Posts tonen met het label Over W.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Over W.. Alle posts tonen

maandag 27 december 2021

Ik besloot te wachten

Samuel Pepys (1633-1703)
1.
Hij kwam altijd te laat aan en ging altijd te vroeg weer weg. Hij meed begin en einde, begroeting en afscheid.

2.
Eén keer zwaaien (ten afscheid) was niet genoeg. Hij zwaaide altijd nog een tweede keer. En op een lange rechte weg zwaaide hij zelfs nog een derde keer.

3.
Je staat versteld hoeveel mooie woorden er zijn. Dit zei Joseph Brodski (volgens J.).

4.
Als reporter was hij een mythologische figuur van het vrije westen.
Hij droeg altijd een schoudertas met daarin een microfoon en een recorder. Het waren de enige twee elektrische apparaten die hem niet de stuipen op het lijf joegen.

5.
Vragen die hij zich stelde:
Hoe moet je binnen komen in een met mensen gevulde ruimte?
Hoe zwaai je naar iemand die je leuk vindt?
Wat betekent het als een aantrekkelijke vrouw bij het weggaan naar je zwaait?

6.
Door te praten stampte hij
als een vogelde wurmen uit de grond.

7.
Na een treinreis van bijna vierentwintig uur vielen we uitgeput in slaap op het strand van het Italiaanse kustplaatsje Viareggio. Het was zomer, het was heet, de zon brandde aan de hemel. Maar denk je dat we in zee gingen? 

8.
Over een tijdje zal alles anders zijn. Toch zullen zij door de geleidelijke overgangen en door hun enorme talent voor zelfbedrog het gevoel hebben dat er niks is veranderd. Zij zullen zeggen dat het altijd zo geweest is en altijd zo zal blijven. 

9.
Toen ik zeventien of achttien was las ik Ecce homo van professor Nietzsche. Ik had het boek niet zelf gekocht, ik had het gekregen. De toon was zo helder! Zoiets had ik nog nooit gelezen. Kon taal, leven, ook zo vrolijk, zo gevaarlijk, zo energiek zijn? Wat een slaperigheid en herfstige mistigheid en nattigheid was me tot dan toe voorgeschoteld zeg. Ik knipperde met mijn ogen tegen het felle daglicht.

10.
Aanvankelijk wilde ik alles worden. Toen dat onhaalbaar bleek besloot ik om niets te worden. Toen ook dat onhaalbaar bleek besloot ik te wachten. 

11.
Ik moet alle dagboeken van Samuel Pepys nog lezen!

12.
Ik ben twee jaar beroemd geweest, namelijk van 1996 tot 1998. Maar ik zei er niets over, geen woord, tegen niemand. Ik zweeg erover als het graf. 

13.
Een geheim van iemand kunnen bewaren, willen bewaren, is iets zeer hoffelijks.

14.
In Italië heb ik aan de zee gevraagd of ze me wilde adopteren. Vele jaren later, in Spanje, heb ik de zee een huwelijksaanzoek gedaan. Het betrof de azuren zee van de Costa Brava, glinsterend tussen de rotsen als een sieraad.
Toen we daar zaten, aan het strand onder onze parasol, in het hete zand, begon het plotseling heel hard te regenen uit één enkele donkergrijze wolk die over dreef in de heldere blauwe lucht. Naast de wolk brandde de zon. En iedereen op het strand begon te lachen.

15.
Lissabon is een wereld van trappen en trappetjes. Als je helemaal beneden bent, onderaan de trappen (onderaan de stad), sta je in zee.

16.
Midden in de nacht (in het holst van de nacht) werd er aangebeld. Ik deed open door aan het touw te trekken. Iemand riep van beneden dat ik een schuld had. Wilde ik nu meteen beginnen met afbetalen, of wilde ik het nog een jaar uitstellen?
"Liever uitstellen!" riep ik.
Maar toen zij weer weg was dacht ik: waarom zou ik eigenlijk betalen? En waarvoor? Ik raadpleegde m'n geheugen.
Ik wist niks van een schuld.
Ik rende alle trappen af naar beneden, maar de mysterieuze midder-nachtelijke bezoekster was al weg, de straat uit. Zij zou ongetwijfeld over een jaar terugkeren.

17.
Moet je zien:

                                                                          Courtesy PdW

dinsdag 21 december 2021

Was het lampje wel echt uit?

Koelkastlampje
Het lampje van de koelkast ging aan als hij de deur open deed.
Als hij de deur dicht deed ging het lampje uit.
Maar was het lampje wel echt uit als de deur dicht was?
Dit is wat hij zich afvroeg.
Om te kunnen vaststellen of het lampje echt uit was moest hij de deur open doen.
Maar dan ging het lampje aan!

maandag 20 december 2021

Hoe was zo veel plezier mogelijk?

