vrijdag 22 mei 2020

Ook olifanten waarderen de muziek van Nino Rota

Bloem van onze clematis
1.
Vandaag is M. (62) jarig. Hij woont 1147 kilometer hiervandaan
.

2.
De jonge donzige koolmezen hebben het vogelhuis verlaten.

Het is stil op ons terras zonder de koolmezenfamilie.

De kreukelige bloemen van de clematis zijn net uitgekomen.

Die zijn niet zo vrolijk en luidruchtig als de koolmezen, maar ze zijn wel mooi en dat is toch ook een vorm van vrolijke luidruchtigheid. Nou ja, het deelt zich mee, laat ik het zo zeggen.
 

3.
Gisteren zag ik iemand die Daniël Lohues heet op tv. Hij is een zanger. Hij zong het lied Niks is zoas 't lek.
Ook zong hij het lied Woar ben ik met bezig. 
Dat vraag ik me ook wel eens af.

4.
Ik ga een partij oprichten. De partij gaat heten: Partij voor het Behoud van bijna alle Coronamaatregelen (ook als de coronacrisis voorbij is, bedoel ik). Er zullen wel weer niet veel mensen op stemmen.

5.
Een veerpont is een varend stukje weg. 
Er vertrekt vanaf hier een veerpont naar Amsterdam-Noord. 
Af en toe neem ik die. 
Als ik aan de overkant ben, aan de kant van J., rook ik een sigaret aan de kade en dan ga ik weer terug.
 

6.
Een tijd geleden ging ik noodgedwongen minder alcoholische dranken drinken. 
Ik begon steeds minder te drinken en nu drink ik zonder er verder bij stil te staan, 
vrijwillig en gedachteloos, al weken geen alcoholische dranken meer. 
Jammer dat ik me het precieze moment niet kan herinneren waarop "noodgedwongen" in "vrijwillig en gedachteloos" veranderde. Dat had ik graag willen meemaken.
 

7.
Ik ging een lang essay schrijven
over de muziek van Nino Rota, de componist van Federico Fellini. Ook olifanten waarderen die muziek. Maar toen ik het eerste woord op papier had gezet dacht ik: wie zit er op te wachten? Toen heb ik het uitgesteld. Nu bestaat het essay uit één woord.

8.
Er wordt vaak beweerd dat de Chinezen een minder krachtig gevoel voor privacy hebben dan westerlingen. Ik weet niet of dat zo is. Misschien hechten ze iets minder aan hun individuele privacy, maar des te meer aan hun collectieve privacy.

Gabriele (Marcello) stept door het huis van 
Antonietta (Sophia)

9.
Gisteren had ik heimwee naar een film. Namelijk naar de film Una Giornata Particolare uit 1977. Ik was negentien toen ik die film zag in de bioscoop. Ik zag hem met W. We zaten schouder aan schouder in het donker van de bioscoop Alhambra. Het doek ging op en daar waren Sophia Loren en Marcello Mastroianni. 

10.
Omdat het monotheïsme – met name de moraal – de metamorfose niet tolereerde is die na de val van de antieke beschavingen ondergronds gegaan (cosmetisch, seksueel, psychologisch etc.). Nu kun je weer openlijk een ander zijn of – als je een ander was – jezelf. Zie Nikkie Tutorials. Wat een schitterende video was dat. Wat een vrijheid. En wat een aangrijpend J'accuse tegen het gebod tot onveranderlijkheid.
Hinweg zu Proteus!*

Proteus, de Griekse god van de metamorfose
11.
Wat nou als je voor nietsdoen vorstelijk betaald werd?
Dan zou het duchtig in aanzien stijgen.
Dan wilde iedereen wel nietsdoen.
De Napolitaanse wijsgeer Luciano de Crescenzo vertelde in een van zijn boeken de volgende anekdote: in een Napolitaans restaurant zat elke dag een muzikant, een zanger. Hij kon er niks van. Het was niet om aan te horen. Maar in plaats van hem te ontslaan hield de eigenaar van het restaurant hem in dienst en de gasten betaalden hem royale bedragen om niet te zingen. 


