Posts tonen met het label Zeven dagen in Normandië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zeven dagen in Normandië. Alle posts tonen

donderdag 10 september 2020

De dag van vertrek is een mooie dag

De kathedraal van Rouen
Vandaag gaan we naar huis.
Het is leuk om thuis te zijn.
Thuis is van alles te doen, bijvoorbeeld naar de supermarkt gaan of naar een eiland verderop.
Of langs de oude kades van het Oostelijk Havengebied lopen.
Of de pont nemen naar de overkant van het IJ, waar J. woont (en er woont ook iemand die Olivier heet).
Maar voordat we weer terug op onze eilanden zijn, moeten we nog 900 kilometer reizen.
Eerst 400 kilometer oostwaarts naar een aire¹ nabij Parijs (vandaar reist  Z. door naar het Zuiden).
Daarna nog 500 kilometer noordwaarts via Antwerpen naar Amsterdam.
De dag van vertrek is een mooie dag. De zon schijnt, de lucht is helder en er waait een schone, heldere wind.
Na drie uur reizen komen we vanzelf op de Boulevard Périphérique rondom Parijs. Als we uit een tunnel komen die Le Tunnel de St. Cloud heet De Tunnel van de Heilige Wolkzien we opeens de Eiffeltoren uit 1889 (we zien 1889).
De auto zingt Sous le ciel de Paris van Juliette Gréco terwijl we over de golvende Périphérique varen. Ja, varen. Er is een meezingen en vlindertjes fladderen door de auto.
Wat zijn er veel kerken en kathedralen in Frankrijk!
In de kathedraal van Rouen (die geen bloem is) stonk het. We moesten alle vier onze neuzen dichtknijpen. Was dat soms de geur van de oude god?
Wachtend op J. en haar familie aten we bij MacDonald's. We aten frietjes en kip. Het was erg vies omdat een verwachting van smaakfrietjes, kipniet werd ingelost (mogelijk is het kartonnen frietzakje van MacDonald's smaakvoller dan de friet).  

¹ Frans voor Raststätte.

                                                                                                                                               Uit de serie Zeven dagen in Normandië 

John en ik wisten niet dat je liedjes kon bezitten

Leon Vapnick

"Op een ochtend hebben we de hele zaak zonder te lezen ondertekend, voordat we in de trein stapten."
Het is 1962.
John Lennon en Paul McCartney zijn ongeveer zo jong als M. (19) nu is.
Ze hebben hun eerste hit geschreven, Love me do.
En ze hebben net hun handtekeningen gezet onder een door Brian Epstein (28)
en Leon Vapnick (42) opgesteld contract dat ze voor de rest van hun leven berooft van het eigendom én een groot deel van de inkomsten van al hun liedjes.
Brian Epstein was hun manager. Leon Vapnick was een muziekuitgever die ze nog nooit eerder hadden gezien.¹

"John en ik wisten niet dat je liedjes kon bezitten. We dachten dat ze gewoon in de lucht bestonden. We konden begrijpen dat je een huis, een gitaar of een auto kon bezitten. Maar een liedje?" 

¹ Desondanks schrijft Mark Lewisohn: "Leon Vapnick gaf de helft van zijn claim op de auteursrechten en de helft van zijn inkomsten weg aan John Lennon en Paul McCartney (sic!)" Uit: Mark Lewisohn, The Beatles, All these years, Volume 1, Tune in, 2013, uitgeverij Crown Archetype (Random House), New York, p.794.
                                                                                                                                                 Uit de serie Zeven dagen in Normandië

maandag 7 september 2020

De lange snikken van de violen (van de herfst) verwonden mijn hart

1.
Op 12 oktober 1492 veroverde Europa Amerika onder leiding van Christoffel Columbus.
Vierenhalve eeuw later, op 6 juni 1944, veroverde Amerika Europa onder leiding van Dwight Eisenhower.
Sommigen zeggen: Columbus bracht Amerika beschaving en Eisenhower bracht Europa vrijheid.
Radio London liet het Franse verzet weten dat Eisenhower eraan kwam door het voorlezen van de eerste regel uit het gedicht Chanson d'automne van Paul Verlaine: "De lange snikken van de violen van de herfst / Verwonden mijn hart in lome monotonie" ¹

