Posts tonen met het label Over wasmachines. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Over wasmachines. Alle posts tonen

zaterdag 16 augustus 2025

We kochten een nieuwe wasmachine

Deurtje van een wasmachine

We kochten een nieuwe wasmachine. 
Een dag later bezorgden twee jonge mannen de machine bij ons thuis en ze zetten hem in de badkamer, precies op de plaats van de verdwenen wasmachine.
Onze nieuwe machine is mooi.
Hij is knap.
Hij is aantrekkelijk.
Als we hem aanzetten, gaat er een lampje branden in de glimmende trommel.
Vlak voordat de trommel begint te draaien gaat het lampje langzaam uit, op de manier waarop het licht in de bioscoopzaal uitgaat wanneer de film begint.
En de wasvoorstelling kan beginnen!¹
 

¹ Later meer over wasmachines (met name over de wasmachine van Joan Clements, de echtgenote van professor Laurence Clements).

zaterdag 24 mei 2025

Vergeten mensen dan soms geen belangrijke dingen?

De wasmachine
Zoals beloofd hierbij de eerste woensdagse bijprating (update) over de novelle.
Nu hoor ik je zeggen: "Het is helemaal geen woensdag."
Je hebt gelijk, het is geen woensdag, het is zaterdag.
Maar is dat erg?
Het had net zo goed woensdag kunnen zijn.
Enfin, ik had een aantekening op een papiertje geschreven (in verband met de novelle) en het papiertje had ik in m'n broekzak gestopt.
Toen deed M. die broek in de wasmachine, met het papiertje nog in de zak. 
En daarna kon ik
niet meer lezen wat erop stond. 
En ik wist ook niet meer wat erop stond.
Nu hoor ik je zeggen: "Als je niet meer wist wat erop stond, dan was het ook niet belangrijk." 
Hoezo niet? Vergeten mensen dan soms geen belangrijke dingen? Als ik naar de toestand in de wereld kijk, dan lijkt het wel alsof de mensen álle belangrijke dingen zijn vergeten! 

(Wordt op woensdagen vervolgd).

donderdag 28 maart 2024

Wat is de verleden tijd van machine?

1.
Als ik een half flesje bier heb gedronken, dan moet ik niesen.

2.
Zij kreeg een kamerplant.
Zij vindt het hebben van een kamerplant op dit moment in haar leven een te grote verantwoordelijkheid.
Zij brengt de kamerplant naar het plantenasiel.

3.
Hoe de twee tennissers Jannik Sinner en Carlos Alcaraz reageren als ze een fout hebben gemaakt is iets zeer moois om te zien (a thing of beauty).

4.
O, dat voortdurende geknaag aan de randen van de privacy (door het reusachtige knaagdier internet)!

5.
"Is het echt of is het A.I.?"
"Ik weet het niet."

6.
Een roodharig meisje vertelde een mopje aan een meisje met glimmende zwarte schoentjes aan.
Ze hingen naast elkaar op de kop in een klimrek hier op het schiereiland.
"Wat is de verleden tijd van machine?" vroeg het roodharige meisje.
Het andere meisje wist het niet (dus zei ze niks).
"Wasmachine," zei de roodharige nadat het een poosje stil was geweest.
"O ja, hahaha!"
zei de ander.

7.
Wij zouden wat meer naast elkaar op de kop in klimrekken moeten hangen (wij mensen bedoel ik
).

maandag 31 augustus 2020

De Normandische wind waait

Het strand van Deauville met Z. en stokbrood

1.
Bermen zijn in elk land anders, en wel op karakteristieke wijze.
Toon mij de berm en ik je zal zeggen waar je bent. 

Onze auto staat in de onafzienbare tuin van het afgelegen landhuis.
Onze auto lijkt op onze wasmachine.
Als je onze auto uit zet, neemt hij afscheid met een liedje (dat is Koreaans).
 

2.
De Normandische wind waait.
De wind doet de bomen buigen en ruisen en ritselen.
Ze zijn de branding van een rechtopstaande zee.

Op het strand van de oude badplaats Deauville waait het zo hard dat de meeuwen niet vooruit komen. Ze hangen stil in de lucht met gespreide vleugels.
Niet alleen de wind waait, alles waait. De bomen, de struiken, de vlinders, de velden, de vogels, de wolken, het licht, onze gedachten, onze gezichten, onze gesprekken, onze plannen. En ook de haren van M., die al negentien is, en de haren van Z., die al zestien wordt. 