* Goethe, Faust II, zweiter Akt

woensdag 20 mei 2020

Aan het eind van zijn leven kreeg Thomas een visioen

Summa Theologiae
Heb je de Summa Theologiae van Thomas van Aquino wel eens gelezen? Dat moet je eens doen. Het zijn meer dan duizend pagina's en het is onvoltooid.  
Thomas van Aquino leefde van 1225 tot 1274. Aan het einde van zijn leven kreeg hij een visioen waardoor hij alles wat hij geschreven had als stro beschouwde. Daarom heeft hij de Summa Theologiae niet voltooid.
Als je geen tijd hebt om het helemaal te lezen, wat begrijpelijk is, dan kun je ook alleen het Derde Artikel uit de Tweede Kwestie uit het Eerste Boek¹ lezen, waarin Thomas bewijst dat God bestaat ("Voor het bestaan van God kan men vijf bewijzen aanvoeren"). 
Hij had iedereen overtuigd, behalve zichzelf.

¹ "Articulus III, Questio II, Prima Pars." Vanaf p. 64 in deze link (p. 50 in het boek (met Latijnse versie)). Zie ook De wereld is uit het niets geschapen, beweert Thomas van Aquino.

dinsdag 19 mei 2020

Is de economie een wetenschap in verval?

In de krant van zaterdag stond een lang interview over de economie met oud-minister Hans Hoogervorst. 

Ik begreep uit het interview maar één zin.
Het is niet de eerste keer dat ik vrijwel niks begrijp van wat een econoom zegt. Het komt opvallend vaak voor. 
Meestal is dit een teken van een gebrek aan taalvaardigheid bij de econoom of een gebrek aan kennis bij mij, of beide, maar omdat het zo vaak voorkomt kan het ook een teken zijn dat de economie – de wetenschap – niet langer in staat is de werkelijkheid te beschrijven of te verklaren en zich naar binnen keert (jargon).
Voor menswetenschappen hanteer ik de regel: als de lezer het niet kan begrijpen, dan heeft de schrijver er ook weinig van begrepen.
Is de economie een wetenschap in verval?

maandag 18 mei 2020

Hoe heeft het kunnen gebeuren?

Monotheïsme

Eerst bevond de "leven gevende macht" zich onder onze voeten. Dit was moeder aarde.
Maar toen bevond deze macht zich opeens boven onze hoofden. Dit was god de vader.
Hoe heeft die omdraaiing kunnen gebeuren?¹
Niettemin: als ik iemand zie bidden tot een god (wat ik vandaag zag), ga ik zachtjes doen om de biddende niet te storen. 
Ik denk dat het bidden ouder is dan de goden.
Ik denk dat het bidden
– het over zichzelf gebogen zijn, het gesloten zijn , het gevouwen zijn van de handen– de goden heeft voortgebracht zoals de oester zijn parels.²
Elke lichaamshouding brengt tenslotte z'n eigen soort gedachten voort. Het lopen of rennen zou nooit op het idee van een "god de vader" zijn gekomen (het vluchten misschien wel).


¹ Van "moeder" naar "vader", van onder onze voeten naar boven onze hoofden, van concreet naar abstract etc.
² De oester maakt zijn parel wanneer er een irriterend extern element binnendringt. Om zichzelf hiertegen te beschermen maakt hij kleine laagjes parelmoer aan. Al die beschermende laagjes samen vormen de parel.