Ze hadden daar thuis zo ongelofelijk veel plezier.
Hij had zoiets nog nooit meegemaakt.
Het huis was altijd vol mensen, zelfs als de familie er helemaal niet was.
Bij hem thuis was alles ongemak. Bezoek kwam rechtop, zat rechtop en vertrok rechtop. Geen lachje fladderde uit het gezelschap omhoog.
Maar hier
hoe was zo veel plezier mogelijk?
Het leek een andere wereld, vrijer, lichter, blijmoediger dan de wereld die hij tot nu toe had gekend (de wereld waar hij vandaan kwam).
Als het laat werd kon hij blijven logeren, er was altijd wel een bed over of er werd snel een bed voor hem opgemaakt.
En dan kroop hij erin, vurig hopend dat een van de zussen die nacht bij hem onder de dekens zou kruipen.

zaterdag 18 december 2021

Hij liet alles vallen

Hij hoorde de zwarte bakelieten telefoon rinkelen.
Hij liet alles vallen waar hij mee bezig was.
Hij rende z'n slaapkamer uit en stormde de trap af met twee, drie treden tegelijk, half struikelend, bijna vallend.
Hij hield zich met beide handen vast aan de leuningen.
Het leek of er een lawine naar beneden kwam
of een locomotief.
"Met W.!"

Wat wil je bewaren?

Koolzaad
1.
Het maakte niks uit dat we elkaar nooit meer zagen.
Het ging erom dat hij bestond.

2.
Op straat meende ik hem soms even te zien of te horen. Na zijn dood leefde hij voort in mijn ooghoeken.

3.
De korenvelden, de maïsvelden, de gele koolzaadvelden met daarin de dorpjes, de kerktorens, de schaduwrijke bomen en daarboven de blauwe luchten met de kraaien, de geuren, het zoemen van de insecten
.

4.
Van ver is de eerbied groter.¹

5.
Ooit waren de Portugezen de heersers van de wereld. Nu zijn zij de slaapwandelaars van de wereld. De fado klinkt als een verlangen naar wakker-zijn of een herinnering aan wakker-zijn.

6.
Waarom huppelen alleen meisjes?

7.
"Als de mensheid vergaat, wat wil je dan bewaren als aandenken?"
"Het huppelen."²

8.
Er zat spanning  op onze levens. Als je ons aanraakte kreeg je een elektrische schok.

¹ "Major e longinquo reverentia"Publius Cornelius Tacitus (AUC 809-873)³ / Annales 1, 47 / Geciteerd in Asterix en de Helvetiërs.
² Meer over huppelen: The biomechanics of skipping gaits: a third locomotion paradigm? / Door Alberto E. Minetti / Department of Physiology, IstitutoTecnologie Biomediche Avanzate, 1998
³ AUC is een afkorting van Ab Urbe Condita, wat betekent: vanaf de stichting van de stad Rome. AUC 809-873 komt overeen met 56-120 na het begin van de christelijke jaartelling.

donderdag 9 december 2021

Het arbeidsethos had hem te pakken

1.
Zijn dagen, zijn weken en zijn maanden stroomden vol met werk. Het arbeidsethos had hem te pakken. Ook de weekeinden stroomden vol met werk. Als ik hem toevallig op straat tegenkwam had hij maar tien minuten de tijd in plaats van de hele dag, zoals voorheen, en hij keek voortdurend op zijn horloge. Vaak had hij helemaal geen tijd, behalve om te zwaaien.

2.
Hij was een veel betere gast dan gastheer.

3.
Hij had een blauwige of groenige tatoeage op zijn arm. Het waren drie puntjes. Ik vroeg hem hoe die drie puntjes daar terecht waren gekomen. Hij zei dat hij ze zelf met een gesteriliseerde naald in zijn huid had geprikt toen hij veertien jaar was en er daarna Parker Quink permanent blue-black in had gedruppeld en gewreven.

4.
Ik woonde in een klein huis dat tegelijk een groot huis was. Het had een oppervlakte van veertig vierkante meter, maar omdat het halletje (H), de badkamer (B), de slaapkamer (S), het terras (T), de woonkamer (W) en de keuken (K) allemaal twee deuren hadden kon ik er eindeloos rondjes in lopen.
 

