Posts tonen met het label IJssel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label IJssel. Alle posts tonen

zaterdag 3 december 2022

De rivier de IJssel is nog jong

Jan Voerman / Gezicht op de IJssel
J.'s nieuwe landgoed ligt op een kilometer van de rivier de IJssel. Ik woonde ook dicht bij de IJssel, op de andere oever, in de stad Z.

De IJssel is de mooiste en geurigste rivier van het land en mogelijk van de wereld.

De IJssel is nog maar vijftienhonderd jaar oud. De oude stad Z. bestond al tweehonderd jaar toen de IJssel besloot om erlangs te gaan stromen.

Het is zelden vertoond in de geschiedenis van de natuur en van de wereld dat er eerst een stad werd gebouwd en dat er daarna een rivier langszij kwam uit zichzelf. Je kunt hieraan zien dat de IJssel een zoekende is en een goed hart heeft.
De IJssel heeft haar eigen schilder, Jan Voerman. Hij leefde van 1857 tot 1941.

woensdag 6 oktober 2021

Van heel ver kwam iemand aanrennen om de bal te vangen

De IJsselkade bij Zutphen
1.
Als de Romeinen op reis gingen zeiden ze dat ze van hemel gingen veranderen (caelum mutare).

2.
Hij was bij z'n moeder op bezoek. 's Avonds vroeg ze hem waarom zijn leven mislukt was. Hij ontkende dat het mislukt was. Maar daar wilde zij niks van weten.

3.
Ik bracht een bezoek aan de rivier de IJssel.
Op de kade stond een beeld van Ida Gerhardt.
Het beeld stond niet op een sokkel maar op de grond.
Er was innigheid rondom.

4.
Hier gooiden wij de bal in de lucht.
En dan verstopten wij ons.
Van heel ver kwam iemand aanrennen om de bal te vangen voordat hij op de grond stuiterde.
Wij hadden van tevoren zijn naam geroepen.

5.
Ik had afgesproken met M. en J. bij café de D. Het was warm weer, we zaten buiten. Tegen middernacht kwam er een tijdje een panter bij ons staan.

6.
Kijk, daar, die boom, die was het. Die strekte zijn takken naar mij uit als armen. O nee, toch niet, het was een andere boom (het waren andere armen).

zondag 23 mei 2021

Over W. (2) / Onzichtbare vissen

De Ponte Vecchio in Florence
18.
De kunst is om de vragen die je hebt zo lang mogelijk onbeantwoord te laten. Hoe lang je dat uitstel aankan, verdragen kunt, bepaalt wat voor een persoon je bent.

18.
W. woonde aan de andere kant van de rivier.

18.
Wat doen de meeste mensen als ze een toeval constateren? Ze denken dat het geen toeval is.
Mijn moeder en mijn zusjes beschouwden W. als een aanwinst. Met hem kregen we er een kletskous bij.
"Begin maar alvast met praten, W., we komen er zo aan!"

18.
Een handdoek als een tulband om haar hoofd, een badjas losjes om haar lichaam geslagen. Blote voeten, nog nat, op de houten vloer, en vloeken en tieren als een zeeman. Zo kwam Q. vaak 's morgens vroeg de woonkamer in.
Overal waar ze geweest was stonden potjes open, gloeiden apparaten na, lagen opengescheurde verpakkingen van zeep, van shampoo, van maandverband. Half uitgeperste sinaasappels, gebruikte handdoeken, bananenschillen, boterhammen met een hap eruit, slipjes, bh's, truitjes, broeken, rokjes, laarzen, gympies, elastiekjes.
Het kielzog van een zestienjarige.
"W.!" riep Q, vanuit de badkamer, "wil je me de handdoek even aangeven als je daar toch bent. Hij ligt op de verwarming. En niet binnen komen!"
W. dronk het gulzig in, dit nieuwe leven. Het liep hem langs de mond, over de kin, in z'n hemd.
"W., kun je me even naar de stad brengen als je toch die kant op gaat?"
Maar natuurlijk kon hij dat. Hij wilde haar wel naar het einde van de wereld brengen achterop z'n fiets, haar handen om zijn middel, wat hem het gevoel gaf alleen nog maar te bestaan uit de gloeiende plekken waar haar handen hem aanraakten.
Hij genoot er van om door haar gezien, door haar gekend, door haar geroepen te worden. Het ontspande hem, maakte hem als het ware langzaam maar zeker geschikt voor de liefde, zoals een kippetje na een nacht in de marinade zacht en mals en smakelijk is geworden, en geschikt voor de oven.

