Mary gaat zeer scherp te werk met Ockhams scheermes.

Maar ze hanteert zoals vrijwel iedereen de christelijke jaartelling, en dat noemen wij historici een anachronisme.
Om een voorbeeld te geven: Marcus Tullius Cicero wordt in haar boek geboren in het jaar 106 en hij sterft in het jaar 43.

Zo telden de Romeinen natuurlijk niet. Zo – omgekeerd – tel je bij de start van een race of bij de lancering van een raket. En Marcus Tullius Cicero was geen raket.
Je denkt toch niet dat de Romeinen aftelden naar de geboorte van Jezus (als ze al telden)?
Ze wisten niet dat er in de toekomst een Jezus geboren zou worden.
En als ze het al wisten, denk je dan dat ze hun jaartelling eraan hadden aangepast?

In werkelijkheid begon de Romeinse jaartelling bij de stichting van de stad Rome (Ab Urbe Condita, afgekort AUC).
Dat was hun begin. 
Dat was Europa's begin.
Vanaf dat jaar gerekend leefde Marcus Tullius Cicero niet van 106 tot 43 maar van 647 tot 710 en dat klinkt toch veel normaler.

Het is jammer dat Europa, toen het na ongeveer duizend zeer donkere jaren (Dark Ages) haar oorsprong herontdekte, niet meteen weer de Romeinse (of Griekse) jaartelling invoerde.
Het kan altijd nog.
Het wordt ook tijd, trouwens.
Door de christelijke jaartelling lijkt het net of de Europese geschiedenis pas 753 jaar na de stichting van Rome (en nog veel langer na de stichting van Athene) begon.
Dat kan toch niet langer zo, lijkt me. 


¹ SPQR is de afkorting van Senatus Populusque Romanus (de senaat en het volk van Rome). 

zondag 7 juni 2020

Het prachtige oker leek wel wit

De zon op het dekbed
M. (47) had voedsel bereid, maar ze diende het te heet op, waardoor we het niet goed proefden.
Pas toen het was afgekoeld konden we het goed proeven. 

Misschien, dacht ik, is er voor elke smaak een ideale temperatuur.
En iets dergelijks geldt misschien voor kleuren.
Vanmorgen viel er door de gordijnen van de slaapkamer een felle streep zonlicht op het bed en het prachtige oker van het dekbed leek wel wit!
Misschien, dacht ik, heeft te veel licht hetzelfde effect op een kleur als een te hoge temperatuur op voedsel en is er voor elke kleur een ideale hoeveelheid licht.
Ach wat, natuurlijk is dat zo.

Het grasexperiment is mislukt

De letter K van mijn sjabloon

Het grasexperiment is mislukt.
Dit was het experiment
: ik had uit een reusachtig stuk plastic het woord lekker geknipt in hoofdletters.
Ik legde het aldus ontstane reusachtige sjabloon elke avond op een van droogheid geel en stoffig geworden grasveld hier in de buurt en goot met de gieter veel water op de plaatsen waar de letters uit het plastic waren gesneden zodat daar een woord
van gras – het woord lekker – ging groeien. 
Ik had aan A. gevraagd welk woord hem geschikt leek voor mijn experiment en hij verplaatste zich in het gras. Hij vroeg zich af wat het gras zou zeggen als het dagelijks al dat heerlijke water van mij kreeg. Het gras, dacht hij, zou zeggen: "Lekker." 
Dit was ik met hem eens. Aan het eind van elke kurkdroge dag gaf ik de grasletters water. M. (47) hielp me bij het precies op de goeie plek leggen van het sjabloon.
En het gras, dat woord ging worden, groeide. Het gras werd lang en groen en sappig. Maar in de nacht van dag 4 op dag 5 begon het te regenen, waardoor het omringende gras ook lang en groen en sappig werd. En nu regent het nog steeds en is er van mijn woord van gras niets meer te zien. 

Bij een volgende droogteperiode ga ik het opnieuw proberen.

Grasexperiment dag 8, zondag 7 juni 11.15 uur


Grasexperiment dag 7, zaterdag 6 juni 14.00 uur


Grasexperiment dag 5, donderdag 4 juni 14.30 uur

vrijdag 5 juni 2020

Stap over onze zielen

Velimir Chlebnikov (1885-1922)
"Praat, praatzuchtige! Wij luisteren. Wij zijn de vloer, stap over onze zielen. Dappere zwalker!"


 

 

 

 


Velimir Chlebnikov

donderdag 4 juni 2020

Droegen de Grieken en Romeinen ook al sokken?

