woensdag 8 april 2020

Nieuw in het straatbeeld

                                           Mondkapje, liggend op de hoek van de Cruquiusweg
                                                      en de Veelaan in Amsterdam-Oost

dinsdag 7 april 2020

Enkele wereldleiders en ik

Berken
Sinds ik niet meer drink
– alleen nog op vrijdagavond en zaterdagavond – sta ik geweldig vroeg op.
Sinds lang ben ik niet meer zo vroeg opgestaan.
Ik ben veel ongeduldiger dan vroeger. Dat wil zeggen: mijn lichaam is ongeduldig.
Mijn geest probeert de teugels aan te trekken, maar hup, daar galoppeert het paardmens al onder de douche vandaan en stormt de uitgestrekte grasvelden van de dag in.
De vroege ochtend is mooi. De zon komt op boven onze straat en degenen die in de straat zijn
– hardlopers, honden, wandelaars – hebben lange schaduwen. Tot nu toe kende ik de lange schaduwen alleen van de ondergaande zon, niet van de opkomende zon.
Ik ben naar buiten gegaan in mijn jas van Gorbatsjov.
Heb ik je wel eens verteld hoe ik aan de jas van Gorbatsjov gekomen ben? Wel, ik heb 'm van Gorbatsjov gekregen. Ik draag hem al meer dan twintig jaar, hij is tot op de draad versleten maar ik kan er geen afscheid van nemen.

Weet je nog wie Gorbatsjov was? Of moet ik je geheugen even opfrissen? Ach wat, bekijk het ook maar. Als je dat nu al niet meer weet, dan mag ik doodvallen of je hebt een geheugen als een zeef.
Weet je het nu weer? Dat is dan mooi, want hier komt het verhaal van m'n twee Russische kennissen W. en A. Dat wil zeggen, W. vertelde het verhaal, en A. zat er de hele tijd om te grinniken, zo geslaagd vond hij het. Het had niet veel gescheeld of hij was van de stoel gevallen van het lachen, want hij had al een stevig slokje op, en niet van de thee, dat verzeker ik je. God mag weten wat voor een brouwsel daar in de samovar stond te pruttelen, thee was het in elk geval niet.
"Gorbatsjov mag dan volgens jou een groot en onvergetelijk staatsman zijn geweest, groter dan Napoleon, Caesar en Churchill bij elkaar opgeteld," zei W. tegen mij, "maar wij mogen nooit vergeten dat hij op een kwade dag de drank verbood."
"Inderdaad, dat mogen we nooit vergeten," viel A. hem bij, "hoe onmetelijk groot hij misschien ook als staatsman is geweest."
"Hoe groot ook," zei W.
En nadat het voor alle aanwezigen duidelijk was geworden dat die twee het in alle opzichten roerend met elkaar eens waren, vervolgde W. zijn verhaal aldus:
"'Het kwam zomaar op een mooie ochtend in zijn hoofd op, en de volgende dag was er al geen druppel alcohol meer te vinden in de supermarkten. Maar denk je dat wij Russen het erbij lieten zitten? Vergeet het maar. En hier is wat we erop vonden. Schrijf het maar op, want 't is een waardevol recept voor een voortreffelijk alcoholisch drankje en misschien komt het nog eens van pas, je weet het maar nooit. Hier is het recept: je gaat naar de supermarkt-zonder-drank en je koopt daar een fles appelsap van drie liter. Die neem je voorzichtig mee naar huis. Thuisgekomen boor je een klein gaatje in het deksel van die fles, precies zo groot dat er een rijstkorrel door kan. Dan neem je een handvol rijst en druk je liefdevol de korreltjes erdoor, een voor een. Vervolgens ga je terug naar de supermarkt en koop je een rubberen handschoen. Die vind je makkelijk bij de schoonmaakmiddelen. De handschoen klem je stevig om het deksel met het gaatje erin, en dan zet je de hele constructie in een donkere, warme en rustige hoek van je huis. Verder hoef je niks te doen, behalve eens per week die fles met die rubberen handschoen van een afstandje bekijken. De rijst begint te gisten, er ontstaat alcohol, en daarbij komt er een gas naar buiten waardoor de rubberen handschoen opgeblazen wordt."
Het was op dit punt, dat A. bijna van de stoel viel van het lachen want hij wist al wat er komen ging.
"Langzaam komt de handschoen overeind," vervolgde W., "en als hij rechtop staat en begint te zwaaien, heel melancholiek, als een Russische leider op het balkon van het Kremlin, dan is het drankje klaar. Wij noemen dit drankje: Groetjes van Gorbatsjov."
"Lang leve het Rode Leger, leve de Russische Revolutie!" riep daarop A. En hij begon het volgende gedicht te declameren, dat hij zelf geschreven had:

Witte berken
en Kremlin's muur.
Scheve ogen
en de Chinese muur.
En in Berlijn stond de Berlijnse muur.

