.png) |
Chateaubriands maîtresse, de Parijse schoonheid Juliette Récamier ("La belle des belles")
|
De schrijver François René de Chateaubriand had een zwak voor de schrijver Michel de Montaigne die twee eeuwen eerder leefde en ook voor de schrijver François Rabelais die drie eeuwen eerder leefde.¹Hij haalt ze er in zijn mémoires om de haverklap bij.
Zoals in deze passage over de kerkklokken van Rome:
"Rabelais is het niet eens met Montaigne, die vrijwel geen klokken in Rome heeft horen luiden, in elk geval veel minder dan in het eerste het beste Franse dorpje. Rabelais hoort juist heel veel klokgebeier in Rome."²
Of in deze passage over de aantrekkingskracht van jonge vrouwen op oude mannen:
"Och, mijn goede Montaigne, op onze leeftijd rest ons nog maar één ding: onszelf terzijde te schuiven."³
¹ Chateaubriand leefde in de achttiende eeuw, Montaigne in de zestiende eeuw en Rabelais in de vijftiende eeuw (hoe minder mensen er zijn en hoe minder er gebeurt, hoe dichterbij de doden zijn).
² Uit: François René de Chateaubriand / Mémoires d'outre-tombe (Memoires van over het graf) / 1841
³ Idem (Maar Chateaubriand schoof zich niet terzijde, zie afbeelding!)