Posts tonen met het label Chateaubriand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Chateaubriand. Alle posts tonen

vrijdag 28 augustus 2015

Op onze leeftijd rest ons nog maar één ding

Chateaubriands maîtresse, de Parijse schoonheid Juliette 
Récamier ("La belle des belles")

François René de Chateaubriand had een zwak voor Michel de Montaigne en hij had ook een zwak voor François Rabelais
.¹
Hij haalt die twee er in zijn mémoires om de haverklap bij.
Zoals in deze passage over Rome:
"Rabelais is het niet eens met Montaigne, die vrijwel geen klokken in Rome heeft horen luiden, in elk geval veel minder dan in het eerste het beste Franse dorpje. Rabelais hoort juist heel veel klokgebeier in Rome."²
Of in deze passage over de aantrekkingskracht van jonge vrouwen op oude mannen:
"Och, mijn goede Montaigne, op onze leeftijd rest ons nog maar één ding: onszelf terzijde te schuiven."³

¹ Chateaubriand was een schrijver uit de achttiende eeuw, Montaigne een schrijver uit de zestiende eeuw en Rabelais uit de vijftiende eeuw (hoe minder mensen er zijn en hoe minder er gebeurt, hoe dichterbij de doden zijn)..
² Uit: François René de Chateaubriand / Mémoires d'outre-tombe (Memoires van over het graf) / 1841
³ Idem (Maar Chateaubriand schoof zich niet terzijde, zie afbeelding!)

zaterdag 8 augustus 2015

Welk personage is belangwekkender dan hij?

Napoleon op snoepjes
1.
Fran
çois René de Chateaubriand schrijft in zijn mémoires over Napoleons Russische veldtocht: "Op 6 november 1812 zakt de temperatuur tot achttien graden onder nul; alles verdwijnt onder één immense witte laag. De soldaten zonder schoenen voelen hun voeten afsterven; hun musket brandt in hun paars aangelopen, verstijfde vingers en valt ter aarde; hun haar staat recht overeind van de ijzel, hun baarden bevriezen door hun ijzige adem; hun lompen worden één grote ijsmantel. Ze vallen, sneeuwen in; kleine heuveltjes worden het en evenzovele graftombes. Bij het krieken van de dag, waarbij de zon zich niet laat zien, is het geroffel van een beijzelde trom te horen of de klank van een schorre trompet; niets klinkt droefgeestiger dan zo'n lugubere reveille die krijgers te wapen roept die nimmer meer kunnen worden gewekt."


2.
Chateaubriand had een afkeer van Napoleon. Toch schreef hij bij de dood van Napoleon: "Met Napoleon is het verleden afgesloten. Hij heeft de oorlog tot zoiets immens gemaakt dat de mensheid zich er voorgoed van zal afkeren. Wat zou ik niet allemaal kunnen zeggen, ooggetuige die ik ben van de ondergang van zo'n twee, drie werelden? Is met Napoleon niet alles ten einde? Welk personage is belangwekkender dan hij? Van wie of wat kan nog sprake zijn, na een dergelijk man? Ik schaam me bij de gedachte dat ik nu moet gaan neuzelen over een hele massa miniatuurmensen waar-toe ik zelf ook behoor, allemaal vage nachtwezens in een decor waaruit de stralende zon is verdwenen."

woensdag 22 juli 2015

Hij wist van wie de afgehakte hoofden waren

François René de Chateaubriand (1768-1848) /
Geschilderd door Anne-Louis Girodet-Triosonin 1808
1.
In de tijd dat ik studeerde voor ondergangsdeskun-dige moest ik veel lezen over de Franse Revolutie, oftewel de ondergang van de Franse monarchie.
Een schitterende, afschuwelijke, voorbeeldige ondergang.
De ondergang van het Romeinse Rijk is ook mooi, maar die strekt zich uit over vele eeuwen en is daardoor niet zo dramatisch. 
Had ik toen maar
François René de Chateaubriand gelezen!
Wat schrijft hij mooi over de Franse Revolutie in Memoires van over het graf. Dat komt omdat hij er bij was. Hij kende de koning. Hij kende Mirabeau en Robespierre en Napoleon. Hij wist van wie de afgehakte hoofden waren die op pieken door de straten van Parijs werden rondgedragen:
"Het waren de hoofden van Foulon en Berthier. Iedereen week van de ramen terug; ik bleef. De moordenaars hielden halt voor mij, staken de pieken naar mij toe, terwijl ze zongen, dansten en opsprongen om de bleke gezichten dichter bij het mijne te brengen. Uit de kas van een van deze gezichten hing een oog naar beneden: de piek stak dwars door de geopende mond waarvan de tanden het ijzer omklemden.
'Schurken!' riep ik."
 