En nadat hij dat ontroerende gedicht had voorgedragen ging A. ervandoor op de Russische manier, dat wil zeggen, hij kneep ertussenuit.
Dit alles gebeurde op de avond van de 24ste augustus van het jaar 1996 te Amsterdam, in het grote herenhuis van K. en M., de gastvrouw en gastheer.¹
Nu ik hett toch over wereldleiders heb: een keer heb ik samen met Boris Johnson een treinreis naar Midden-Italië gemaakt, een mooie tocht van bijna vierentwintig uur. Winston Churchill was er ook bij. En bij professor Nietzsche heb ik een keer achter op de fiets gezeten (toen Z. (15) Boris Johnson voor 't eerst zag, riep ze uit: "O, wat een schatje)."
 

¹ Dit verhaal publiceerde ik eerder (in de vorige eeuw) in de Volkskrant.

maandag 6 april 2020

Alle mannen in de wereld en alle vrouwen in de wereld

Arc de Triomphe
Volgens de krant lijden vrouwen onder de corona-maatregelen.
"Coronacrisis zet vrouwen-rechten zwaar onder druk," staat er.
Maar vrouwen zijn toch juist de winnaars?
Alle mannen in de wereld moeten anderhalve meter afstand houden van alle vrouwen in de wereld.
Had de Metoo-beweging zich iets beters kunnen wensen?
Nee toch?

zondag 5 april 2020

Het vlammetje Gods

De Panhard PL17
Ik was met mijn vader en moeder en al mijn zusjes in de Panhard in Italië op vakantie. Ik zag een kale oude hond op een kerkplein in een bergdorp. Hij werd door de dorpsjeugd in een hoek gedreven en bespot. Kun je honden bespotten? Ja, dat kan. Worden honden daardoor gekwetst? Ja, dat worden ze. Toen hij geen kant meer op kon, werden hem – de hond – kleurige veren in de kont gestoken. Hij werd vrij gelaten en rende er vandoor met de staart tussen z'n benen (en met de kleurige veren in z'n kont). En de dorpsjeugd wees hem na en lachte hem uit. Ik voelde medelijden met de hond. Ik was helemaal tot de rand toe gevuld met medelijden.
We gingen ook nog de dorpskerk in. Eén van ons liep de kandelaar omver met het vlammetje Gods. M'n vader zei dat we beter zo snel mogelijk konden vertrekken (voordat de dorpelingen merkten dat hun vlammetje Gods niet meer brandde). Terwijl we de berg afdaalden zag ik in de achteruitkijkspiegels van de Panhard dat het hele dorp met hooivorken en stokken achter ons aan kwam.

zaterdag 4 april 2020

En ze renden en ze groeven en ze joechen

Vroeger kwam ik vaak in bossen. Waar ik woonde waren veel bossen. We gingen erheen met de honden, om ze te laten rennen. We hadden twee honden, een kleine en een grote (een grote en een kleine). Ze zaten achter in de auto, elk aan een kant. Ze staken hun koppen uit de ramen en lieten de wind door hun lange haren waaien. Ze blaften tegen de wind. Het leek of ze lachten. Ja, ze lachten.
En ze renden. En ze groeven. En ze joechen. Soms vingen ze een haas. En ze sprongen in de vennen. En ze rolden over de grond met hun poten in de lucht. En ze schudden hun koppen.
Als we terug gingen zagen ze er achter in de auto uit als twee guerrilleros. Overal takjes in hun haren, gras, wilde bloemen, bladeren, dennenappels, dennennaalden, beestjes en god weet wat. Ze leken wel twee struiken. En hun lange roze tongen hingen uit hun bekken, en ze hijgden, en de druppels vielen van hun roze tongen. 