18.
En de moeder, wat was die vurig! Ze had gitzwart haar, was altijd prachtig opgemaakt en behangen met fijne, fijnzinnige sieraden. Ze had felblauwe ogen, het lichaam van een turnster of een danseres, een soepele, lichte, beheerste tred. Als hij dat eens vergeleek met de vrouwen uit V.  Maar de vader had hij nog niet gezien. Waar was die eigenlijk?

18.
We liepen door de binnenstad van Z. We vonden het prettig om daar te lopen. Het leek wel een Italiaans dorp. Er waren pleintjes, middeleeuwse kerken, oude stadspoorten, smalle steegjes, stijgend en dalend.
En de IJssel.
We hoefden niet zo nodig vrij te zijn. Simpelweg er zijn vonden we al mooi genoeg (en dan had je nog het los zijn van de "kosmopoliet").

18.
"Zullen we naar Italië gaan?" vroeg W.
Vanaf het station in Z.
"een klein stationnetje aan de lijn naar Rusland" ging het met de nachttrein richting het zuiden.
We stonden op een camping op een heuvel in Florence, met uitzicht op de Ponte Vecchio. Het was heerlijk weer en het rook zo lekker in de heuvels.
We gingen naar zee met een boemeltreintje en zwommen in zee.
"Ik zie helemaal geen vissen," zei W.
"Het zijn onzichtbare vissen," zei ik.
"O ja," zei W.

[wordt vervolgd]

dinsdag 18 mei 2021

Heb je een nieuwe jas?

De oerkip (red junglefowl)
1.
"Heb je een nieuwe jas?"  
"Nee, die is van Tobias."

2.
De nieuwe biologische runderworsten van Albert Heijn lijken nogal veel op de vroegere niet-biologische runderworsten van Albert Heijn.

3.
Hoe kun je merken dat een tijdperk ten einde loopt? Doordat het zich het vorige tijdperk begint te herinneren.

4.
Internet heeft niet "de eenzamen verbonden", maar de verbondenen vereenzaamd. Iemand klaagde: "Als ik mijn vrouw of mijn kinderen wil spreken moet ik eerst een afspraak met ze maken."

5.
De flamingo herkent feilloos het eigen jong tussen tienduizenden andere jongen.
De duif vliegt vanaf de andere kant van de planeet feilloos terug naar huis
zonder te verdwalen.
Etcetera.

6.
Ik heb een nieuw godje geschapen. Het leeft op de grens van het bos en de bewoonde wereld. Het heeft interesse in ons, net als de oerkip. Ik heb nu drie godjes geschapen: het IJsselgodje, het godje van de nabijheid en het godje van de grens.
Nu moeten ze gaan groeien.

7. (Twee neologismen)
Kinderen van dezelfde moeder: buikgenoten
Kinderen van dezelfde vader: zaadmaatjes
 

8.
Op tv zag ik de Noord-Indochinese of Zuid-Chinese tijger (Panthera tigris amoyensis). Hij keek heel droevig. Het is een bedreigde diersoort. Er leven er nog dertig in het wild. Zouden dieren op een of andere manier voelen dat hun soort met uitsterven bedreigd wordt? Ik bedoel, zouden ze behalve hun eigen "individuele" lijden ook het lijden van de soort voelen?  

9.
Mijn eerste (en laatste) spijkerpak was van het merk Lois. Ik kreeg het toen ik negen jaar was. Lois was toen een geduchte concurrent van Levi's. Na elke wasbeurt was de slijtage bij de knieën, de bovenbenen en de ellebogen weer toegenomen. Dit vond ik zeer mooi.

10.
Volgens een oude dame op tv heeft de Spaanse dichter Federico García Lorca gezegd dat wij de plicht tot vrolijkheid hebben. 

11.
Wat zit er toch in veel dingen een klok! Ik heb klokken gezien in pannen, in schoenen, in ringen, in fietsen, in pennen, in messen, in tassen, in koffers, in speelgoed, in ijskasten, in fornuizen, in piano's, in spiegels en in brillen.

¹ In potjeslatijn: liberi ex ipse utero (kinderen uit dezelfde baarmoeder).
² In potjeslatijn: liberi ex ipse testiculis (kinderen uit dezelfde ballen).

zaterdag 10 april 2021

Er zijn nog zoveel nieuwe goden mogelijk

Dansende god
Dit jaar zullen eindelijk de deuren van de Dolce far Niente Academie open gaan. 
Op de academie zal onder meer een college godvorming (theotechniek) worden aangeboden
een kunst die verloren is gegaan.
De Grieken waren de laatste godvormers
van Europa; daarna vestigde zich het monopolie van de ene en enige god.
De religieuze creativiteit en het religieuze plezier worden al millennia lang belemmerd door dit sombere monopolie ("monotheïsme").
Kunstenaars met een talent voor godvorming gingen zich toeleggen op wat nog wel mocht: schilderen, componeren, schrijven, beeldhouwen, theater maken.
Hoe is het mogelijk dat in duizenden jaren niemand behalve professor Nietzsche tegen het verbod op godvorming in het geweer kwam?
Wij moeten weer polytheïsten worden.
Je moet weten dat goden er zijn om ons gezelschap te houden en om plezier met ons te maken. "Ik zou alleen in een god geloven die kon dansen," schreef professor Nietzsche in Middag en eeuwigheid.
Er zijn nog zoveel nieuwe goden mogelijk.