2.
Ondertussen ging het bruisende Parijse leven gewoon door.
Chateaubriand:
"Overal waren literaire bijeenkomsten, politieke vergaderingen en toneelstukken. Op straat was het een komen en gaan van volksdelegaties, cavaleriepiketten, infanteriepatrouilles. Naast iemand in rokkostuum met gepoederde haren, degen opzij, hoed onder de arm, compleet met balschoenen en zijden kousen, kon men iemand anders zien lopen met kortgeknipt haar, ongepoederd, een Engels jasje aan en een Amerikaanse das om. Verder ontelbaar veel duels en liefdesaffaires. Hoeveel eeuwigdurende eden en ondefinieerbare tederheden werden er niet uitgewisseld, allemaal onder het doffe gerommel van een bezwijkende wereld. Was men elkaar vierentwintig uur uit het oog verloren, dan was men niet zeker elkaar ooit nog terug te zien."

3.
En temidden van al het feesten en vernietigen "stond het paleis van de Tuileriën erbij als een reusachtig cachot vol veroordeelden. Hier vierden ook de ten dode opgeschrevenen feest, in afwachting van de kar en het rode hemd¹
en door de vensters kon men de vertrekken van de koningin zien baden in een zee van licht." 


¹ Vlak voor de executie kreeg de tot de guillotine veroordeelde een rood hemd aan.

dinsdag 21 juli 2015

Het vlieden der uren houdt nimmer op

Het astronomische uurwerk van de kathedraal van
Lyon
Iemand die ik ken zegt altijd: "Ik ben er alweer veel te lang mee bezig".

Het maakt niet uit waar hij mee bezig is en of hij er een jaar, een maand, een week, een dag, een uur of vijf minuten mee bezig is, hij zegt: "Ik ben er alweer veel te lang mee bezig."
Bij alles wat hij doet heeft hij het zekere gevoel dat hij zijn tijd aan het verspillen is.
Waar komt het idee tijdverspilling vandaan?
Volgens mijn hypothese vind je deze soort onrust vooral in de hoek van de idealisten (degenen die een ideaal hebben). In die hoek vind je behalve de ongeduldigen ook de melancholici en de cynici. Chateaubriand schrijft: "Het vlieden der uren houdt nimmer op."

vrijdag 17 juli 2015

Hoe graag zou ik niet uit de dood willen opstaan

De leverancier van de chateaubriand
Toen ik twintig was kocht ik het boek Mémoires d'Outre-Tombe van François-René de Chateaubriand.
Ik kocht het omdat ik had gehoord dat het goed geschreven was en omdat er een deel van de koe naar de auteur genoemd was.
Niet elke schrijver valt zo'n buitengewone eer ten deel.
De chateaubriand is de malse kop van de ossenhaas
(musculus psoas major) en werd voor het eerst gesneden en bereid door de kok van Chateaubriand, in de tijd dat hij (Chateaubriand) ambassadeur was in Londen.
Ik kocht de memoires maar ik las ze niet toen ik twintig was. Ik kwam er niet doorheen. Het papiertje waar ik toen was gebleven (p. 49) zit er nog steeds in.
Ik lees het boek nu pas en het bevalt me. Ik heb het bij toeval teruggevonden in mijn bibliotheek en ik beschouw het boek graag als een geschenk van mijn jongere zelf aan mijn oudere zelf.
Chateaubriand in het voorwoord, vooruitlopend op zijn naderende dood: "Hoe graag zou ik niet uit de dood willen opstaan om de drukproeven te corrigeren."