Af en toe raasde er een storm door de bossen. Dan gingen we niet, dan was het gevaarlijk. Pas als de storm voorbij was gingen we weer. Veel bomen waren omgevallen met wortelkluit en al. Aarde stond rechtop als een muur. Aarde toonde haar binnenkant.

vrijdag 3 april 2020

Het is moeilijk afscheid te nemen van kwellingen

Onder de gootsteen

1.
We hadden een lekkende keukenkraan.
Hij drupte de hele tijd en ik had geen zin om een nieuwe te installeren.
   

2.
Vroeger had ik een aannemerij met E..
E. was mijn compagnon.
Wij waren succesvol.
Wij verdienden veel geld.
Aan het einde van elke maand gingen wij naar de winkels.
O, en wij kwamen thuis met tassen vol. 

3.
E. kon loodgieten.
Mijn vader kon ook loodgieten.
Mijn vader vloekte onophoudelijk als hij op z'n rug in het kastje onder de gootsteen lag en dat doe ik ook. Als ik niet op tijd gestopt was met loodgieten was ik nu dood geweest. Dood van het vloeken. 

4.
Al het gereedschap is te groot in een gootsteenkastje.
Je ligt op je rug.
De moeren die je los draait vallen op je bril.
Het water drupt op je voorhoofd.
De ijzerzaag kan maar een centimeter vooruit en achteruit. 

5.
Wat een luxe is een niet druppende kraan!
De gewoonste dingen zijn een grote luxe. Toch hoor ik nog druppels vallen uit de nieuwe kraan. Maar ik zie ze niet in de gootsteen vallen. Het is m'n verbeelding die de druppels hoort vallen. M'n verbeelding zet het druppen van de kraan nog even voort. 't Is moeilijk afscheid nemen van kwellingen. Dat weet iedereen. 


 
Het druppelen van de oude kraan
 

woensdag 1 april 2020

Losse kreukels

Het is jammer dat je kreukels nergens los kunt krijgen.
Je moet er altijd een overhemd bij kopen, of een broek.

Een lied om te zingen

De lucht boven ons huis:

 

 

 

 

 

 

 

 


De tulpen in de vaas:



 

 

 

 

 

 

 

 


Het nieuwe witte linnen overhemd:



 

 

 

 

 

 

 

 


Het nieuwe blauwe linnen overhemd:



 

 

 

 

 

 

 



Tafellaken (links) en inpakpapier van het nieuwe blauwe overhemd (rechts):



 

 

 

 

 

 

 

 


Een lied om te zingen:


Danse Russe

If when my wife is sleeping
and the baby and Kathleen
are sleeping
and the sun is a flame-white disc
in silken mists
above shining trees, –
if I in my north room
dance naked, grotesquely
before my mirror
waving my shirt round my head
and singing softly to myself:
"I am lonely, lonely,
I was born to be alone,
I am best so!"
If I admire my arms, my face.
my shoulders, flanks, buttocks
against the yellow drawn shades,˗
Who shall say I am not
 the happy genius of my household?¹

¹ Door: William Carlos Williams

maandag 30 maart 2020

De Amerikanen kopen meer wapens dan ooit

De Smith & Wesson M&P 9 Shield, Amerika's
geheime wapen tegen het virus
Amerikanen kopen meer wapens dan ooit.
Dit is hun reactie op de opmars van het coronavirus.

Gaan ze het virus doodschieten?
Op de foto: het één na populairste wapen van Amerika.

zondag 29 maart 2020

De gedichten van e.e. cummings zijn als microscopen

e.e. cummings

"Als het je wens is mij te sluiten / zullen ik en mijn leven heel mooi dichtgaan, plotseling / zoals wanneer het hart van deze bloem zich de sneeuw voorstelt / voorzichtig overal dalend."
Ik las deze regels in een gedicht van e.e. cummings. Ik schrijf zijn naam met kleine letters omdat hij dat zelf ook deed.
Je kunt hem moeilijk vergelijken met andere dichters.

