donderdag 6 augustus 2020

De ziel kan nimmer in droge oorden verblijven (3) / My shadow is yours*

Het hele jaar door is de stemming een tikje melancholiek, omdat 1999 het laatste jaar is van een periode van duizend jaar. Er wordt gedanst en gezongen in het café en gedronken. Proost! Champagnekurken vliegen door de lucht en nu en dan blaast iemand op een toeter die vreemd genoeg klinkt als twee toeters.
Te midden van al dat liederlijke gedrag blijft één man recht overeind als een pilaar van menselijke waardigheid en dat is K. Hij wordt een boekenwurm genoemd omdat hij altijd met z'n neus in de boeken zit. Twintig jaar geleden trouwde hij met een Parisienne maar het bleek dat hij niet tegen intimiteit kon en sindsdien leeft hij alleen.
Hij komt elke dag. Soms beledigt hij iemand. Dan maakt hij meteen zijn excuses, hoewel het bekend is dat excuses maken moeilijk is en voor sommigen zelfs onmogelijk. Soms maken we ons zorgen over hem, maar hij zegt: "Jullie hoeven je over mij echt geen zorgen te maken." Dus dat doen we niet meer.
Hij zit vol verhalen uit boeken. Ik weet niet wat eigenaardiger is, iemand die ongelofelijk veel heeft beleefd maar nooit eens een mooi verhaal vertelt of iemand die nooit wat beleeft en het ene na het andere mooie verhaal vertelt. Ik zou werkelijk niet kunnen zeggen welke van de twee nu de saaie is en welke de interessante. Hoe dit ook zij, K. is overal welkom want in zijn hoofd zitten niet alleen mooie verhalen, maar ook mopjes, levenswijsheden en uitvoerige theorieën. Meisjes en vrouwen die in de liefdesproblemen zitten of zichzelf te dik vinden, gaan vaak met hem praten en bij hem uithuilen. Bij elke gemoedstoestand weet hij wel een passend citaat van Goethe, Schiller of Shakespeare. Niet de minsten! Als blijkt dat de groten der aarde dezelfde narigheid hebben meegemaakt, dan is het allemaal meteen minder erg.
K.'s werk is het met een minibusje van huis halen en naar hun werk brengen van mensen met een lichamelijk of geestelijk gebrek. Het is een bescheiden maar verantwoordelijke baan en hij is er hele dagen druk mee. Zijn lievelingsdrank is mescal, een Mexicaanse drank waar een wurm in zit. Als de wurm begint te rotten en weg te kwijnen, dan is de mescal niet meer goed. Maar zolang de wurm vet en sappig is, is de mescal heerlijk. Om indruk te maken op zijn gezelschap eet K. de wurm wel eens op. Dan eet onze boekenwurm een wurm. Hij heeft de mescal leren kennen door het boek Under the volcano van de schrijver Malcolm Lowry, dat handelt over een Britse consul die verslaafd is aan mescal. Het boek eindigt met de woorden: "Somebody threw a dead dog after him down the ravine." Het is dus niet perse een opmonterend boek, hoewel ook deze zin erin staat: "I have no house, only a shadow. Whenever you are in need of a shadow, my shadow is yours."
K. heeft meer talent voor vrolijkheid dan voor geluk. Hij drinkt onder het motto natura abhorret vacuum en zijn lach heeft de eigenschap lang na te klinken in je hoofd.

* Een tijdje geleden vond ik een stapel krantencolumns die ik eenentwintig jaar geleden, in het jaar 1999, schreef. Ze gingen over een café waar ik toen wel eens kwam en over enkele mensen die daar ook wel eens kwamen. Ik was de columns vergeten. Omdat ze zoete en bittere herinneringen bij me oproepen, wil ik ze graag opnieuw publiceren hier op Eeuwige Bouillon. Dit is de derde column. Als m'n nieuw pc er is - de oude is ontploft - ga ik weer verder met de achtdelige serie Zeven dagen in Normandië.