2.
Op de eerste bewolkte dag in Normandië, waar Amerika aan land kwam, zijn we in de tuin van Claude Monet, de schilder van bloemen en een kathedraal. De tuin is aangelegd aan twee kanten van een openbare weg, en daarom wordt de tuin van Monet ook wel de tuinen van Monet genoemd.
Het is de eerste bewolkte dag, zoals gezegd, maar niet in de tuin van Monet. Daar schijnt de zon. De zon is denk ik graag in de tuin van Monet. Al die kleuren.
Monet heeft gezegd: "Ik heb bloemen nodig, altijd en altijd" ²
Ook heeft hij gezegd: "Kleur is mijn dagelijkse obsessie, mijn vreugde en mijn kwelling" ³
Wat had hij nou het meeste nodig, kleuren of bloemen?
Er zijn papavers, pioenen, lissen en irissen.
Graag zou ik ook tussen de bloemen wonen.

3.
Van de tuin gaan we naar de stad Rouen aan
de Seine, naar de kathedraal die ook door Monet geschilderd is, hoewel een kathedraal geen bloem is.
Wat vroeger kathedralen waren, zijn nu snelwegen (hierover heb ik eens geschreven). We rijden terug naar ons landhuis. Het graan wordt geoogst door maaidorsers die enorme stofwolken maken. Ronde strobalen liggen verspreid over de velden.

¹ "Les sanglots longs des violons d'automne / Blessent mon coeur d'une langueur monotone" (vertaling: Jules Grandgagnage)
² "Il me faut surtout avoir des fleurs, toujours et toujours"
³ "La couleur est mon obsession quotidienne, ma joie et mon tourmant"

Uit de serie Zeven dagen in Normandië

zaterdag 5 september 2020

We spelen badminton in de tuin

Appelboom in onze onmetelijke tuin
Ik heb twee goede boeken bij me. In het ene boek staan vier keer zo veel woorden als in het andere
.
In de buurt van ons landhuis is een paardenhotel (Che-vauxtel).
Er is ook een hondenschool (École des chiens).
Liggend in het gras lees ik in het boek met de meeste woorden het volgende (over John Lennon in zijn eindexamenjaar):
"Hij slaagde er moeiteloos in precies te doen wat hij van plan was: helemaal niets."¹
Dat is wat wij vandaag ook doen.
Nou ja, we spelen badminton in de tuin.
Dichter bij nietsdoen kun je aldoende niet komen.
²
En meer heb ik over deze mooie dag niet te zeggen.  

¹ Uit: Mark Lewisohn, The Beatles, All these years, Volume 1, Tune in, 2013, uitgeverij Crown Archetype (Random House), New York.
² Op 15 oktober a.s. organiseert de KNSM Sociëteit een avond over het nietsdoen.

(Uit de serie Zeven dagen in Normandië)

donderdag 3 september 2020

Voor het eerst van zijn leven voelde hij zich vrij

Flesjes Orangina
We zijn naar Normandië gereisd en we zijn naar de Tweede Wereldoorlog gereisd. Wat een mooi en droevig strand is Omaha Beach. En wat een mooie en droevige begraafplaats is het Cimetière Americain, waar de vele doden liggen.
M. (19) en Z. (16) lazen de grafschriften op de graven van hun leeftijdgenoten en de zon scheen. Tussen de bomen door was de vergeetachtige en almachtige blauwe oceaan te zien. (Een jonge Duitse soldaat werd krijgsgevangen genomen door de Amerikanen en voor het eerst van zijn leven voelde hij zich vrij). Vlinders fladderden een ommetje om hun struik en we dronken Orangina.