Zijn gedichten zijn microscopen waardoor je een nieuwe, onbekende wereld kunt zien: de microkosmos van de nabijheid.
Ik vind zijn gedichten ontroerend. Maar dat mag je aan niemand verder vertellen, want ik koester mijn imago van fullcontact kooivechter.
Ik lees de gedichten niet vaak en ik wil ook niet alles van hem lezen. Je kunt een wonderbaarlijk dichter geen slechtere dienst bewijzen dan alles van hem te lezen.¹

E.e. cummings is een groot kenner van de nabijheid, van het dichtbij iemand zijn – bij vrouwen in zijn geval, want hij had veel vrouwen (niet tegelijkertijd). Als hij in de oudheid had geleefd, dan was hij zeker als het godje van de nabijheid opgenomen in het gastvrije gezelschap van de goden. Maar hij leefde niet in de oudheid, hij leefde van 1894 tot 1962 in Amerika en daarom maak ik hem nu tot het godje van de nabijheid.
Mij is namelijk de autoriteit toegevallen om natuurgodjes te scheppen. Voorlopig heb ik nog het alleenrecht, maar ik zoek dat zo snel mogelijk te delen met zoveel mogelijk anderen. Het godje van de nabijheid is mijn tweede godje. Eerder heb ik een riviergodje gemaakt, dat nog geen naam heeft. Het leeft aan de rivier de IJssel.
Voor het eerst sinds duizenden jaren worden er weer goden geschapen in Europa!
Tegelijkertijd is mij het aanvullende voorlopige alleenrecht toegevallen om met een team van godgeleerden, onder bescherming van nieuwe transcen-dentale antitrustwetgeving, monotheïstische goden in meerdere goden op te splitsen, te vermenselijken, te vernatuurlijken of (tijdelijk) buiten dienst te stellen.
Eén en ander om de concurrentie te bevorderen en zo vier miljard mensen² tegen al te hoge prijzen te beschermen (schuld, straf, zonde, boete, hel, verdoemenis, onthouding, twaalf kinderen).
Hierover meer in m'n wijsgerige hoofdwerk Het Niets, het Ene, het Vele en Alles.
 

¹ Alleen van Federico Garcia Lorca moet je alles lezen, want alleen dan wordt je het mysterie gewaar dat zijn gedichten afzonderlijk welwillend aan het gezicht onttrekken.
² Zoveel mensen zijn er die in een monotheïstische god geloven! 

donderdag 26 maart 2020

Alleen geniale wiskundigen begrijpen het

De Amerikanen vergaten de anderhalve meter
Als mensen het coronavirus hebben maar er niet ziek van worden, dan vergeten ze om anderhalve meter afstand te houden.
Dan vergeten ze dat ze anderen kunnen besmetten. 

Op die manier zijn we ook aan de Amerikaanse cultuur gekomen, aan McDonald's, Facebook, Hollywood, Jerry Bruckheimer, Donald Trump.
De Amerikanen vergaten de anderhalve meter!

Ach, wat weet ik er ook van.
Alleen geniale wiskundigen begrijpen de verspreidingsdynamiek van het virus, aldus een hoogleraar informatica en een biostatisticus vandaag in de krant.

Zijn dat dezelfde geniale wiskundigen als de geniale wiskundigen die in 2008 de wereldwijde financiële crisis veroorzaakten met hun algoritmen?

J. heeft soms een baldadige bui

 Gouden lauwerkrans (Corona d'alloro)
J. vindt dat er een Nederlands woord moet komen voor het Engelse woord lockdown. Hij zegt: "Als er geen Nederlands woord voor lockdown komt, dan ga ik me er niet aan houden, want dan versta ik het niet."
Hij heeft soms een baldadige bui.
Doe mee aan de prijsvraag!
Het beste Nederlandse woord voor lockdown krijgt een gouden lauwerkrans op z'n hoofd gezet (heeft een woord wel een hoofd?).
Je kunt je woord opsturen naar het postadres van het kabinet van de minister-president, postbus 2000, 2500 EA Den Haag, onder vermelding van deze blog.
Dan regel ik het verder wel met het kabinet.

woensdag 25 maart 2020

We zijn niet ijzig genoeg geweest

De vertroosting van het kluitje (kudde gnoes)
We hebben te dicht op elkaar geleefd.  
We zijn niet onverschillig genoeg geweest.
Niet koel genoeg.
Niet afstandelijk genoeg.
Niet ijzig genoeg.
We hebben de temperatuur te hoog laten oplopen.
O, de warmte en de nabijheid van de ander.
O, de vertroosting van het kluitje.
We hadden alleen nog oog voor elkaar en niet meer voor de verte, de hoogte, de diepte, de oppervlakte, de kou.
We hebben ons aan elkaar geslepen als stenen tot we geen scherpe kantjes meer over hadden. Alle ruzie op internet was consensus, warmte, vlees, damp.
De anderhalve meter afstand is als een koel briesje aan het einde van een drukkende, snikhete zomerdag. Van mij mag het zo blijven, ook zonder virus.