SPQR op een munt
1.
Op 23 mei schreef ik over nieuwe sokken. Ik schreef dat ik niet eerder zulke mooie sokken had gedragen.
“En mijn sokken dan?” vroeg U., met wie ik wekelijks tennis.
Ze heeft gelijk.
Ze heeft een keer een paar wollen sokken voor me gebreid. Dat waren inderdaad hele mooie sokken en ze prikten niet. Ik was ze helemaal vergeten, waarvoor excuus.
Droegen de Grieken en de Romeinen ook al sokken? 

2.
U. is behalve een tennisster ook een classica (ze heeft Latijn en Grieks gestudeerd). Ze gaf me een interessant artikel over Catullus. Ik ga het vanavond lezen. Het is geschreven door iemand die een woordenboek van ontuchtige taal heeft samengesteld.
Ik heb U. gevraagd of ze de vijf strooien Godsbewijzen van Thomas van Aquino wilde lezen en dat heeft ze gedaan. Ze las de tekst niet in het Nederlands maar in het Latijn.
Ze noemde het middeleeuwse Latijn van Thomas “kinderlijk en aandoenlijk” en ze zei dat het Latijn eigenlijk ongeschikt is voor filosofie en theologie .
“Daar klaagden Lucretius en Cicero al over. De Romeinen waren geen denkers, maar doeners en makers.
Een beetje zoals de Amerikanen." 

4.
Het is niet vreemd dat het Latijn ongeschikt is voor monotheïstische theologie. De Romeinen waren polytheïsten net als de Grieken. Misschien had het christendom beter kunnen kiezen voor het Hebreeuws of het Arabisch om zich in uit te drukken (om in te denken en te schrijven).
Dat zijn immers de talen die het monotheïsme (het absolutisme) baarden.
Dat zijn de talen, de klanken, de geluiden van het Ene en Enige.
Grieks en Latijn zijn de talen van het Vele, van de vele goden en de vele stemmen.

4.
Op aanraden van U. heb ik het boek SPQR van Mary Beard besteld, de beroemde Britse classica.
Het is een geschiedenis van Rome.
Het  bestrijkt 1000 jaar en dat in 500 pagina’s.
De Daily Mail schreef over het boek: "Als Mary Beard de Romeinen toen had bijgestaan, hadden ze hun rijk nu nog gehad." Morgen komt het met de post en dinsdag begin ik met lezen.
Iemand zei tegen me: “Wat schrijf je veel.”
Inderdaad, er blijft bijna geen tijd meer over voor iets leuks.
Maar hierover een andere keer.

woensdag 3 juni 2020

Grasexperiment dag 4, woendag 3 juni 13.15 uur


Zo lichtvoetig als iets dat weinig weegt

Takken van een niet omgevallen eik
Op het bospad liep een vader met z'n dochtertje. De vader had een mooie volle zwarte baard.
Het was werkelijk een prachtbaard.
Het meisje droeg een bloemetjesjurk en dribbelde energiek naast haar vader mee, zo lichtvoetig als iets dat weinig weegt en zo verstrooid als een jong dier.
De vader liep langzaam zodat het meisje hem goed kon bijbenen.
Ze waren aan het kletsen. Vooral het kleintje was aan het kletsen. Wat een kletskous.

Een eind verderop, precies op hun pad, lag een reusachtige omgevallen boom, een eik vermoed ik. De eik lag daar pontificaal midden op het pad.
De vader liep mopperend om het obstakel heen, waarbij hij z'n dikke buik inhield. Maar het kleintje klom erin, hoger en hoger, of hoe zeg je dat bij een omgevallen boom.

maandag 1 juni 2020

Twee vrouwen liepen naar de Verbindingsdam

Zonsopkomst boven het IJ
Twee vrouwen liepen naar de Verbindingsdam om naar de zonsopkomst boven het IJ te kijken. 
Een man met een normaal postuur liep ook naar de Verbindingsdam. 
Hij droeg een blauwe trui en rende er vandoor in onbekende richting. 
De andere vrouw bleef ongedeerd.

zondag 31 mei 2020

De nieuwe stad van het lachende water

Opstand in Minneapolis na de dood van George Floyd
In het programma Nieuwsuur was een nogal eenzelvige jongen aan het woord. Hij zei achtereenvolgens: 
– "Er valt geen eer te behalen aan het platbranden van je stad";
– "Je kunt onmogelijk trots zijn op het plunderen van plaatselijke winkels die zijn geworteld in een bepaalde wijk";
– "Als je om je gemeenschap geeft dan moet je hiermee stoppen." 
De jongen was de burgemeester van de stad Minneapolis, waar George Floyd werd vermoord. Zijn ongevleugelde woorden waren gericht aan de opstandelingen in zijn stad.
Minneapolis is genoemd naar Minnehaha, het vriendinnetje van Hiawatha uit Henry Longfellows gedicht The Song of Hiawatha.
Minnehaha betekent lachend water. Dit is het Sioux-woord voor waterval.
En nea van nieuw en polis van stad.