Zie ook, o.m.: het godje Messi; het godje van de nabijheid; IJsselgodje

woensdag 27 mei 2020

Maar natuurlijk

Mijn familiewapen
Ik raakte in gesprek met iemand die naast me op een bankje aan de kade zat. Hij zat
op de ene hoek en ik zat op de andere hoek.
Hij liet me een ring zien die
om een van zijn tien vingers zat.
"Familiewapen," sprak hij.
En nadat hij verteld had wat er allemaal te zien was op het familiewapen, vroeg hij: 
"Heeft u ook een familiewapen?"
"Maar natuurlijk."
Op de afbeelding zie je ons familiewapen. Rechts onderin zie je de kleur sienna¹ met de witte golfjes van de IJssel en het IJ, links onderin de kleur geel² met een paar frommelige bloemen van een clematis, bovenin de kleur lichtblauw³ met Kairos, de Griekse god van het juiste moment. 

¹ Aarde

² Vuur
(zon)
³ Water, lucht

vrijdag 24 april 2020

Mijn IJsselgodje is schuw en laat zich nooit zien

Steegje in Genua
1.
Inschrijving aan de Dolce far Niente Academie kost maar € 899,- per jaar. Na drie jaar ontvang je je diploma. Je hoeft er niets voor te doen. Het geld is dus goed besteed. Met het diploma een sieraad kun je verder niets.

2.
Op ons terras broedt een
koolmees. De bouwvakkers mogen het broeden niet verstoren en moeten hun werkzaamheden uitstellen tot de jonge koolmeesjes zijn uitgevlogen. Zo is de wet. Wij Europeanen worden langzaam maar zeker weer kinderen van de natuur, nadat we lang spoken van god zijn geweest. Dat is een grote overgang. Maar: een overgang naar een toestand die nog in het geheugen van ons lichaam zit. Zoals je rolschaatsen of pianospelen nooit verleert, zo zul je het ook nooit verleren om natuur, om koolmees te zijn.

3.
Het lijkt wel alsof onze naasten meer waard worden nu ze kunnen doden met hun nabijheid (door het virus). Er is weer iets gevaarlijks, iets dreigends, iets avontuurlijks aan onze naasten.

4.
Ik lees de Genuese notities van professor Nietzsche. Net als Ilja Leonard Pfeijffer, die ook in Genua woont, is professor Nietzsche een meeslepend schrijver. Dat verhindert hem niet om zeer helder na te denken.

5.
Het onbenoembare, onzegbare, onzichtbare als hoogste ("goddelijke") instantie. Wat een
sluwheid. 

6.
Mijn IJsselgodje is schuw en laat zich nooit zien.
"Hoe kun je dan bewijzen dat je het geschapen hebt?" vroeg iemand met wie ik langs de IJssel liep.

7.
Elk kunstwerk geeft iets terug aan degene die het gemaakt heeft. Het werk verandert zijn (of haar) koers, verruimt zijn (of haar) innerlijk, verscherpt zijn (of haar) blik of verdiept zijn (of haar) inzicht. Zo geeft het kunstwerk de kunstenaar vorm.

Precies zo was het oorspronkelijk ook met de goden. De goden waren onze kunstwerken en gaven iets aan ons terug.

Maar toen gebeurde er iets vreemds.
Wij meenden opeens dat zij ons gemaakt hadden in plaats van wij hen. Menen dat je door een god geschapen bent is net zoiets als menen dat je door de Matthäus Passion verwekt bent.
Ik probeer al m'n hele leven te begrijpen hoe die omdraaiing toch mogelijk is geweest en hoe het kan dat die zo persisteert. 

8.
Het monotheïsme is een aanval op de autoriteit van de zintuigen. Op het horen, het ruiken, het zien, het voelen en het proeven. En op het gehoorde, het gerokene, het geziene, het gevoelde en het geproefde. 

9.
Als je wilt weten wat voor een indruk het monotheïsme op de antieke wereld maakte, dan hoef je alleen maar het achtuurjournaal aan te zetten en de huidige Griekse wanhoop en verbijstering over de havelozen uit het Midden-Oosten te bestuderen. Het drama van tweeduizend jaar geleden wordt daar als het ware
nagespeeld (of herbeleefd). 

