Posts tonen met het label Over het niets en het nietsdoen of het Gaiacomplex I II en III. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Over het niets en het nietsdoen of het Gaiacomplex I II en III. Alle posts tonen

vrijdag 30 april 2021

Over het niets en het nietsdoen of: het Gaiacomplex / III / Dolce


O V E R   H E T   N I E T S
E N
H E T   N I E T S D O E N 
O F:
H E T   G A I A C O M P L E X

I I I
_________

D O L C E

*

De tijd is een delfstof uit Schotland.
In 1788 publiceerde de Schotse geoloog James Hutton een traktaat getiteld: Theory of the Earth.
James Hutton had zich zijn hele leven bezig gehouden met de grond onder zijn voeten. In het traktaat toonde hij aan dat de aarde geen vijfduizend jaar oud was, zoals tot dan toe overeenkomstig de boeken van het monotheïsme was aangenomen, maar miljoenen of miljarden jaren oud.
Het was een historisch moment in de geschiedenis van de menselijke kennis. Een Copernicaans moment dat zich maar een paar keer per millennium voordoet.
Een tijdgenoot van Hutton schreef: "Onder onze voeten opende zich de duizelingwekkende diepte van de tijd."

*

Niet alleen de aarde, ook het leven erop bleek al miljoenen of miljarden jaren te bestaan. De eerste mensen van de soort homo sapiens leefden driehonderdduizend jaar geleden.
Ze waren jagers. Ze maakten hun voedsel niet zelf, de natuur maakte het voor ze. Het voedsel hing aan de takken, rende voor hun voeten en zwom in de rivieren. Ze hoefden het maar te plukken of te vangen.
Ze leefden zoals dieren.
¹
Ze waren gezond, slank, beweeglijk en met weinigen, want het nomadische leven stond geen groot nageslacht toe.
Er zijn aanwijzingen dat ze gelukkig waren.
Tot twaalfduizend jaar geleden.
Vanaf toen liet homo sapiens zich het voedsel niet langer door de natuur aanreiken; hij ging het zelf verbouwen.
²

*

Op dat momenten op geen ander moment in de geschiedenisontstond de activiteit die we tegenwoordig "werken" noemen.³
Want de natuur was geen vriend van de landbouw. De natuur stuurde roofdieren, insecten, ziektes, onkruid, plagen, droogtes, stormen, branden, overstromingen.
Een boer die niet van 's morgens tot 's avonds werkte (in het zweet zijns aanschijns), zag binnen een paar weken zijn akkers te gronde gaan en zijn vee verkwijnen.
Niet werken
niets doenbetekende honger en dood en werd tenslotte, naarmate de landbouw zich verder over de planeet verspreidde, een vorm van verraad en ondermijning van de menselijke soort.⁴ 
De workaholic is daardoor een sacrale figuur in de landbouw. Hij is iemand die zichzelf opoffert in de strijd tegen de natuur (de aarde). Uit hem is het latere kapitalisme voortgekomen (ook daarin werd hij weer een sacrale figuur).
En de jagende, de niet-werkende, de als een dier
levende mens verdween (de Griekse mythologie was zijn zwanenzang).
Het begin van het Tijdperk van het Werken, dat tot vandaag voortduurt, heet de landbouwrevolutie of neolithische revolutie. De term neolithische revolutie werd gemunt door de antropoloog en archeoloog Vere Gordon Childe, die bang was voor de ouderdom. Toen hij vijfenzestig was ging hij naar de Australische Blue Mountains, waar hij was geboren en opgegroeid. Hij ging op de rand van een overhangende rots staan. Hij zette zijn hoed en zijn bril af, trok zijn jas uit, nam de pijp uit zijn mond en sprong in de diepte.

*

Werken is: het temmen en onderwerpen van de natuur.
Welnu, zoals iedereen weet die homo sapiens een beetje kent is het maar een zeer kleine stap van onderwerpen naar verwoesten.