maandag 3 augustus 2020

De ziel kan nimmer in droge oorden verblijven (2) / Dubbelleven*

Er zijn lezers die menen dat de drinkers en zuipers die ik hier in deze laat-twintigste-eeuwse kroniek van het Amsterdamse caféleven ten tonele voer niet werkelijk bestaan, maar dat ik ze gewoon uit m'n duim zuig. Nou, daar is helemaal niks van waar, al moet ik wel zeggen dat ik aan sommige types een beetje heb zitten boetseren om ze onherkenbaar te maken voor zichzelf en anderen – vooral voor anderen. Want het is een bekend feit dat een mens heel goed de eigenaardigste en idiootste dingen van zichzelf kan verdragen, zolang niemand anders er maar iets van weet. Zo ken ik een weirdo from Weirdsville die heel vreemde gedachten heeft en dat is voor hemzelf geen enkel probleem. Maar laatst vertelde hij er iets over aan een vrouw en die keek hem geschrokken aan.
En nu willen jullie natuurlijk weten wat voor vreemde gedachten dat precies waren, maar dat ga ik niet zeggen. Ik kan jullie alleen verzekeren dat ik nog nooit in m'n hele leven zulk een buitensporig gedachtengoed ben tegengekomen.
Maar waar had ik het ook weer over? O ja, ik heb er dus een beetje aan zitten boetseren, aan die figuren, omdat het er in een café nu eenmaal anders aan toe gaat dan in het normale maatschappelijke verkeer. 
Een tijdje geleden
moest ik bij een loket van de gemeente zijn, en wie zat daar achter dat loket met een stropdas voor, een keurig streepjeshemd, een uitgestreken smoel en zulke netjes gekamde haren dat ik hem nauwelijks nog herkende? Iemand uit ons café! En niet zomaar een brave jongen die elke dag stilletjes zijn natje komt opdrinken zonder iemand lastig te vallen maar een rotzak van de ergste soort.
Omdat ik zo lang in de rij moest staan had ik alle tijd om hem te bestuderen en ik kan onmogelijk in twee woorden uitleggen hoe groot het verschil was tussen de man die ik ken uit het café en deze man hier achter het loket.
Als zijn chef wist hoe hij zich in ons café te buiten gaat aan allerlei vormen van liederlijkheid, hoe hij vloekt en tiert en onbeschoft is tegen iedereen, dan zou hij – die chef bedoel ik – niet geloven dat het dezelfde persoon is die daar nu zo braaf zit te knipmessen achter dat loket en vliegt en rent op de manier van uw wens is mijn bevel. Het is niet ondenkbaar dat die chef dan de eerste gelegenheid zou aangrijpen om hem op staande voet te ontslaan. Daarom is het beter dat ik deze loketbeambte niet met naam en toenaam noem en niet naar het leven teken, want ik wil het niet op m'n geweten hebben om iemand van zijn werk en dubbelleven te beroven. Mijn geweten kan op dit moment maar heel weinig verdragen. Het is namelijk al een tijdje overbelast en raakt al bij het minste geringste over z'n toeren.
Ik denk dat het nu wel duidelijk is wat ik bedoel, namelijk dat je niet zomaar alles naar waarheid kunt opschrijven en dat je een beetje moet boetseren aan zo'n figuur om hem voor zichzelf en voor anderen onherkenbaar te maken zoals ik al zei.
Ik dacht, terwijl ik in de rij op m'n beurt stond te wachten: het zou pijnlijk zijn als die rotzak nu opeens voor mij moest rennen en vliegen. Zo zijn wij tenslotte niet getrouwd. Daarom ging ik in een andere rij staan. Ik moest helemaal achteraan aansluiten want niemand wilde me voor laten gaan hoewel ik vreselijke haast had, wat ik ook kenbaar maakte. Zelf laat ik de haastigen trouwens altijd voor gaan. Het maakt dat ik me een goed mens voel.
Het was me toch een lange rij! En hij ging me toch langzaam! Maar ik was blij dat ik erin stond. 