zaterdag 30 mei 2020

Dagelijks botsen de woorden tegen elkaar

 Il Postino

Octavio Paz schrijft in De boog en de lier: "De constante productie van beelden en van ritmische vormen getuigt van de poëtische aard van de gesproken taal. Dagelijks botsen de woorden tegen elkaar en geven metalen vonken af of vormen oplichtende paren. Alle dagen verschijnen er aan de oppervlakte van het idioom woorden en zinnen, met druppels van vochtigheid en stilte nog op hun huid. Op hetzelfde moment verdwijnen er andere. Het is een enorme, voortdurend bewegende massa, die onophoudelijk voortbrengt, dronken van zichzelf." 
Mooi gezegd, Octavio!
 

Een scène uit Il Postino (over "metafore")

donderdag 28 mei 2020

Over oppervlakte en eeuwigheid

Italo Calvino schrijft: "Het leven aan de oppervlakte is rijk en gevarieerd. De oppervlakte is onuitput-telijk."
Mooi geschreven, Italo!
Het gaat vermoedelijk nog eeuwen duren voordat wij ons comfortabeler voelen aan de oppervlakte dan in de diepte.
Over de eeuwigheid gesproken: het is niet ondenkbaar dat die is uitgevonden door de onwil tot vergeving en de bijbehorende wraakzucht. 
Omgekeerd zou de vergevingsgezindheid wel eens de uitvinder kunnen zijn van het ogenblik en het feest. 

woensdag 27 mei 2020

Maar natuurlijk

Mijn familiewapen
Ik raakte in gesprek met iemand die naast me op een bankje aan de kade zat. Hij zat
op de ene hoek en ik zat op de andere hoek.
Hij liet me een ring zien die
om een van zijn tien vingers zat.
"Familiewapen," sprak hij.
En nadat hij verteld had wat er allemaal te zien was op het familiewapen, vroeg hij: 
"Heeft u ook een familiewapen?"
"Maar natuurlijk."
Op de afbeelding zie je ons familiewapen. Rechts onderin zie je de kleur sienna¹ met de witte golfjes van de IJssel en het IJ, links onderin de kleur geel² met een paar frommelige bloemen van een clematis, bovenin de kleur lichtblauw³ met Kairos, de Griekse god van het juiste moment. 

¹ Aarde

² Vuur
(zon)
³ Water, lucht

zondag 24 mei 2020

Mijn dier is een hond

Mijn dier is een hond met zwarte krullen die vroeger bij mij en mijn familie in huis woonde. Hij was geboren en getogen in de provinciestad waar we woonden en hij kende er goed de weg.
Hij ging 's morgens vroeg de deur uit, en pas 's avonds laat kwam hij weer terug. Hij had zijn eigen leven. We hoefden hem niet uit te laten aan een riem en we hoefden maar zelden eten voor hem te kopen. Daar zorgde hij allemaal zelf voor. We hoefden alleen maar de deur voor hem te openen om hem naar buiten en weer naar binnen te laten. Als hij zeer laat thuis kwam en iedereen al sliep, dan blafte hij twee keer zachtjes om niemand wakker te maken, behalve uiteraard degene die de deur moest opendoen.
We zagen hem vaak in z'n eentje in de stad lopen. Net als alle honden die geen rashonden zijn, wist hij wat het betekende als een stoplicht op rood stond en dus stak hij pas over als het licht op groen was gesprongen, op weg naar deze of gene, bijvoorbeeld naar de slager. Hij ging daar in de rij staan voor worst. Hij sloot achter aan in de rij en hij kroop niet voor, zoals sommige ongeduldige mensen wel eens doen. Als hij aan de beurt was, gooide de slager hem een plakje worst toe. Hij ving het op uit de lucht. Hij kon hoog springen. Ze mochten elkaar graag, de slager en hij. Ook oude vrouwtjes waren dol op hem. Van de een kreeg hij een plakje salami of ham, van de ander een bokkepoot of een ulevel (ook wel polkabrok genoemd volgens een vage kennis van m'n zusje), weer een ander vertroetelde hem op allerlei manieren, bijvoorbeeld door hem in bad te stoppen waardoor hij soms heerlijk geurde.
Hij vond het prettig om alleen te zijn, maar hij vond het niet prettig om alleen in ons huis te zijn. Dan ging hij huilen, zoals een wolf. Hij heeft nooit geweten hoe het voelt om een riem te hebben, ook zoals een wolf.
Op een avond kwam hij niet thuis. De volgende avond ook niet, en alle avonden daarna ook niet. Maar hij was niet dood, want de slager en de oude vrouwtjes zagen hem nog elke dag, zeiden ze.