Die zeer kleine stap zette homo sapiens. Niet alleen met betrekking tot de natuur om zich heen (de bossen, de zeeën), maar ook met betrekking tot de natuur in zich (zijn lichamelijkheid, zijn aardsheid): het monotheïsme was als het ware de innerlijke afronding van de landbouwrevolutie. Het plaatste homo sapiens behalve topografisch ook psychologisch buiten de natuur. Voortaan was dit wezen niet meer door de natuur uit natuur geschapen (door de aarde uit aarde), maar door een god uit niets.
En de Grieken lachten.
Het openingshoofdstuk van het Oude Testament rukte homo sapiens op radicale wijze uit de natuur als een plant uit de grond, en in plaats van een krachtige, rustige, zekere verbondenheid met de natuur, met de aarde, kwam een hachelijk pact, een zijden draad, met de ene en enige god.

Homo sapiens was nu definitief een vreemde geworden op de planeet
⁸, een "ontwortelde", een alien, een Fremdkörper.

*

De crisis van de natuur (de aarde) die wij nu beleven is dus allesbehalve een neveneffect van landbouw, kapitalisme en monotheïsme¹⁰; het is einddoel, causa finalis van al het werken en geloven.¹¹
Dit is het Gaiacomplex.¹²
Dat Elon Musk nu bezig is met de voorbereidingen voor het afscheid van de aarde en het vertrek naar de planeet Mars is een logische volgende stap.
Hij wil een miljoen mensen meenemen naar Mars.
Duizend ruimteschepen zullen vanaf 2050 opstijgen.
Dit is zijn droom.
Hij wil dat zijn droom realiteit wordt. Of is "realiteit" een woord dat Elon Musk straks moet achterlaten op de toegetakelde aarde?

*

In 1968 reisden drie astronautenzes ogenin de Apollo 8 naar de maan. Ze reisden om de maan heen. Ze landden niet op de maan. Het was een verkenningsvlucht.
Tijdens deze historische reis werd een grote ontdekking gedaan, een onverwachte ontdekking die niet voorzien was in het draaiboek van de NASA.
Toen de drie astronauten namelijk achter de maan vandaan kwamen zagen ze
tot hun verrukkingin het peilloze duister opeens de helderblauwe aarde tevoorschijn komen.
Op dat moment begon een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van homo sapiens: de terugkeer naar de aarde en het afscheid van god.
Als je het belang en de betekenis van alle ondernemingen van de NASA in één woord zou moeten samenvatten, dan zou dat woord moeten zijn: de ontdekking van de aarde.
Jawel, de almachtige bevindt zich onder onze voeten.
Deze woorden zullen straks prijken boven de ingang van de Dolce far Niente Academie.

¹ "Dieren werken niet," schreef Immanuel Kant en dat zei dacht ik ook Georg Friedrich Hegel.
² De eerste duizenden jaren na de landbouwrevolutie leefden er twee types homo sapiens: de landbouwer en de jager of "jager-verzamelaar".
³ Toen het Tijdperk van het Werken begon leefden er op aarde naar schatting vijf miljoen mensen. Alle vormen van werken die we nu kennen, ook de kunst, ja, juíst de kunst, zijn uit het "zelf verbouwen" voortgekomen.
⁴ Elke akker is een slagveld en elke boer een soldaat. Of zoals Paulus schreef in een brief aan de verbaasde inwoners van Thessaloniki: "Wie niet werkt zal niet eten."
⁵ Friedrich Nietzsche was de eerste die deze mooi levende dier-mens een gearticuleerde stem gaf, omdat hij er zelf één was: "De mensen voelen dat ik een dier ben," schreef hij in een aantekening.
⁶ De wijsheid van Sun Zu: "Laat het land van de tegenstander intact", was aan homo sapiens niet besteed.
⁷ De ene en enige god van het monotheïsme was een landbouwgod, een boerengod.
Het woord planeet komt uit het Grieks. Het is afgeleid van het Griekse werkwoord πλανᾶσθαι (planestai) = zwerven, ronddolen. Het betekent: ronddolend hemellichaam. Pas met Copernicus en Galileo werd ook de aarde een ronddolend hemellichaam, een planeet.
⁹ De band die de jager of jager-verzamelaar met de natuur (de aarde) had was hieraan tegenovergesteld en kan misschien het best begrepen worden door het begrip "metamorfose": alles kon in alles veranderen (een mens in een dier in een god in een rivier in een storm). Uit deze geest van de jager of jager-verzamelaar komt voor een deel nog de Griekse mythologie voort, die een en al jacht, plezier, achtervolging, lust en genot is! In de landbouw en het monotheïsme is de mens juist geheel tot stilstand gekomen. Hij heeft een huis. Hij zit aan een tafel, op een stoel, met een pen en een stuk papier. En hij schrijft. En wat hij schrijft is een product van zijn bewegingloosheid. En ook zijn wraakzuchtige moraal komt voort uit deze bewegingloosheid. En ook het gebod tot onveranderlijkheid komt eruit voort.
¹⁰ Tot nu toe is het monotheïsme als verwoestende kracht naast de landbouw en het kapitalisme min of meer over het hoofd gezien. Dit heeft de beweging van de duurzamen (de "wederaarders") verzwakt. Over de geboorte van het kapitalisme uit het monotheïsme, zie: Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus (1905) door Max Weber.
¹¹ Onze welvaart is het neveneffect. 
¹² Naar analogie (losjes) van Freuds "Oedipuscomplex"