* Een tijdje geleden vond ik een stapel krantencolumns die ik eenentwintig jaar geleden, in het jaar 1999, schreef. Ze gingen over een café waar ik toen wel eens kwam en over enkele mensen die daar ook wel eens kwamen. Ik was de columns vergeten. Omdat ze zoete en bittere herinneringen bij me oproepen, wil ik ze graag opnieuw publiceren hier op Eeuwige Bouillon. Dit is de tweede column. Als m'n nieuw pc er is - de oude is ontploft - ga ik weer verder met de achtdelige serie Zeven dagen in Normandië.

De ziel kan nimmer in droge oorden verblijven (1) / Vijf tegen de kale*

Het zou wenselijk zijn als iedereen wist waar hij vandaan kwam.
Dat dacht ik toen ik laatst in het café een praatje maakte met iemand die beweerde dat hij liefst zesendertig kinderen had, waarvan hij er geeneen kende.
"Geeneen van de zesendertig?" vroeg ik. Ik was er tamelijk verbaasd over en daarom vroeg ik het nog een keer om er zeker van te zijn dat mijn oren me niet bedrogen.
Die man liet er in woord en gebaar geen twijfel over bestaan dat ik het goed gehoord had, en daar begon hij het opvallendste verhaal te vertellen dat ik in vele jaren gehoord had.
Het kwam er goedbeschouwd op neer dat hij me iets vertelde wat ik allang wist, alleen op zo'n manier dat het wel leek alsof ik het voor het eerst hoorde. En daaruit bleek, dat hij niet alleen een schurk was maar ook een goede verteller die er niet omheen draaide.
Voordat ik verder ga, wil ik eerst een wijsgerige opmerking maken. Niet dat ik nu zo'n wijsgeer ben, maar het is wel zo dat ik sinds m'n achttiende ongeveer zeven boeken per maand heb gelezen, wat twintig jaar later neerkomt op ongeveer tweeduizend boeken in totaal. En dat lijkt misschien niet zo heel veel als je zuiver en alleen naar het getal kijkt, maar als je naar de titels kijkt dan ziet het er meteen al heel wat indrukwekkender uit, al moet ik toegeven dat ik niet alles van begin tot einde heb uitgelezen, omdat sommige boeken, nou ja, behoorlijk saai en taai waren ondanks hun veelbelovendheid.
Ik denk trouwens dat ik die wijsgerige opmerking maar achterwege laat, anders kom ik niet meer toe aan het ongelofelijke verhaal van die man en zijn zesendertig kinderen. De opmerking houden jullie wel te goed want het is een goeie.
Hij was zonder meer knap om te zien en hij hield kennelijk erg veel van vrouwen, want hij vertelde dat hij zich het hiernamaals voorstelde als een plaats waar allemaal blote vrouwen waren die het helemaal niet erg vonden als hij ze ongevraagd en liefdevol aanraakte.
Ik gaf hem het ene glas spraakwater na het andere om ervoor te zorgen dat hij niet ophield met praten, en toen vertelde hij dat hij gedurende een bepaalde periode in zijn leven elke maand zijn zaad naar een soort zaadbewaarplaats had gebracht.
In plaats van het zaad in de gootsteen te spuiten of in de wc of op de grond of in de lakens of in een zakdoek of in zijn hand of in een vrouw ("waar het tenslotte hoort") spoot hij zijn zaad in een speciaal flesje om zaad in te bewaren. Daarna draaide hij er een rubberen dop op, reed hij zo snel als hij kon naar de zaadbewaarplaats met het zaad in de binnenzak van zijn colbert om het te beschermen tegen het zonlicht.
Hij moest er binnen een half uur zijn, dus uiterlijk een half uur nadat het zaad uit hem was gekomen, anders was het zaad dood. Bij de zaadbewaarplaats aangekomen gaf hij het zaad onmiddellijk aan een medewerkster die het vliegensvlug in een grote koeldoos stopte (waaruit witte damp opsteeg door de ijzige koude).
Voor de bezigheid van het aan zijn geslachtsdeel rukken gebruikte hij trouwens meerdere malen de Catalaanse uitdrukking vijf tegen de kale, wat ik grappig vond.
Omdat hij om de hoek bij de zaadbewaarplaats woonde hoefde hij dat werkje niet ter plekke op te knappen, maar mocht hij het thuis doen, wat veel gemakkelijker en prettiger is, zei hij, aangezien er dan niemand op je vingers zit te kijken.
Toen vroeg ik aan hem hoe hij kon weten dat hij zesendertig kinderen had en hij antwoordde:
"Het is zesendertig keer gelukt."
"Wat is er gelukt?" vroeg ik.
"Mijn zaad heeft zesendertig keer een vrouw bevrucht."
Goede god, dacht ik, mijn zaad heeft nog geen enkele vrouw bevrucht!
En daarna dacht ik: het zou wenselijk zijn als iedereen wist waar hij vandaan kwam.
Want dat we niet weten wat de toekomst brengt, daar zijn we aan gewend, maar als ook het verleden onbekend is, dan hebben we aan beide uiteinden geen houvast en zweven we door de wereld als een blaadje over afgronden. 