10.
"Hij woont aan de overkant van het water."

11.
Overpeinzing van een muurkundige: als individu kiezen we, mogen we kiezen; de één zien we graag, de ander niet. Niet iedereen kan onze vriend zijn, zeggen we. Dat is zelfs onderdeel van onze trots, van onze eigenheid en menselijkheid. Waarom lukt ons dat in groepen toch zo slecht?

12.
Taal en werkelijkheid zijn twee verschillende werelden. In de wijsbegeerte is dat al heel lang bekend, het is zelfs een (betwist) cliché, maar nu is het cliché ook tot de president van de Verenigde Staten doorgedrongen. Niet tot ons voordeel.

zondag 29 maart 2020

De gedichten van e.e. cummings zijn als microscopen

e.e. cummings

"Als het je wens is mij te sluiten / zullen ik en mijn leven heel mooi dichtgaan, plotseling / zoals wanneer het hart van deze bloem zich de sneeuw voorstelt / voorzichtig overal dalend."
Ik las deze regels in een gedicht van e.e. cummings. Ik schrijf zijn naam met kleine letters omdat hij dat zelf ook deed.
Je kunt hem moeilijk vergelijken met andere dichters.

Zijn gedichten zijn microscopen waardoor je een nieuwe, onbekende wereld kunt zien: de microkosmos van de nabijheid.
Ik vind zijn gedichten ontroerend. Maar dat mag je aan niemand verder vertellen, want ik koester mijn imago van fullcontact kooivechter.
Ik lees de gedichten niet vaak en ik wil ook niet alles van hem lezen. Je kunt een wonderbaarlijk dichter geen slechtere dienst bewijzen dan alles van hem te lezen.¹

E.e. cummings is een groot kenner van de nabijheid, van het dichtbij iemand zijn bij vrouwen in zijn geval, want hij had veel vrouwen (niet tegelijkertijd). Als hij in de oudheid had geleefd, dan was hij zeker als het godje van de nabijheid opgenomen in het gastvrije gezelschap van de goden. Maar hij leefde niet in de oudheid, hij leefde van 1894 tot 1962 in Amerika en daarom maak ik hem nu tot het godje van de nabijheid.
Mij is namelijk de autoriteit toegevallen om natuurgodjes te scheppen. Voorlopig heb ik nog het alleenrecht, maar ik zoek dat zo snel mogelijk te delen met zoveel mogelijk anderen. Het godje van de nabijheid is mijn tweede godje. Eerder heb ik een riviergodje gemaakt, dat nog geen naam heeft. Het leeft aan de rivier de IJssel.
Voor het eerst sinds duizenden jaren worden er weer goden geschapen in Europa!
Tegelijkertijd is mij het aanvullende voorlopige alleenrecht toegevallen om met een team van godgeleerden, onder bescherming van nieuwe transcen-dentale antitrustwetgeving, monotheïstische goden in meerdere goden op te splitsen, te vermenselijken, te vernatuurlijken of (tijdelijk) buiten dienst te stellen.
Eén en ander om de concurrentie te bevorderen en zo vier miljard mensen² tegen al te hoge prijzen te beschermen (schuld, straf, zonde, boete, hel, verdoemenis, onthouding, twaalf kinderen).
Hierover meer in m'n wijsgerige hoofdwerk Het Niets, het Ene, het Vele en Alles.
 

¹ Alleen van Federico Garcia Lorca moet je alles lezen, want alleen dan wordt je het mysterie gewaar dat zijn gedichten afzonderlijk welwillend aan het gezicht onttrekken.
² Zoveel mensen zijn er die in een monotheïstische god geloven! 

donderdag 20 juni 2013

Heb je wel eens een middag aan de oever van de IJssel gezeten?

Als ik nieuwe goden ga scheppen dan zal ik beginnen met een riviergodje.
Het stromen van rivieren is indrukwekkend.
Heb je wel eens een middag aan de oever van de IJssel gezeten?
Nee?
Dan moet je dat eens doen, dan weet je wat ik bedoel.
Ik ken geen rivier die zo mooi stroomt als de IJssel. Hij stroomt krachtig en onweerstaanbaar maar ook heel beweeglijk en lichtvoetig en met een vriendelijk laisser faire lasser passer.
Langzaam maar zeker wordt de enorme, onstuitbaar stromende watermacht vaardig over je geest. Vastgeroeste rottigheid in je kop raakt los en stroomt mee met de rivier.

Is de rivier dan niet genoeg, zul je misschien denken? Zijn daar wel godjes bij nodig?