dinsdag 24 maart 2020

Ze laat me lachen

Irma Sluis de doventolk
Eerst stond Irma Sluis de doventolk opzij van de ministers, maar nu staat zij tussen de ministers in.
Het valt me op dat de premier de hele tijd naar haar kijkt. 
Ook ik kan niet ophouden met naar haar kijken. 
Ze laat me lachen.
Wat de premier en zijn ministers zeggen ontgaat me helemaal als zij erbij is.
Ik heb alleen maar oog voor haar!

De nieuwe woorden liggen te drogen bij de kachel

De Stad der Dromen (Wenen)
Teleïsch
en tithemisch
zijn nieuwe woorden die ik gisteravond heb gekneed uit de klei van de taal. 
Ze liggen hier nu te drogen bij de kachel.

De nieuwe woorden betekenen allebei: betreffende het doen.
Daar bestaat nog geen woord voor in het Nederlands.¹

Mijn twee nieuwe woorden zijn Grieks van oorsprong.
Teleïsch komt van τελεω (teleo ˗ doen).
Tithemisch komt van τῐ́θημῐ (tithèmi ˗ doen).
Het zijn dus geen fantasiewoorden.  

Ik zal een brief schrijven aan Van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandse Taal dat deze woorden in onze taal ontbreken, dat ik ze heb uitgevonden en of ze erin geïnteresseerd zijn om ze te kopen en in hun woordenboek te plaatsen.
Ik vroeg aan M., die in de wijk Spittelberg in Stad der Dromen woont en veel verstand heeft van financiën, welke prijs ik voor mijn nieuwe woorden moet vragen en hij noemde een mooie prijs. Ook zei hij desgevraagd dat hij tithemisch robuuster vindt dan teleïsch.

¹
Betreffende het horen is: auditief. Betreffende het zien is: optisch of visueel.  Betreffende de afstamming is: genealogisch. Betreffende het zijn is: ontologisch. Etcetera.

maandag 23 maart 2020

Een kleine geschiedenis van kraan nr. 2868

De kraan

In het jaar dat de havenkraan op mijn pad kwam, in 2009, was ik eenenvijftig jaar. De kraan, de economie en ik waren er toen alledrie niet best aan toe. Om met Dante Alighieri te spreken, de middeleeuwse Italiaanse dichter van de befaamde Goddelijke Komedie:   

In het midden van mijn levensweg bevond ik me in een donker woud, want de rechte weg was verloren gegaan. Ach, hoe zal ik zeggen hoe zwaar het was. Wat was dit woud woest en ruw en ongastvrij.

Tot zover de dichter Dante Alighieri, die leefde van 1265 tot 1321. 
Ik was bezig met het schrijven van een boek, maar het schoot niks op. Hoewel mijn laatste boek op de illustere longlists stond van verschillende literaire prijzen, kocht niemand het. In Maastricht kreeg je er drie voor de prijs van één plus een paar sokken. Op Nieuwsuur zag ik hoe mijn boek de shortlist niet haalde en hoe ik 50.000 euro mis liep.
Ik ging op zoek naar iets nieuws, iets groots om te doen. Maar wat?
In mijn familie is het overigens vrij gewoon om in een woest en ruw en ongastvrij woud te belanden, om met Dante te spreken. Van huis uit hebben we daar een zeker talent voor. Maar niemand ligt er wakker van. Ja, het verschijnsel "slapeloze nacht" is in mijn familie volslagen onbekend, wat ik – bij alle verdere tekortkomingen – zonder meer een voortreffelijke, ja zelfs een aristocratische eigenschap vind.
Het vermogen om onder alle omstandigheden lekker te slapen lijkt me een teken van gezonde onverschilligheid ten opzichte van het eigen lot. Het getuigt van een zekere bereidheid om op antiek-tragische wijze het noodlot te omarmen – van amor fati, om met de gazeuse professor Nietzsche te spreken.
Het idee om de havenkraan van de ondergang te redden door er een hotel van te maken, kwam niet precies in mijn eigen hoofd op, maar in het hoofd van P. Ik stond vlak naast hem toen hij het idee kreeg. Het is dus zo dat het idee opkwam in het hoofd naast mij, in plaats van in mijn eigen hoofd.
Het scheelde niet veel, zullen we maar zeggen.
P. had ook meteen de opmerkelijke, typisch Péïsche, slogan paraat waarmee het plan onder de aandacht gebracht diende te worden, namelijk:  

Elke hotelkamer heeft een kraan, maar
niet elke kraan heeft een hotelkamer.
 