* Een tijdje geleden vond ik een stapel krantencolumns die ik eenentwintig jaar geleden, in het jaar 1999, schreef. Ze gingen over een café waar ik toen wel eens kwam en over enkele mensen die daar ook wel eens kwamen. Ik was de columns vergeten. Omdat ze zoete en bittere herinneringen bij me oproepen, wil ik ze graag opnieuw publiceren hier op Eeuwige Bouillon. Dit is de eerste column. Als m'n nieuw pc er is - de oude is ontploft - ga ik weer verder met de achtdelige serie Zeven dagen in Normandië.

maandag 27 juli 2020

Hun wijd open ogen

De weg naar ons landhuis
We reizen zeven uur in een auto.
Aan het begin van de avond komen we aan in Normandië.
Wat een mooie goudgele streek.
Korenvelden, appelbomen.
Je hoeft maar een foto te nemen.
Alle vrachtwagens hier zijn wit.
Op weg naar het landhuis worden de landwegen smaller. 
Tenslotte veranderen ze in zandwegen.
Twee jonge lichtbruine herten springen uit de berm in het licht van de koplampen. 
Hun wijd open ogen.

zaterdag 18 juli 2020

De natuur herovert ons

Gorbatsjov in de jaren vijftig
Er zijn tekenen dat de dagen van het monotheïsme geteld zijn.
Er zijn nog altijd vier miljard eenkennigen, maar eenmaal op de terugtocht kan het snel gaan.¹
Europa ontkerstent en ontdekt haar polytheïstische, pantheïstische en zerotheïstische oorsprong.
Het monotheïstische Amerika is een mislukte staat die in hoog tempo op alle niveaus criminaliseert.² 
Het Midden-Oosten zinkt weg in een moeras van transcendentale eenkennigheid, humorloosheid, hebzucht en onverzoenlijkheid.
Het Midden-Oosten zal het knopje Selfdestruct wel snel vinden.
Het kapitalisme – een nakomeling en vormgelijke van het monotheïsme – is zich aan het opblazen.
Wat het monotheïsme en het kapitalisme nu nodig hebben is een grootmeester van de terugtocht.
Zo iemand als Michail Gorbatsjov.
Dit is allemaal goed nieuws voor systeem aarde.
Langzaam maar zeker – tijgersluipgang – herovert de natuur de mens op het niets. Met het virus als verkenner.