 
© Peter Bekkers

Over het niets en het nietsdoen / II / Primo
Over het niets en het nietsdoen / I / Secundo

vrijdag 23 oktober 2020

Over het niets en het nietsdoen of: het Gaiacomplex / II / Secundo



O V E R   H E T   N I E T S  
E N  
H E T   N I E T S D O E
N
O F:
H E T  G A I A C O M P L E X  

II

_____________

S E C U N D O

*

Kenden de Ouden het niets? De oude Grieken en Romeinen bedoel ik. Het antwoord is nee. Nou ja, wel in tithemische¹ zin:

"Wat ben je aan het doen? O, niets."

Maar niet in monotheïstische zin. De Ouden waren polytheïsten. Ze waren er niet op uit de godenwereld te monopoliseren. Ze hadden geen probleem met een god meer of minder, integendeel: ze hielden van gezelschap en ook hun goden hielden van gezelschap. Dat was ook de reden waarom ze mensen schiepen niet uit het niets, maar uit aarde, water, lucht en vuur.

*

Uit niets kan niets voortkomen, zeiden de Ouden. Ex nihilo nihil fit. Iets maken uit niets creatio ex nihilo was volgens de Ouden onmogelijk.
En dat zegt ook het gezonde verstand.
Toen de Grieken voor het eerst hoorden van de schepping van de wereld uit het niets, in het jaar 802 na de stichting van Rome (49 n. Chr.), op de dag dat de apostel Paulus op de Areopagus in Athene het christendom verkondigde, sloegen ze zich op de knieën van het lachen. Ze hielden hun buik vast van het lachen en vielen op de grond van het lachen. En op de grond liggend trappelden ze met hun benen in de lucht van het lachen.

*

Kijk, ik heb hier niets in mijn handen.
Kan ik van dit niets, dat ik hier in m'n handen heb, iets maken?
Nee, kan niet.

*

Dit hier is een kluit aarde.
Kan ik hiervan iets maken, een mens bijvoorbeeld?
Ja, kan!
Eerst spuug ik erin, dat is mijn water.
Dan kneed ik een menselijk figuurtje.
Dan leg ik het te drogen in de zon, dat is mijn vuur.
Dan blaas ik mijn adem erin, dat is mijn lucht.
Dan geef ik het een grote snor.
En dáár hebben we professor Nietzsche
de opgeruimdste, lichtvoetigste, vrolijkste, zonnigste, beweeglijkste, luchtigste, gevaarlijkste, vlugste en verkeerdst begrepene van alle filosofen.