3.
Bij de ingang van de supermarché ligt een plastic map waarop geschreven staat in grote letters:
vergissing van de week.
Ik heb een grote belangstelling voor vergissingen (voor vergissingen mag je me wakker maken).
In de map wordt vermeld welke artikelen verkeerd zijn geprijsd of in een verkeerde verpakking zitten.
 

4.
's Avonds in bed lees ik hoe Richy Starkey aan zijn artiestennaam Ringo Starr is gekomen.
Hij droeg drie ringen.
Een ring van zijn moeder.
Een verlovingsring.
Een ring van zijn grootvader.
Drie ringen dragen was ongewoon en mensen begonnen hem "Rings" te noemen.
En Rings werd Ringo en Starskey werd Starr en hij werd een geringde ster.
¹

5.
Onder ons Normandische bed heb ik een ijzeren staaf gelegd en een gordijnroede. Op het platteland wonen veel gewelddadige krankzinnigen en ons afgelegen landhuis kan niet op slot.
 

¹ Uit: Mark Lewisohn, The Beatles, All these years, Volume 1, Tune in, 2013, uitgeverij Crown Archetype (Random House), New York., p. 233, p. 240

 Uit de serie Zeven dagen in Normandië

donderdag 21 november 2019

Piëta met hond (10) / Alles




PIËTA MET HOND


9


Alles





M'n vader deed de deur open door aan een touw te trekken en Dadias en ik liepen naar boven. Het trappenhuis was zo smal dat er geen wasmachine of koelkast door kon. Hij woonde in een hippe buurt van de stad en die was gebouwd aan het einde van de negentiende eeuw. In die tijd bestonden er nog geen wasmachines en koelkasten.
  Hij had een schroevendraaier in z'n hand. Hij zat onder de zwarte vegen en hij zweette, vanwege de hitte. Z'n haren stonden recht overeind alsof hij onder stroom stond. Hij was kleiner dan ik, maar sterker, veel sterker.
  'Hé papa.'
  Het was lang geleden dat ik 'papa' had gezegd. Het lag niet lekker in het gehoor.
  Ik zag wel aan 'm, dat hij er ook niks aan vond. Er fladderde een vogeltje van irritatie rond z'n hoofd.
  'Noem me maar Karel,' zei hij.
  Inderdaad heette hij zo, dat herinnerde ik me nog van vroeger.
  'Jouw hond?' vroeg hij.
  'Nee, van m'n zus.'
  Het schoot me te binnen dat mijn zus ook van hem hem was, namelijk dat het zijn dochter was.
  Hij was aan de pimpelarij, dat kon ik wel ruiken.
  'Kom binnen,' zei hij.
  Dat vond ik zo ontroerend, kom binnen, tegen mij.
  In z'n huis lagen overal tandwielen, schakelaars, wijzerplaten van klokken, wasmachinetrommels, radio's zonder kastje eromheen en verder van alles waar ik geen naam voor wist. Drie televisies stonden boven op elkaar met het testbeeld aan, en op de keukentafel stond een van vet glanzend motorblok uit een auto.
  Hij was alles aan het repareren, zei hij, alles.
  Overal stonden boeken (Heidegger, Hegel, Kant, Marx). Overal lagen handleidingen voor het repareren van apparaten en machines. Aan de muur hing een kalender van Pirelli.
  Op het fornuis stond een potje te pruttelen. Ik tilde het deksel op. Worst. Spek. Reusachtige bonen.
  'Kijk maar even rond,' zei hij, 'dan maak ik ondertussen dit af.'
  Hij stak z'n hoofd in het motorblok.
  Op dat moment kwam er een vrouw binnen op hoge hakken en in een mantelpakje van Chanel. Ze had blijkbaar de sleutel van het huis. Het was een sjieke dame, op en top verzorgd. O, tot in de puntjes. Ze ging tegenover het motorblok staan, plantte haar handen in haar zij en stak van wal:
  'Wat is er mis met mij?' vroeg ze.
  Het motorblok antwoordde niet.
  'Nou, wat is er mis met mij? Wat heb ik misdaan dat je me niet meer wil? O, ik haat je. Met je Marianne. Ik wil je nooit meer zien.'
  Het motorblok zweeg.
  Toen zag ze mij. Ik had m'n jas nog aan. Ik ging nooit zonder jas de straat op, ook al was het snikheet. Ik hield 'm altijd aan, ook als ik ergens op bezoek was. M'n moeder had 'm gemaakt. Ze was mode-ontwerpster. Ze kon heel goed naaien. Vroeger kreeg ik een rood hoofd als ik dat zei.
  Als je hem uitdoet, zo'n jas, dan is het net of je van plan bent lang te blijven. Mensen kunnen daardoor een onaangenaam gevoel krijgen. Als je hem aanhoudt denken ze: hij zal zo meteen wel weer weg gaan. Dat is een fijn gevoel om te hebben.
  Er was plotseling kalmte in de sjieke dame gevaren. Ze ging voor me staan. 
  'Kijk eens naar me,' zei ze. 
  Ik keek.
  'Vind je me niet sexy?'
  Het waren wanhopige tijden.
  'Nou?' vroeg ze.  Ik wist niet wat ik zeggen moest. Ik was sprakeloos. Het was een ernstige situatie. 
  Dadias d'Arbrisseau wilde aan haar snuffelen met z'n grote neus, maar dat mocht niet van mij. Ik vond het niet goed.
  'Laat 'm snuffelen, die hond. Een hond is nog altijd beter dan niks.'
  Maar het mocht niet van mij en basta.
  Ze smeet haar sleutels naar het motorblok en vertrok. Ze trok de deur met zo'n klap achter zich dicht, dat de kopjes en de glazen in de kasten ervan trilden en rinkelden.
  'Kan ik een tijdje hier wonen?' vroeg ik aan m'n vader.
  Daardoor stootte hij z'n hoofd zo hard tegen de binnenkant van het motorblok, dat zelfs ik aan m'n hoofd begon te wrijven van de pijn. Wat kon hij vloeken. 