Aantekening: Ik vertelde toch dat ik de eer had om samen met Koos van Zomeren in hetzelfde tijdschrift te staan? Wel, ik wilde hier Koos van Zomerens mooie verhaal over zijn dove hond publiceren, maar bij nader inzien weet ik niet of dat wel mag, dus publiceer ik maar mijn eigen hondenverhaal van toen (Raster, 1999).

Volgend jaar krijgen we een nieuwe veerpont

Volgend jaar komt er een nieuwe veerpont voor voetgangers en fietsers.
Hij zal heen en weer gaan varen tussen het eiland Sporenburg en het Zeeburgereiland.
De afstand die de nieuwe pont moet afleggen vanaf het ideale vertrekpunt op de kop van Sporenburg naar de overkant is ongeveer 300 meter. 

Ik heb uitgerekend of de nieuwe veerpont zo ontworpen kan worden dat je er gewoon op kunt doorfietsen terwijl hij naar de overkant vaart, dus zonder af te stappen.
Ik ging bij mijn berekeningen uit van een gemiddelde fietssnelheid van 12 kilometer per uur.
Een pont met
een lengte van 20 meter moet dan met een snelheid van ongeveer 180 kilometer per uur naar de overkant racen.¹
Een pont die 20 kilometer per uur vaart moet dan ongeveer 180 meter lang zijn.
²
In beide gevallen moet de pont meteen vertrekken zodra je erop bent gefietst, dus zonder een seconde vertraging.
Niks moet.

Tussenoplossingen zijn mogelijk (snelheid en lengte van de denkbeeldige pont zijn omgekeerd evenredig), maar het blijft in alle gevallen praktisch onuitvoerbaar.
Een andere mogelijkheid is dat de pont een varende rotonde wordt waarop je rondjes kunt blijven fietsen tot je aan de overkant bent.


¹ 20 meter is de lengte van een kleinere Amsterdamse pont
² 20 km/h is de maximum snelheid van een Amsterdamse pont

zaterdag 23 mei 2020

Zo'n vraag moet je eigenlijk niet stellen

J.H. Donner

Iemand vroeg me welk Nederlandse boek ik "echt heel goed" vind. 
Wat is dat nou voor een vraag?
"De Koning van J.H. Donner," zei ik maar.
Er is ook een schrijver die ik erg goed vind zonder ooit een boek van hem gelezen te hebben, namelijk Koos van Zomeren.
Een keer heb ik met Koos van Zomeren in hetzelfde tijdschrift gestaan, wat me tot eer strekte vond ik. Het tijdschrift had ons uitgenodigd om over een dier te schrijven. Hij en ik schreven allebei over een hond. Ik zal het tijdschrift eens opzoeken, ik heb het nog wel ergens liggen in het bergmassief dat M. ons archief noemt. En Gert Ligterink vind ik ook goed. Hij schrijft in de krant over schaken. Ik koop speciaal voor zijn schaakstukjes op zaterdag de krant. Maar dat is geen boek. En Eva Gerlachs dichtbundel Verder geen leed mag ik ook niet vergeten te noemen. En Momentums laadklep van Jér
ôme Gommers ook niet, met daarin de regel:

Alles was weer mogelijk, het kon en kon en kon

O, en De simulatie van de schepping van Nachoem Wijnberg ook niet, met daarin het gedicht:

Jouw mannequins lopen misschien
als gazelles maar mijn mannequins
lopen als bisons. En het podium dreunt.
En de fotografen drukken elkaar in paniek
naar achteren terwijl zij proberen weg te
                                                             stappen 
als mijn kudde met nauwelijks schuddende
en met bont verzwaarde hoofden langskomt.

Zie je nou wat een moeilijke vraag zo'n vraag is! Zo'n vraag moet je eigenlijk niet stellen. En je kunt hem beter ook niet beantwoorden. 
Iets anders: ik heb prachtige nieuwe sokken. M. heeft ze voor me gekocht. Ik draag ze met veel plezier en als ze soms even tussen oude schoen en kosmopolitische broek tevoorschijn piepen, dan zijn ze een lust voor het oog, zowel van kleur, van stof als van weefsel (patroon). Ik durf wel te zeggen dat ik nimmer zulke mooie sokken droeg.