*

Ik wil hem er graag bij hebben, omdat hij degene is geweest die de zware steen van het monotheïsme opzij schoof waaronder Europa eeuwen lang begraven lag. Na vele donkere, vochtige, beklemmende, verpletterende eeuwen voelden de Europeanen eindelijk de warme zon weer op hun huid en zagen ze weer de blauwe lucht.
De blauwe lucht die je ziet als je met een grassprietje in je mond op je rug in het zomerse gras ligt en omhoog kijkt.
De blauwe lucht waarover iemand schreef: "Wij waren blij en uitbundig om niets, om 't mooie weer, om de zonneschijn, om de lucht om ons heen, die wij ademden, en om de lucht boven ons, die wij zagen.
"
En
daarmee zijn we beland in het hier en nu – de ideale plaats en het juiste moment om niets te doen.

Want die blauwe lucht, dat is de lucht hier boven het IJ, boven de Dolce far Niente Academie

*

Daarnet zag je hoe de Ouden over de grond rolden en met hun benen in de lucht trappelden van het lachen om de gedachte dat een god de god van de christenen en de joden (moslims waren er nog niet) de wereld uit het niets geschapen had.
Zo lachwekkend als dit monotheïstische niets voor de Ouden was, zo waardig was voor hen het niets in nietsdoen.
Werken werd in de Oudheid als iets zeer oneervols beschouwd. Marcus Tullius Cicero schreef: “Het geld dat je verdient met werken is vulgair en onaanvaardbaar.” 
Het ideaal was: otium, nietsdoen.
Het tegenovergestelde van otium was negotium
negosie in het Nederlands: handel, bedrijvigheid, werk.
Hoe komt het toch, dat het werken in de loop van de millennia steeds meer in aanzien steeg, terwijl het nietsdoen alle waardigheid verloor, ja zelfs verachtelijk werd (behalve dan in de nuttige vorm van bijkomen van het werk en weer "opladen")?
Hier volgt mijn theorie hierover.
 

¹ Tithemisch = betreffende het doen, zie hier.

© Peter Bekkers

Wordt vervolgd

Over het niets en het nietsdoen I / Primo
Over het niets en het nietsdoen III / Dolce

donderdag 22 oktober 2020

Over het niets en het nietsdoen of: het Gaiacomplex / I / Primo

 


 

O V E R   H E T  N I E T S  
E N  
H E T   N I E T S D O E N
O F:
H E T   G A I A C O M P L E X

I

_________

P R I M O

*

Het tegenovergestelde van "niets" is "alles". Daarom ga ik het nu eerst over alles hebben.
Een tijdje geleden was er een bekende sterrenkundige te gast in een televisieprogramma om over de oerknal te praten. Hier zijn enkele woorden die de sterrenkundige die avond gebruikte:

                                                   Onvoorstelbaar
                                                   Ontzaglijk
                                                   Onbevattelijk

Je zag dat het genotvol voor hem was om die woorden te gebruiken. O, hij vond het heerlijk! Het is niet ondenkbaar dat hij sterrenkundige was geworden omdat hij zo graag zulke woorden gebruikte.
Veel sterrenkundigen vinden het fijn om zulke woorden te gebruiken, heb ik gemerkt. Mogelijk is het heelal daardoor ontzaglijker, onbevattelijker en onvoorstelbaarder dan het in werkelijkheid is.
Anders gezegd: mogelijk ontdekken de geleerden het heelal niet alleen, maar vormen ze het ook
 ˗ ongeveer zoals pottenbakkers uit een homp klei een vaas vormen of zoals Prometheus uit een kluit aarde de mens vormde.
De tak van wetenschap die zich bezig houdt met het ontstaan van vormen heet de morfologie. De morfologie vraagt: waarom heeft iets ˗ bijvoorbeeld een slakkenhuis of het heelal ˗ een bepaalde vorm en geen andere vorm?

*

Nikolaus Copernicus en Galileo Galilei dachten er niet over na of het heelal een begin of een einde had.
Het heelal was er gewoon.