 Uit de serie Zeven dagen in Normandië

dinsdag 1 september 2020

Als het vloed is keert de zee terug

Parasols op het strand van Honfleur
Weer stoot ik m'n hoofd aan de plafondlamp in de keuken van het landhuis. Wat zijn de Fransen toch klein.
Het is een klein volk, dat de lampen veel te laag aan de plafonds hangt.
Midden in de tuin staat een zeldzame boom, de arbor cum foliis volantes, de boom met de vliegende blaadjes.
De blaadjes van deze boom vliegen met duizenden tegelijk van tak tot tak, voortdurend van plaats wisselend met andere blaadjes. Het is werkelijk bijzonder om te zien.
's Middags rijden we in de zelfrijdende en zelf liedjes zingende auto naar de oude badplaats Honfleur. We willen graag zwemmen, maar het is eb en de zee heeft zich ver terug getrokken. De zee is niet meer met het blote oog te zien. We lopen eindeloos in de richting van de zee, maar de zee is weg, de zee is er niet meer, de zee is verdwenen.
"Elle reviendra a marée haute," zegt een (kleine) Fransman.
Met vloed keert de zee terug.
Teruglopend van het strand-zonder-zee naar de auto komen we bij toeval langs het geboortehuis van Erik Satie, die gekker was dan je denkt. 

 Uit de serie Zeven dagen in Normandië

maandag 31 augustus 2020

De Normandische wind waait

Het strand van Deauville met Z. en stokbrood

1.
Bermen zijn in elk land anders, en wel op karakteristieke wijze.
Toon mij de berm en ik je zal zeggen waar je bent. 

Onze auto staat in de onafzienbare tuin van het afgelegen landhuis.
Onze auto lijkt op onze wasmachine.
Als je onze auto uit zet, neemt hij afscheid met een liedje (dat is Koreaans).
 

2.
De Normandische wind waait.
De wind doet de bomen buigen en ruisen en ritselen.
Ze zijn de branding van een rechtopstaande zee.

Op het strand van de oude badplaats Deauville waait het zo hard dat de meeuwen niet vooruit komen. Ze hangen stil in de lucht met gespreide vleugels.
Niet alleen de wind waait, alles waait. De bomen, de struiken, de vlinders, de velden, de vogels, de wolken, het licht, onze gedachten, onze gezichten, onze gesprekken, onze plannen. En ook de haren van M., die al negentien is, en de haren van Z., die al zestien wordt. 

3.
Bij de ingang van de supermarché ligt een plastic map waarop geschreven staat in grote letters:
vergissing van de week.
Ik heb een grote belangstelling voor vergissingen (voor vergissingen mag je me wakker maken).
In de map wordt vermeld welke artikelen verkeerd zijn geprijsd of in een verkeerde verpakking zitten.
 

4.
's Avonds in bed lees ik hoe Richy Starkey aan zijn artiestennaam Ringo Starr is gekomen.
Hij droeg drie ringen.
Een ring van zijn moeder.
Een verlovingsring.
Een ring van zijn grootvader.
Drie ringen dragen was ongewoon en mensen begonnen hem "Rings" te noemen.
En Rings werd Ringo en Starskey werd Starr en hij werd een geringde ster.
¹

5.
Onder ons Normandische bed heb ik een ijzeren staaf gelegd en een gordijnroede. Op het platteland wonen veel gewelddadige krankzinnigen en ons afgelegen landhuis kan niet op slot.
 

¹ Uit: Mark Lewisohn, The Beatles, All these years, Volume 1, Tune in, 2013, uitgeverij Crown Archetype (Random House), New York., p. 233, p. 240

 Uit de serie Zeven dagen in Normandië

maandag 27 juli 2020

Hun wijd open ogen

De weg naar ons landhuis
We reizen zeven uur in een auto.
Aan het begin van de avond komen we aan in Normandië.
Wat een mooie goudgele streek.
Korenvelden, appelbomen.
Je hoeft maar een foto te nemen.
Alle vrachtwagens hier zijn wit.
Op weg naar het landhuis worden de landwegen smaller. 
Tenslotte veranderen ze in zandwegen.
Twee jonge lichtbruine herten springen uit de berm in het licht van de koplampen. 
Hun wijd open ogen.
Uit de serie Zeven dagen in Normandië