¹ Voor meer informatie verwijs ik naar de door mij ontdekte niet-eenparige ondergangsversnelling
² Het is niet ondenkbaar dat Donald Trump een dictatuur vestigt als Joe Biden de komende verkiezingen wint; het leger wordt al in staat van paraatheid gebracht, zogenaamd tegen het vandalisme van de Black Lives Matter-beweging

vrijdag 17 juli 2020

woensdag 15 juli 2020

Die avond begon ik te lezen

Cien años de soledad (uitsnede uit het omslag
van de eerste druk)

In 1986 las ik een boek dat alle boeken die ik tot dan toe had gelezen overtrof. Het was Liefde in tijden van cholera van Gabriel García Márquez (ik schreef er al eerder over).
Ik kocht het op een vroege ochtend met gepast geld in boekhandel Athenaeum.
Ik begon er in te lezen en toen ik het 's avonds uit had merkte ik dat het te laat was om nog eten te kopen.
In die tijd gingen de winkels om zes uur 's avonds al dicht en pas 's ochtends om negen uur gingen ze weer open.
Ik had niks gemerkt van het verstrijken van de uren. Als er in plaats van uren jaren voorbij waren gegaan had ik ook niks gemerkt.
Nooit eerder had ik me zo verloren in een boek en ik verbeeld me dat de twee hoofdpersonen Florentino Ariza en Fermina Daza zich mij herinneren uit die lang vervlogen tijd dat ik bij hun op bezoek was.

Die avond kwam W. bij mij langs.
"Ken je Honderd jaar eenzaamheid?," vroeg hij. 
Die titel kende ik natuurlijk. Het klonk verschrikkelijk eenzaam en ik
nam me voor om dat boek te gaan lezen als ik oud was.
Twee weken geleden herinnerde Honderd jaar eenzaamheid me aan mijn voornemen van destijds. Het was het enige overgebleven boek in de verder helemaal leeggehaalde en in dozen verpakte bibliotheek van O., die met meeneming van al zijn boeken ging verhuizen naar een ander continent.
"Mag dit boek achterblijven op het onze?" vroeg ik.
Die avond begon ik te lezen.

maandag 13 juli 2020

Over sokken

Er is iets aan de hand met onze sokkenlade.
Hoe meer sokken we eruit halen, hoe voller met sokken hij wordt.
Het lijkt er op dat onze sokkenlade een kraam-kamer voor sokken is.
Iets dergelijks is trouwens ook aan de hand met het vogelhuisje op ons terras. Het is nu al de derde leg. Niet van sokken uiteraard, maar van koolmeesjes.

zaterdag 11 juli 2020

De mens is een wezen dat zich voedt met elektriciteit

De mens is een wezen dat zich voedt met elektriciteit.
Overal waar hij gaat neemt hij snoeren en stekkers mee.
Het eerste wat hij doet als hij ergens arriveert is stopcontacten zoeken.
Het zal niet lang meer duren eer de altijd voortgaande evolutie in haar onvoorspelbare en onvoorstelbare vindingrijk-heid de eerste menselijke baby's geboren laat worden met snoeren en stekkers van vlees en bloed, zodat toekomstige generaties zich te allen tijde kunnen aansluiten op het net
.

vrijdag 10 juli 2020

Ze durfden niet meer (over geloof)

Iers landschap
De vriendin van mijn tennisleraar is een Ierse.
Elk jaar gaan ze naar Ierland. 
Ze gaan in de zomer.
Op een keer wandelden ze door het Ierse landschap en ze kwamen bij een klein meer met een strand.
Het was een snikhete zomerdag.
Ze besloten te gaan zwemmen. Toen ze op het punt stonden om het water in te rennen, kwam er een plaatselijke bewoner op ze toe, een wonderlijk en harig type.

"Dit meer heeft geen bodem," zei hij.
Ze geloofden hem natuurlijk niet.
Geen meer is zonder bodem, en bovendien stond nergens een bordje.
Toch sprongen ze er niet in.
Ze durfden niet meer, hoe ze ook naar verkoeling snakten.