  We namen afscheid. Ik had een afspraak met een uitzendbureau.
  'Dag Karel,' zei ik. Ook dat lag niet lekker in het gehoor.
  'Dag jongetje,' zei hij.
  Dadias 'd Arbrisseau huilde als een wolf. Hij kon niet tegen afscheid.
  Op de trap hoorden we een luide ontploffing. Die kwam uit het huis van m'n vader.
  Hij was een rokkenjager, dat was wel duidelijk. Ik dacht: elke keer als hij aan het jagen is, dan voelt hij zich goed, zelfs heel goed, net alsof hij met het hele universum in verbinding staat als een god. En net heeft hij een vrouw veroverd, net heeft hij zich het edele voornemen gemaakt om eeuwig bij haar te blijven, of daar kruist alweer een andere aantrekkelijke vrouw z'n pad.
  
Nu ga ik nog twee mensen aan jullie voorstellen, namelijk m'n goede vriend Kees en m'n hoogleraar in de geschiedenis van de Oudheid, professor Brill.
  En dan hebben jullie iedereen gehad:
  M'n vader, 'Karel';
  Marianne, m'n vaders vriendin;
  Lisa, mijn vriendin;
  Dadias d'Arbrisseau, die lieverd;
  Bram met z'n verfspuitbussen; 
  Brams ouders, de de Wolfs;
  en zo meteen Kees en professor Brill, die zijn colleges steevast begon met de woorden: 'Naar de oudheid zijn alle bruggen afgebroken, behalve de regenbogen van de begrippen.'*
  Meer doen er in dit boek niet mee.

* Vele jaren later vond ik die uitspraak terug in professor Nietzsche's De herwaardering van alle waarden.

dinsdag 22 januari 2019

Over onze nieuwe wasmachine

Bij vergeleken onze vorige wasmachine heeft onze nieuwe wasmachine nogal een nare persoonlijkheid.


Zie voor onze vorige wasmachine: https://proefstation.blogspot.com/2010/04/in-en-om-het-huis-4-afscheidsliedje-van.html

dinsdag 22 januari 2013

Mijn oma bezat een wasmachine met een elektrische wringer

Het begin van de oorlog / september 1939 / Warschau
Mijn oma werd geboren in 1899. Ze was vijftien toen de grote oorlog uitbrak die wij nu de Eerste Wereldoorlog noemen. Destijds heette die oorlog niet zo, want het was niet bekend dat er nog zo'n grote oorlog aankwam. 

Toen die uitbrak was mijn oma eenenveertig. Ze had ervaring en ze wist wat oorlog betekende. Ze slaakte een diepe zucht en stuurde haar oudste kinderen naar de kruidenier om voedsel in te slaan (boter, suiker, meel, noten).
Hoewel mijn oma een wasmachine bezat met een elektrische wringer, had ze de gewoonte om tapijten, tafellakens, dekens en andere kleden 's winters in de sneeuw te leggen. Daardoor werden ze schoner dan in de machine.

vrijdag 2 april 2010