5.
Tenslotte kregen we ruzie en we werden vijanden. Maar we spraken regelmatig af in de stad, buiten de ruzie en de vijandschap om, alsof we diplomaten waren van onszelf. Dan dronken we en kletsten we.

donderdag 2 december 2021

Ik maak me zorgen over je

Davids van Michelangelo in een Florentijnse shop
1.
In Florence, in de Galeria dell'Accademia, stonden we voor de David van Michelangelo. Het was 1977.
Ik zei tegen W.: "Weet je waarom Michelangelo zo van wit marmer hield?"
"Nee," zei W.
Ik zei: "Toen Michelangelo zes jaar was stierf zijn moeder. Hij werd toevertrouwd aan een voedster. Het witte marmer was een eerbetoon aan de witte borst en de witte melk van zijn voedster."
"Hoe weet je dat?" vroeg W.

2.
In 1977 bestond internet niet en er bestonden geen mobiele telefoons. Als je op reis ging verdween je (je reisde om te verdwijnen).

3.
Het is opvallend hoe "precies" een omhelzing kan zijn.

4.
Mijn vader was op een aanstekelijke manier zorgeloos. Bij hem in de buurt werd iedereen zorgeloos. Maar vlak voor zijn dood in 1993 zei hij tegen me: "Ik maak me zorgen over je."

maandag 24 mei 2021

Over W. (5) / Ze zijn het echt

45.
Het leven is iets zeldzaams. Het is zeker niet iets krachtigs. Anders zou het vaker voorkomen, op miljoenen andere planeten.
Het niet-leven is veel krachtiger.

55.
Kun je verlangen naar de dood zoals naar de zee op een snikhete dag koel, helder, moederlijk deinend, verfrissend?

55.
Het voelde goed om de straat op te gaan,
langs de rivier te kuieren, naar China te vliegen of op een snikheet Italiaans perronnetje te wachten op de trein, rokend in de schaduw, leunend tegen zijn rugzak.

57.
Het schrikken als de telefoon gaat is behalve een psychisch ook een biologisch verschijnsel. Het is de schrik van de stilte over het lawaai, van het hert in het bos dat een tak hoort breken, van de bewoner over de inbreker, van de ballon over de naald, van het zijn over het binnendringen van het niet-zijn.
"Met P.," zei ik.

57.
Ik gaf de planten water op het balkon, de bamboe op het binnenplaatsje. Aan het einde van de middag ging ik zoals elke dag naar de supermarkt om voedsel te kopen.
 

57.
"Ze zijn het, ze zijn het echt!" riep iemand toen W. en ik eraan kwamen lopen, schouder aan schouder, elk meer op z'n gemak met de ander dan alleen.

Over W. (4) / De leidingen

Rainer Maria Rilke
26.
Het was nog vroeg in de ochtend en het begon al warm te worden.
Het was zomer.
We waren tot laat uit geweest.
We waren in de discotheek geweest.
We hadden niet gedanst (dit hadden we wel moeten doen).
De ramen en deuren van mijn huis aan de W-schans stonden open, de gordijnen deinden zachtjes in de bijna-windstilte, we hadden een kater.
Van buiten kwam de zoete geur van de opwarmende stad.

33.
We voelden ons zoals tijdens onze laatste dagen op de middelbare school, vijftien jaar eerder. Onder de geslaagden heerste een sfeer van afscheid en melancholie. Maar iedereen was ook ongedurig en vol verwachting.
De losbandigheid die al die tegenstrijdige gevoelens teweeg brachten!
Dit keer eindigde niet onze middelbare schooltijd, maar het tijdperk van onze onafscheidelijkheid. 

33.
W. had van jongs af aan het zekere gevoel dat een leven zonder vrouw en kinderen zinloos was. Zijn toekomstige gezin was voor hem als een verre, lonkende haven waarin hij op een dag zou binnenvaren en afmeren, liefdevol in de armen gesloten.

34.
W.'s vader was die middag, lang geleden, niet verdronken.
Hoe moet het geweest zijn voor W., toen z'n vader het tuinpad op kwam lopen, uitgeput en in de war van de epileptische aanval, opgestaan uit de dood, kroost op z'n kale hoofd en nat van de sloot waarin W. hem had laten liggen? 
Hoe moest het nu verder? Eén blik van z'n vader was genoeg om W. ineen te laten krimpen van ellende.
"Jij hebt mij gedood."
Was het wel echt gebeurd?
Tegen de tijd dat W. ging trouwen was hele idee vader te beladen, te zenuwslopend voor hem geworden.  

34.
Toen begon W.'s gevecht met z'n afkomst, met z'n genen. Toen begon zijn gewapende terugtocht in het verleden, zijn obsessie met het vlees, met de leidingen. "Eigenschappen slaan soms een generatie over," zei hij met onafzienbare bezorgdheid in zijn stem. Voor het eerst had ik met hem te doen.

36.
Herfst 1995.
"Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr," zei W.
Dit had Rilke
geschreven. Rilke leefde van 1875 tot 1926.

[wordt vervolgd]