Tellen verleent elektriciteit aan het getelde

Het is goed om te tellen.
Eén, twee, drie, vier, etcetera.
Toen ik een poosje tennisleraar was, kreeg ik eens een groepje kinderen op les.
Zij konden er niks van.
Geen bal kwam terug over het net. Totdat we begonnen te tellen (hoe vaak de bal over het net kwam).
Opeens ontstonden er slagenwisselingen.
Er ontstond eerzucht, ijver, animo.
En daaruit weer gevoel voor de bal en techniek en ook plezier.
Er werd getennist.
Ja, en dat was alleen maar omdat we waren begonnen te tellen.
Zo is dus de magie van het tellen.
Tellen is niet alleen ordenend. Het is ook scheppend.
Tellen verleent elektriciteit aan het getelde.
Door te tellen slaat de bliksem in het getelde.
En er ontstaat leven.

zondag 17 mei 2020

We leken wel twee Fransen

Oog van een grauwe abeel
Vijf minuten lopen hiervandaan is een klein stukje bos. 
Twee weken geleden zat ik er 's avonds laat te drinken met J. 

In verband met het virus hadden we niet in het café afgesproken, maar buiten op straat. We leken wel twee Fransen met onze fles wijn en onze volgeschonken glazen midden in de stad. 
Er kwamen almaar lege trams voorbij. Ze reden volgens de normale dienstregeling. Zowel de aankomende als de vertrekkende trams waren leeg, dat wil zeggen: er zat niemand in, behalve voorin de bestuurder en achterin de kaartjesverkoper.
De bomen in het stukje bos hebben ogen (oogen in de spelling van voor 1935).
Het zijn grote, wijd opengesperde oogen.
Ze zien alles wat er in de de bocht gebeurt.
Wie er komt en wie er gaat.
Soms knipperen de bomen even met hun oogen (om dat te zien moet je een beetje dronken zijn).

De oogen zijn ontstaan op de plek waar takken afgebroken zijn of afgezaagd. Het zijn dus littekens (misschien geldt hetzelfde voor onze ogen).

Ik vind het aangenaam om onder bomen te zitten. Maar ik hoef niet te weten hoe ze heten. Boom is genoeg. Van sommige bomen weet ik wel de naam. Bijvoorbeeld: plataan. Maar vandaag kwam ik bij toeval de naam van de bomen in het stukje bos tegen.
Ze heten grauwe abeelen.
Ze worden niet oud.
Het zijn er zeven.
Zeven grauwe abeelen.

zaterdag 16 mei 2020

La condition humaine in een notedop

De chemische fabrieken waar schoonmaakmid-delen worden gemaakt behoren tot de meest vervuilende fabrieken van de wereld 
– la condition humaine in een notedop.

Is taal niet louter steigerbouw?

Steiger van bamboe
1.

Dit is een lofzang op het lettertype
Calibri Light punt 12. 
Een lettertype is een gevoel, een sfeer, een grondstof. 
Het is een kleur, een temperatuur, een temperament. 
Een mal, een schaal, een staat van zijn.
 

2.
Toen ik jong was wilde ik steigerbouwer worden.
Ik vond steigers mooi. Hun fragiliteit, de hoogte die ze desondanks konden bereiken.
De steigerbouwers klommen en klommen, hoger en hoger, en de geschiedenis van hun klauteren was hun fundament (en het gebouw groeide met ze mee).

Zo
– hulpvaardig, bijkomstig, aristocratisch, tijdelijk, fragiel, doorzichtig, licht en sterk – zo is ook de Calibri Light punt 12.
Is taal niet louter steigerbouw?

Het smalle steegje van het heden

Ruelle du Présent

Je hebt de uitgestrektheid van het verleden en de uitgestrektheid van de toekomst. Het gaat om maar liefst miljarden jaren!
En daartussenin het hele smalle steegje van het heden. 
Iedereen heeft zijn eigen definitie van het heden, maar meer dan zo'n honderd jaar duurt het voor niemand. Dat stelt niks voor, geef toe. We zijn zo klein behuisd in het heden dat we er helemaal prikkelbaar door worden (oorlog etc.). Oef, wat is het benauwd en bedompt. Wat een smal steegje. Je kunt er je benen niet eens strekken. Als er eentje niest, is meteen iedereen verkouden.
Ik stel voor om alle voorbije, huidige en komende tijd voortaan het heden te noemen. Laten we wat ruimer gaan wonen. Niet zo bescheiden.
Jawel – een breder opgezet nu. En ook het hier mag wel wat breder opgezet worden. Ook daarin zijn we goedbeschouwd te klein behuisd (vandaar al dat reizen – naar dáár). Hierover een andere keer.

donderdag 14 mei 2020

Waar gaan die twee mooie benen naartoe?