Hierin kwam verandering toen Georges Lemaître in het jaar 1927 de theorie van de oerknal en het uitdijende heelal formuleerde.
De vraag die hem natuurlijk onmiddellijk door iedereen gesteld werd, luidde: "Als het heelal met een oerknal begonnen is, wat was er dan vóór de oerknal?"
Dat was precies de vraag die die avond op televisie aan de sterrenkundige werd gesteld, en het antwoord luidde: "Niets."

*

Nu moet je weten dat Georges Lemaître, de bedenker van de oerknal, behalve een briljant natuurkundige ook een katholiek was. En niet zomaar eentje: hij was Jezuïet, priester, lid van het priesterbroederschap Amis de Jésus, titulair kanunnik, pauselijk huisprelaat en voorzitter van de pauselijke Academie van Wetenschappen, de vermaarde Accademia dei Lyncei ˗ Academie van de Lynx ˗ waar lang geleden ook Galileo Galilei voorzitter van was.
Georges Lemaître was een man van god.
En zoals iedereen weet, leren de heilige boeken van de eenkennige, monotheïstische of monopolistische religies dat er maar één god is, en dat die god de wereld heeft geschapen.
Waaruit heeft de ene en enige god de wereld geschapen? Uit het niets heeft hij de wereld geschapen.
Dat moest wel
˗ uit het niets, bedoel ik ˗ want als er al iets was, wat dan ook, dan was een andere schepper of scheppende kracht hem vóór geweest. Dan was hij dus niet "de ene en enige".

*

"Niets," antwoordde de sterrenkundige zoals gezegd op de vraag wat er vóór de oerknal was.
Of hij iets kon zeggen over dit niets, werd hem gevraagd.
Dat kon hij niet, zei hij.
Of hij het toch wilde proberen, werd hem gevraagd.
De sterrenkundige probeerde het
 ˗ maar nee, kon hij niet.
Hoe was het mogelijk ˗ andere vraag dan maar ˗ dat uit het niets iets was ontstaan?
Wist hij niet.
Het was allemaal, stamelde de sterrenkundige:

                                                  Onvoorstelbaar
                                                  Ontzaglijk
                                                  Onbevattelijk

Dit zijn niet toevallig ook de woorden die de mystici en de religieuze denkers stamelen als ze het niets (of god) proberen te omschrijven.

*

En zo loodste Georges Lemaître het monotheïstische niets de wetenschap binnen (met dit verschil dat het niets van Lemaître geen god meer nodig had om "iets" te worden; het was op eigen kracht, door de oerknal, in "iets" veranderd; het niets was zélf creatief geworden).
Door de oerknal kreeg het heelal een begin, een soort van einde en een vorm. Welke vorm? De vorm van het verhaal waarvan de priester Lemaître doordrenkt was, de vorm van het scheppingsverhaal uit de heilige boeken.
Het heelal werd, kortom, monothe
ïsme-vormig: vanuit het niets wijd uitkragend tot kelk, tot vaas, tot megafoon ˗ de megafoon van het niets.

*

Nu denk je misschien: wat sta je daar nou te kletsen over het niets en de oerknal? Heb je er soms verstand van?
Niet meer dan jij. Maar ik heb wel een beetje verstand van het menselijk brein. Ik heb namelijk zelf zo'n brein. Jij ook, jij hebt ook zo'n brein.
En zoals je weet is het voor het brein volstrekt onaanvaardbaar dat iets, wat dan ook, geen "begin" heeft en geen "einde"; dat het er altijd geweest is en altijd zal zijn, zonder ooit "ontstaan" of "geboren" te zijn, zonder ooit te "verdwijnen" of te "sterven".
Zoiets kan ons brein eenvoudig niet verwerken. Het slaat dan op tilt, zoals een flipperkast.
Het brein móet gewoon een begin (en een einde) fabriceren. Met Lemaître's oerknal nam het heelal niet zozeer zijn eigen vorm aan, maar de vertrouwde, geruststellende vorm van ons denken (en van ons leven).
Alle wetenschap is beeldende kunst en geruststelling.

© Peter Bekkers

Wordt vervolgd

Over het niets en het nietsdoen II / Secundo
Over het niets en het nietsdoen III / Dolce