Dat werd het motto waaronder we aan de slag gingen.
Ik had nu iets groots om te doen: het redden van Figeekraan nr. 2868, de laatst overgebleven havenkraan van het Amsterdamse Oostelijk Havengebied. Een roestende grijze eminentie die – als er niks gebeurde – binnen afzienbare tijd van verwaarlozing en ijzermoeheid zou instorten.
Om het plan te lanceren organiseerden P. en ik een "feestelijke, chaotische, constructieve en kraanbehoudende avond" op de KNSM Sociëteit (die we zelf hadden opgericht). We aten die avond: 

Pompoensoep
Varkensfilet met een frisse citroen/salievulling, fondante krieltjes en seizoensgroenten
Tiramisu
 

Daarna zetten we het, zoals te doen gebruikelijk, tot diep in de nacht op een drinken.
Een nieuw leven van vergaderen begon.
Om eerlijk te zijn had ik nog nooit eerder in mijn leven vergaderd. Volgens de schrijver Karel van het Reve is vergaderen voor de talentlozen.
"Vergaderen is voor de talentlozen," schreef hij.
Niets bleek minder waar!
Ik had zelden zoveel plezier gehad, zelden zoveel voor elkaar gekregen als nu ik behoorde tot de mensen die vergaderen. De ene vergadering was nog niet voorbij of er diende zich alweer een volgende aan.
Was het trouwens niet handiger, bedacht ik na een aantal jaren vergaderen, als de vergadertafels naar ons toe kwamen in plaats van andersom?
Ik zag tafels voor me die door de gangen van bedrijven renden, op weg naar een vergadering. Tafels die door de straten van de stad renden. Tafels die trappen op en af renden. De telgang van paarden leek me voor vergadertafels zeer geschikt.
Ik begon, met andere woorden, zo langzaamaan genoeg te krijgen van vergaderen. Het was inmiddels 2015, ik was nu zes jaar bezig met het kraanhotel (P. had er de brui aan gegeven) en het was nog steeds niet zeker of het project zou doorgaan. De kogel was nog steeds niet door de kerk. Nog steeds was het mogelijk dat alle moeite, al het werk voor niks was. Al het werk, van iedereen die er in de loop der jaren bij betrokken was geraakt: het werk van de juristen, van de ambtenaren, de wethouders, de architecten, de aannemers, de investeerders, de ingenieurs, de adviseurs, de havenautoriteit – alles voor niks. De zee zou zich sluiten boven ons plan en het zou zijn alsof er niks gebeurd was. 
Het vreemde is dat er eigenlijk nooit een moment is geweest in al die jaren van vergaderen dat ik dacht: nu zijn we klaar, nu is het gelukt, nu gaat het door. Ik had het gevoel dat ik gedoemd was om voor altijd te blijven te vergaderen.

En toen, even plotseling als ik het hier nu zeg, in januari 2016, werd de kraan van de kade gelicht en naar Friesland gevaren. Twee jaar later kwam hij terug als nieuw.
Deze kraan, dit schitterende bouwwerk dat me vanaf de allereerste keer dat ik hem zag deed denken aan de beroemde, gigantische, nooit gebouwde constructivistische staatsvergadertoren van Vladimir Tatlin, deze oude Figeekraan nr. 2868 op de Surinamekade aan het IJ, "t.o. nummer 34", deze mij dierbare oude topkraan, ook wel portaalkraan genoemd en soms ook wipkraan, die net zo oud is als ik, uit hetzelfde jaar is als ik, namelijk uit 1958 – deze kraan heeft mij gered nadat ik hem had gered.
Ik ben kraan nr. 2868 daarvoor heel dankbaar. 

Dit stukje is een fragment uit een lezing.
Zie hier het kraanhotel (en hier).