Een man wandelde 's avonds laat alleen naar huis.
Onderweg kwam hij een mooie vrouw tegen.
Hij nam beleefd zijn hoed af, zoals dat in vroeger tijden te doen gebruikelijk was.
"Goedenavond, waar gaan die twee mooie benen naartoe?" vroeg hij beleefd.
"Naar huis als er niks tussenkomt," antwoordde die vrouw.* 

* Dit was ook een favoriet mopje van m'n vader

De kleur van de kusten van de noordwestelijke Krim

Europese ekster
Dit is wat ik heb gekregen voor m'n verjaardag, moet je horen:
– Een kleine olijfboom om een olijfgaard mee te beginnen.
– Een zandkleurige kosmopolitische broek.
– Een cursus Italiaans voor beginners.
– Een waterpistool om de ekster weg te jagen bij de koolmezen.
– Zes mooie boeken, namelijk:
1) Verre jaren.
2) Onrustige jeugd.
3) Begin van een onbekend tijdperk.
4) Tijd van de grote verwachtingen.
5) Sprong naar het Zuiden en
6) Boek der omzwervingen.
Al deze boeken zijn geschreven door de Russische schrijver Konstantin Paustovski.
Hier is een stukje uit het voorwoord van Sprong naar het Zuiden:
"Ik zou dit boek willen beginnen met een woord van dank aan een van mijn lezers, de gepensioneerde kapitein-ter-zee Malov, die in Sebastopol woont. Kapitein Malov heeft in het vorige deel van deze autobiografie, Tijd van de grote verwachtingen, alles gecontroleerd wat ook maar enigszins met de zee te maken had en heeft mij daar wat korte aantekeningen over gestuurd. De uitgebreide en levendige kennis van de kapitein op maritiem gebied verleent deze aantekeningen het karakter van korte zeemansverhalen. Zijn brieven bevatten ook een soort korte onderzoekingen naar de kleur van de kusten van de noordwestelijke Krim, over de zogeheten Kovalevskitoren bij Odessa, die de stuurlui tot oriëntatiepunt diende en over heel veel andere bijzonderheden van het zeemansvak (...). Het valt op dat hij het zeemansvak heel hoog schat en niet kan uitstaan dat er lichtzinnig mee wordt omgesprongen. Ergens in een hoofdstuk van Tijd van de grote verwachtingen heb ik het woord 'loodswezen' tussen aanhalingstekens geplaatst. Dit heeft meteen, en terecht, protest opgewekt bij de oude zeerot, die opmerkt: 'Men moet het loodswezen niet omlaaghalen door het tussen aanhalingstekens te zetten.' (...)"

Heeft u verstand van parachutes?

Een parachutist viel met grote snelheid naar de aarde.
Zijn parachute wilde niet open gaan.  
Vanaf de grond kwam hem met grote snelheid – als een raket – een man op een fornuis tegemoet. 
"Goedemiddag," riep de parachutist naar de man op het fornuis, "heeft u toevallig verstand van parachutes?"
"Helaas," riep de man op het fornuis terug, "ik heb alleen verstand van fornuizen!"* 

* Dit was een favoriet mopje van m'n vader 

dinsdag 12 mei 2020

Ik kreeg een waterpistool cadeau

De ekster
M. vroeg wat voor een cadeau ik wilde hebben. 
"Graag een waterpistool," zei ik.