donderdag 9 juli 2020

En weg is de vrolijkheid

Het valt me op hoe langzaam en moeizaam sommigen van de ene in de andere gemoedstoestand raken.
Het is een tocht door de woestijn.
Een tocht van weken.
Een tocht van maanden.
Een tocht van jaren.
Soms lukt het zelfs binnen een leven niet.
Het valt me op dat de donkere gemoedstoestan-den (zoals somberheid of wrok) bestendiger zijn dan de lichte (zoals vrolijkheid).
Er hoeft maar iets te gebeuren en weg is de vrolijkheid.
De somberheid en de wrok laten zich veel minder makkelijk vermurwen op te krassen.
Tegen deze stroperigheid of plakkerigheid van de donkere gevoelens helpt geen psycholoog of therapeut of psychiater.
Het enige wat helpt is theater.
Geen "mens uit één stuk" zijn, maar m
eerdere levens leiden. Onberekenbaar worden, op de eerste plaats voor jezelf.
En dansen!

woensdag 8 juli 2020

Ik ben bestemd voor Fulvia's clitoris

Dodelijke Romeinse loden slingerkogel
In het jaar 713 Ab Urbe Condita¹ vloog er in de buurt van de Romeinse stad Perusia met grote snelheid een kogel door de lucht.
In de kogel waren met een mes de volgende woorden gekerfd: 

Ik ben bestemd voor Fulvia's clitoris

Fulvia was de vrouw van de vijandelijke legerleider. De kogel werd bij archeologische opgravingen teruggevonden en het was het eerste bewezen gebruik van het woord clitoris in het Latijn.
Het is te ingewikkeld om uit te leggen waar het slagje bij Perusia om ging, maar het was beslist geen onbelangrijk slagje.
Ten eerste omdat het allemaal eindigde met de nederlaag van de Romeinse Republiek en het begin van het Romeinse Keizerrijk.
En ten tweede omdat die dag het nieuwe woord clitoris op een kogel door de lucht vloog. 

¹ Ab Urbe Condita betekent: 713 jaar na de stichting van de stad Rome. Omgerekend naar de christelijke jaartelling is dit: 40 v. Chr.

dinsdag 7 juli 2020

Vogels vielen dood uit de lucht

De moeder van al het leven²
1.
In de oudheid ging je na je dood naar de onderwereld.
De ingang van de onderwereld lag bij de Romeinse badplaats Hieropolis.¹
Rond de ingang was een tribune gebouwd. Toeschouwers konden daar zien hoe vogels dood uit de lucht vielen en hoe offerdieren stierven door het inademen van een dodelijke damp die uit de onderwereld kwam.
De offerdieren werden bij de ingang gebracht door priesters van de godin Cybele.
Zij was de moeder van al het leven.
Zij werd in het voorjaar vereerd met gekke feesten.
Om priester van Cybele te worden moest een man zich castreren.
De plek waar hij z'n ballen neergooide was een gezegende plek.
De dodelijke damp die uit de onderwereld kwam werd de adem van Hades genoemd.
Hades was de god van de onderwereld.  

2.
Na de val en het verval van het Romeinse Rijk lag de ingang van de onderwereld eeuwen lang verborgen achter een christelijke muur.
Negen jaar geleden vonden Italiaanse archeologen de ingang van de onderwereld terug.
Ze zagen dat bij de muur vogels dood neervielen uit de lucht. 

Onderzoek wees uit dat dit kwam door een zeer hoge concentratie kooldioxide.
De adem van Hades was
CO₂!
Er 
ontsnapte daar CO₂ uit de aarde! 
De concentratie was zo sterk dat een mens of een stier binnen een minuut gedood werd. Een vogel hield het geen seconde vol.
 