Het waterpistool dient om de ekster weg te jagen, die hier telkens op de rand van het dak verschijnt om te kijken of de jonge koolmeesjes al uit het vogelhuis zijn gekomen. Hij wil ze vangen en aan zijn eigen jongen voeren – en wat er overblijft wil hij zelf opeten.

maandag 11 mei 2020

Weet u hoe deze groente heet?

Ik was in Albert Heijn. Ik stond bij de zelfbedieningskassa's. Naast me stond een oudere vrouw.
"Weet u hoe deze groente heet?" vroeg ze aan me.
Ze liet me een bos groene stengels zien.
Ik herkende de stengels. Ik eet ze vaak, want ze zijn goed voor mijn urine-wegen. Maar ik kon niet op de naam komen. Er zijn sommige woorden die mijn geheugen niet wil binnen laten. Eerder schreef ik hier al over. Ik vermoedde het bestaan van een onafhankelijke mnemo-esthetica. 
"Verdorie mevrouw," zei ik, "nu vraagt u me precies naar een woord dat er bij mijn geheugen niet in komt."
Bij haar, zei ze, was het woord juist onlangs uit het geheugen weggevlogen. Ze leed, verklaarde ze een tikje verdrietig, aan beginnende dementie. Er waren wel meer woorden die ze niet meer wist.
Daar stonden we dan. Bij haar was het woord zojuist weggevlogen, bij mij kwam het er niet in.
"Ik ga wel even kijken in de winkel, bij de schappen," zei ik.
Even later kwam ik met het woord terug. 
Ze stond op me te wachten met de naamloze stengels in haar hand.
"Bleekselderij," zei ik.

zondag 10 mei 2020

Het individualisme is bedacht om nylonkousen te verkopen

Individualisme
Er was gedoe over de 4-mei lezing van Arnon Grunberg. Ik begreep het gedoe niet goed, want de begrippen vlogen door de lucht als veren in een kippenhok.
Ik heb de lezing er maar bij gepakt.
De passage waar het, denk ik, om gaat is die waarin de schrijver Primo Levi citeert: "Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens niet beoordeelt naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort."
Net als Primo Levi wil ook Arnon Grunberg graag dat de mens als een individu behandeld wordt. 

Maar dan moet de mens zich eerst als een individu gaan gedragen. En dat doet de mens niet. Primo Levi niet, Arnon Grunberg niet, niemand niet. Maar de mens wil het heel graag, dat is waar. Maar de mens doet het niet.¹
In afwachting van het moment waarop de mens zich als individu gaat gedragen, wil de mens wél dat de anderen alvast doen alsof hij een individu is. O, hij wil dolgraag alvast zo behandeld of beoordeeld worden.
Nergens is dit diepe en raadselachtige verlangen zo goed begrepen als in de reclamewereld. Om met de beroemde reclamejongen Don Draper te spreken: "What you call individualism was invented bij guys like me, to sell nylons."
Waarom wil iemand zo graag een individu zijn, uniek, de enige, the one and only, één in zijn soort? Dit is een interessante vraag waarop ik geen antwoord heb. Ik ben het nog aan het onderzoeken.² Wel weet ik dat het eerste individu nog geboren moet worden (het is de vraag of het een aangenaam mens zal zijn). In de tussentijd moeten we genoegen nemen met nylons. Je hebt ze tegenwoordig ook voor mannen, las ik.  

¹ Wel worden er soms pogingen tot individualisme gewaagd. Dit kippengefladder noemen we kunst.
² Meer hierover in m'n wijsgerige hoofdwerk Het Niets, het Ene, het Vele en Alles, te verschijnen bij uitgeverij Opera Non Scripta, d.d. quarante jours après jamais.

vrijdag 8 mei 2020

De normale crisis komt weer op gang

De normale crisis
Langzaam maar zeker worden overal de coronamaatregelen tegen de coronacrisis versoepeld en komt de normale crisis weer op gang.

Ik mocht het aan niemand vertellen

Gisteren werd bekend gemaakt dat J.'s gedichtenbundel Momentums laadklep genomineerd is voor een illustere prijs.
Gisteren barstten ook de lelies uit hun knoppen.
En gisteren hoorden we ook voor het eerst het dunne piepen van de pasgeboren koolmeesjes in het vogelhuis. 

"Pieppieppiep!"
En daar kwamen de ouders aanvliegen, snel als kogels, met hun snavels vol rupsen.
Nu willen
M. (19) en Z. (15) ook kinderen.
Eerlijk gezegd wist ik al eerder dat J. genomineerd was, maar ik mocht het aan niemand verder vertellen. Dit was moeilijk en ik moet bekennen dat het me niet gelukt is. Ik heb het voortijdig verteld aan mijn geliefde, mijn kinderen en mijn moeder, maar niet aan M., die met Maria Magdalena in de Stad der Dromen woont, en ook niet aan bijvoorbeeld P. Maar wel weer aan U., aan H. (die van oesters houdt) en aan C. – maar C. was het op slag weer vergeten omdat hij toeter was en alleen maar zichzelf hoorde praten. Hij vertelde onder meer dat hij pijn in z'n nek had omdat z'n nieuwe auto zo snel optrekt. 
"In zes seconden van stilstand naar 180 km/h."
Zelfs enkele minuten voordat het bericht gisteren op de website van Poetry International verscheen mocht ik het nog niet doorvertellen. Maar nu mag het dan, dus ik zeg het je: J.'s gedichtenbundel Momentums laadklep, uitgegeven door uitgeverij Tijloos, is genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. Weet je wie C. Buddingh' was? Nee? Dat moet je dit even lezen, dan weet je het.

woensdag 6 mei 2020

Grote goden, kan dat pikkie praten

C., die L. genoemd wordt, met haar spreeuw / door 
Edward Poynter (1836-1919)

1.
Hij heet 
Gaius Valerius Catullus.
Hij is een dichter en een bon vivant en hij is vreselijk verliefd op C.

Die C.
– ik zeg het maar gewoon – is een nymfomane. 

2.
Catullus noemt zijn gedichten "grapjes".
 

3. 
Catullus is geboren rond het jaar 669 Ab Urbe Condita en hij woont in Rome, waar Julius Caesar de baas is.
¹ Als je Catullus z'n grapjes leest is het net alsof je met hem in Rome bent en daar komt Julius Caesar de hoek om lopen.

4.
Ik mag zijn gedichtenbundel een maand lenen van U.
Ik zou het boek van P. krijgen.
Hij had het per drone naar me verzonden, maar de drone is de weg kwijt geraakt.
 

5.
Hier is een "grapje" van Catullus:
 

Furius, je villaatje ligt beschut
tegen de sirocco, de zuidwester,
de gure bora en de levantijn,
maar die hypotheek van 15.200 piek
zet je huis pas echt in de wind. 

6.
Nog eentje:
 

Ik lachte me slap toen een toehoorder
na Calvus' schitterend requisitoir
tegen de schurkenstreken van Vatinius
enthousiast zijn hand opstak en riep:
'Grote goden, kan dat pikkie praten!'   

7.
Nog een laatste:
 

Gellius is slank. Allicht. Met zo'n aardige,
kloeke moeder, zo'n charmante zus,
met zo'n aardige oom en al die meisjes om
zich heen moet hij wel mager blijven.
Hij doet alles wat niet mag. Geen wonder dus
dat hij er zo afgetrokken uitziet. 

8.
Vooruit, een allerlaatste dan:
 

Je bent een schat, vrouwtjelief,
mijn lieveling, mijn lekker stuk,
als ik in de siësta bij je mag komen.
Mag ik? Zorg er dan maar voor
dat je voordeur niet op slot is
en jij niet alweer op stap bent.
Nee, blijf thuis en bereid je voor
op negen nummertjes na mekaar.
Als dat mag, dan kom ik meteen,
want ik lig hier na een stevig maal
met in mijn hemd en sprei een paal.  