3.
Nog even en de hele wereld is Hieropolis geworden!
 

4.
Zou er ook ergens een Daaropolis zijn, vroeg ik me af?
En zo ja, waaro?

¹ De stad wordt Hierapolis of Hiërapolis genoemd, maar op antieke bronzen munten uit de stad staat Hieropolis met een o in plaats van een a. En zo schrijft Mary Beard het ook. Hieropolis lag in wat nu Turkije heet.
² Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Cybele_(mythologie)

maandag 6 juli 2020

De stier is het symbool van Italië

De stier neemt de wolf op de horens
Ik kocht een pak risotto uit Noord-Italië. Erop stond een afbeelding van een stier.
Hoe was de stier op het pak Italiaanse risotto terecht gekomen? De stier is toch het symbool van Spanje?
Ik heb niet actief naar het antwoord op deze vraag gezocht.
Daarvoor was de kwestie te onbelangrijk in verhouding tot de kostbaarheid van mijn tijd.
Maar hier is het antwoord dat me bij toeval in de schoot viel: de stier is oorspronkelijk het symbool van Italië!
Ik las dit in Mary Beard's boek S.P.Q.R
Mary Beard schrijft: "De Italiërs leken een staat zonder Rome te willen stichten onder de naam Italia, met als hoofdstad een stad die tot Italica zou worden omgedoopt. Ze stempelden het woord Itali (Italiërs) in hun loden kogels en sloegen munten met de afbeelding van een stier die een wolf op de horens neemt. De stier was het symbool van Italië en de wolf het symbool van Rome."
Opstandige risotto!

¹ Dat is in het jaar 91 voor het begin van de christelijke jaartelling

zondag 5 juli 2020

O ja, dat is waar ook

Christus steekt de schoonmoeder van Petrus aan met 
zijn gezondheid (Rembrandt)

Gezondheid is niet aanste-kelijk.
Het is nog nooit gebeurd dat een gezonde een zieke aanstak met zijn gezond-heid, bijvoorbeeld door hem op de wang te kussen, een hand te geven, te strelen of te aaien. 
Maar een breekbare oude Italiaanse dame wees me erop dat de gezondheid van Jezus wél aanstekelijk was. Zieken werden gezond wanneer ze door hem werden aangeraakt.
"O ja," zei ik beleefd, "dat is waar ook, mi dispiace."¹
Ik wilde de breekbare oude dame niet tegenspreken.

¹ "Neem me niet kwalijk."

vrijdag 3 juli 2020

Wat zijn we er ziek van geweest

S.P.Q.R op een putdeksel

1.
Eergisteren was de langzaamste dag van mijn leven.
Ik had alle tijd om Mary Beards boek S.P.Q.R. uit te lezen.
En ook om een groot deel van Honderd jaar eenzaam-heid van Gabriel García Márquez te lezen.
En om de voetbalwedstrijd Barcelona vs Atletico Madrid te zien (2-2).
En om een zeer bewerkelijke maaltijd voor zeventien personen te bereiden.
 

2.
S.P.Q.R is de officiële naam van het Romeinse Rijk ten tijde van de Republiek. Het is de afkorting van Senatus Populusque Romanum, wat betekent: de senaat en het volk van Rome. De afkorting wordt in Italië nog steeds gebruikt (bijvoorbeeld op putdeksels). 

Ik schreef al eerder over het boek van Mary Beard.
Het is een meesterwerk van de terugtocht.
Het is bijna een omgekeerd boek.
Het brengt je geen kennis bij.
Het pakt je kennis af.
Wat je dacht te weten blijkt onwaarschijnlijk of ronduit onwaar.
Mary Beard is een zeer geleerde niet-weter.
¹ 
Hier zijn enkele veel voorkomende formuleringen in het boek:
– Als dit waar is...;
– Niemand weet precies...;
– Het is onmogelijk om te weten...;
– De volgorde van de gebeurtenissen is niet te achterhalen...;
– Een betrouwbare reconstructie is absoluut onmogelijk...;
– Het is moeilijk een samenhangend beeld te schetsen...;
– We weten het niet... 

3.
Het is jammer dat het boek ophoudt waar de monotheïsme-infectie van de antieke beschaving begint.
Wat is Europa er ziek van geweest!
En wat heeft het lang geduurd!
Gelukkig is het einde nu in zicht (althans in Europa).

Het is maar te hopen dat het coronavirus minder lang blijft dan het monotheïsmevirus (er zou een virologie van het monotheïsme moeten worden geschreven).  

¹ Naar Nicolaus Cusanus' docta ignorantia.