¹ Catullus noemt C. in zijn gedichten L..
² 669 Ab Urbe Condita, dat is 84 v. Christus (maar die jaartelling gebruikten de Romeinen natuurlijk niet!)

dinsdag 5 mei 2020

Een wereld die door weinig ogen wordt gezien

Hartje hoerenbuurt
Ik ging op bezoek bij S.
Ze woont op de wallen, ook wel de walletjes of de hoerenbuurt genoemd.
Er zijn daar duizenden toeristen.

Een hek zwaaide statig open nadat ik had aangebeld.
Ik fietste een mij onbekende wereld in, een wereld die door weinig ogen wordt gezien.
Toen het hek achter me sloot, leek het alsof ik gered was.

Het was daar rustig.
Ik hoorde vogels.
Ik hoorde bomen ruisen.
Er speelden jonge honden en jonge katten en het zou best kunnen dat er daar
– in hartje Amsterdam – ook weilanden zijn, en bossen, en boomgaarden zo ver het oog reikt.

zondag 3 mei 2020

Twee mensen die in het gras lagen



Vandaag ging ik tennissen met U. 
Tussen ons in was een stuk gesteente,
basalt of graniet, miljoenen jaren oud.
De tennisbal ging heen en weer over de steen
en stuiterde telkens op de steen.

Na afloop gingen we in het gras liggen. 
Boven ons de hoge populieren, zie filmpje. 
Onder ons het gras. 
Wij waren twee mensen die in het gras lagen.

zaterdag 2 mei 2020

Ik heb nog nooit zoveel onaffe dingen gezien

De pier van Bach
De eerste generatie die vanuit de baarmoeder direct een smartphone in de handjes gedrukt kreeg is nu een jaar of vijftien. 

Ik heb nog nooit zoveel onaffe dingen gezien: een tekening, een opleiding, een plan, een reis, een droom, een ambitie, huiswerk, een genieting, een ontwikkeling, een liedje, de afwas, een gesprek, een fantasie, een maaltijd, een geschrift, een gedachte, een liefde, een middagdutje, een vriendschap, een wedstrijd, een stemming, een ruzie, een herinnering, een levensfase.
Er zou een Museum van het Onaffe moeten komen.

De afbeelding toont de laatste noten van een onaffe fuga van Johann Sebastian Bach (net een pier die een eind in zee steekt).

vrijdag 1 mei 2020

Ik ben niet naïef

Klemens von Metternich (1773-1859)
China stuurt vliegtuigen vol goedkope mondkapjes naar ons.
Volgens het journaal van gisterenavond doet China dit niet om ons te helpen, maar om te verdoezelen of te doen vergeten dat het virus van de markt in Wuhan komt.
En ook om China's imago op te krikken.
En om China's invloed uit te breiden. 

Ik ben niet naïef op het gebied van de diplomatie en de internationale betrekkingen.
In mijn studietijd las ik de memoires van Talleyrand en von Metternich.

Nou, dan weet je wel ongeveer hoe het koekje kruimelt.

Maar het is hinderlijk dat het achtuurjournaal zo gemakkelijk de retoriek van Donald Trump overneemt.

Kun je een geheim bewaren?

P. werd gebeld door een fameus instituut.
Het instituut had een nieuwtje voor hem. Hij mocht het aan niemand vertellen want het was nog niet openbaar gemaakt.
Toen P. had opgehangen belde hij mij. Hij vroeg of ik een geheim kon bewaren. 
Natuurlijk.
Het was een allemachtig interessant nieuwtje.
Mijn oren werden helemaal groot door het luisteren.
T
oen P. had opgehangen ging ik het meteen aan niemand vertellen zoals beloofd.  

Courtesy PdW