dinsdag 24 maart 2020

De nieuwe woorden liggen te drogen bij de kachel

De Stad der Dromen (Wenen)
Teleïsch
en tithemisch
zijn nieuwe woorden die ik gisteravond heb gekneed uit de klei van de taal. 
Ze liggen hier nu te drogen bij de kachel.

De nieuwe woorden betekenen allebei: betreffende het doen.
Daar bestaat nog geen woord voor in het Nederlands.¹

Mijn twee nieuwe woorden zijn Grieks van oorsprong.
Teleïsch komt van τελεω (teleo ˗ doen).
Tithemisch komt van τῐ́θημῐ (tithèmi ˗ doen).
Het zijn dus geen fantasiewoorden.  

Ik zal een brief schrijven aan Van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandse Taal dat deze woorden in onze taal ontbreken, dat ik ze heb uitgevonden en of ze erin geïnteresseerd zijn om ze te kopen en in hun woordenboek te plaatsen.
Ik vroeg aan M., die in de wijk Spittelberg in Stad der Dromen woont en veel verstand heeft van financiën, welke prijs ik voor mijn nieuwe woorden moet vragen en hij noemde een mooie prijs. Ook zei hij desgevraagd dat hij tithemisch robuuster vindt dan teleïsch.

¹
Betreffende het horen is: auditief. Betreffende het zien is: optisch of visueel.  Betreffende de afstamming is: genealogisch. Betreffende het zijn is: ontologisch. Etcetera.

maandag 23 maart 2020

Een kleine geschiedenis van kraan nr. 2868

De kraan

In het jaar dat de havenkraan op mijn pad kwam, in 2009, was ik eenenvijftig jaar. De kraan, de economie en ik waren er toen alledrie niet best aan toe. Om met Dante Alighieri te spreken, de middeleeuwse Italiaanse dichter van de befaamde Goddelijke Komedie:   

In het midden van mijn levensweg bevond ik me in een donker woud, want de rechte weg was verloren gegaan. Ach, hoe zal ik zeggen hoe zwaar het was. Wat was dit woud woest en ruw en ongastvrij.

Tot zover de dichter Dante Alighieri, die leefde van 1265 tot 1321. 
Ik was bezig met het schrijven van een boek, maar het schoot niks op. Hoewel mijn laatste boek op de illustere longlists stond van verschillende literaire prijzen, kocht niemand het. In Maastricht kreeg je er drie voor de prijs van één plus een paar sokken. Op Nieuwsuur zag ik hoe mijn boek de shortlist niet haalde en hoe ik 50.000 euro mis liep.
Ik ging op zoek naar iets nieuws, iets groots om te doen. Maar wat?
In mijn familie is het overigens vrij gewoon om in een woest en ruw en ongastvrij woud te belanden, om met Dante te spreken. Van huis uit hebben we daar een zeker talent voor. Maar niemand ligt er wakker van. Ja, het verschijnsel "slapeloze nacht" is in mijn familie volslagen onbekend, wat ik – bij alle verdere tekortkomingen – zonder meer een voortreffelijke, ja zelfs een aristocratische eigenschap vind.
Het vermogen om onder alle omstandigheden lekker te slapen lijkt me een teken van gezonde onverschilligheid ten opzichte van het eigen lot. Het getuigt van een zekere bereidheid om op antiek-tragische wijze het noodlot te omarmen – van amor fati, om met de gazeuse professor Nietzsche te spreken.
Het idee om de havenkraan van de ondergang te redden door er een hotel van te maken, kwam niet precies in mijn eigen hoofd op, maar in het hoofd van P. Ik stond vlak naast hem toen hij het idee kreeg. Het is dus zo dat het idee opkwam in het hoofd naast mij, in plaats van in mijn eigen hoofd.
Het scheelde niet veel, zullen we maar zeggen.
P. had ook meteen de opmerkelijke, typisch Péïsche, slogan paraat waarmee het plan onder de aandacht gebracht diende te worden, namelijk:  

Elke hotelkamer heeft een kraan, maar
niet elke kraan heeft een hotelkamer.
 

Dat werd het motto waaronder we aan de slag gingen.
Ik had nu iets groots om te doen: het redden van Figeekraan nr. 2868, de laatst overgebleven havenkraan van het Amsterdamse Oostelijk Havengebied. Een roestende grijze eminentie die – als er niks gebeurde – binnen afzienbare tijd van verwaarlozing en ijzermoeheid zou instorten.
Om het plan te lanceren organiseerden P. en ik een "feestelijke, chaotische, constructieve en kraanbehoudende avond" op de KNSM Sociëteit (die we zelf hadden opgericht). We aten die avond: 

Pompoensoep
Varkensfilet met een frisse citroen/salievulling, fondante krieltjes en seizoensgroenten
Tiramisu
 

Daarna zetten we het, zoals te doen gebruikelijk, tot diep in de nacht op een drinken.
Een nieuw leven van vergaderen begon.
Om eerlijk te zijn had ik nog nooit eerder in mijn leven vergaderd. Volgens de schrijver Karel van het Reve is vergaderen voor de talentlozen.
"Vergaderen is voor de talentlozen," schreef hij.
Niets bleek minder waar!
Ik had zelden zoveel plezier gehad, zelden zoveel voor elkaar gekregen als nu ik behoorde tot de mensen die vergaderen. De ene vergadering was nog niet voorbij of er diende zich alweer een volgende aan.
Was het trouwens niet handiger, bedacht ik na een aantal jaren vergaderen, als de vergadertafels naar ons toe kwamen in plaats van andersom?
Ik zag tafels voor me die door de gangen van bedrijven renden, op weg naar een vergadering. Tafels die door de straten van de stad renden. Tafels die trappen op en af renden. De telgang van paarden leek me voor vergadertafels zeer geschikt.
Ik begon, met andere woorden, zo langzaamaan genoeg te krijgen van vergaderen. Het was inmiddels 2015, ik was nu zes jaar bezig met het kraanhotel (P. had er de brui aan gegeven) en het was nog steeds niet zeker of het project zou doorgaan. De kogel was nog steeds niet door de kerk. Nog steeds was het mogelijk dat alle moeite, al het werk voor niks was. Al het werk, van iedereen die er in de loop der jaren bij betrokken was geraakt: het werk van de juristen, van de ambtenaren, de wethouders, de architecten, de aannemers, de investeerders, de ingenieurs, de adviseurs, de havenautoriteit – alles voor niks. De zee zou zich sluiten boven ons plan en het zou zijn alsof er niks gebeurd was. 
Het vreemde is dat er eigenlijk nooit een moment is geweest in al die jaren van vergaderen dat ik dacht: nu zijn we klaar, nu is het gelukt, nu gaat het door. Ik had het gevoel dat ik gedoemd was om voor altijd te blijven te vergaderen.

En toen, even plotseling als ik het hier nu zeg, in januari 2016, werd de kraan van de kade gelicht en naar Friesland gevaren. Twee jaar later kwam hij terug als nieuw.
Deze kraan, dit schitterende bouwwerk dat me vanaf de allereerste keer dat ik hem zag deed denken aan de beroemde, gigantische, nooit gebouwde constructivistische staatsvergadertoren van Vladimir Tatlin, deze oude Figeekraan nr. 2868 op de Surinamekade aan het IJ, "t.o. nummer 34", deze mij dierbare oude topkraan, ook wel portaalkraan genoemd en soms ook wipkraan, die net zo oud is als ik, uit hetzelfde jaar is als ik, namelijk uit 1958 – deze kraan heeft mij gered nadat ik hem had gered.
Ik ben kraan nr. 2868 daarvoor heel dankbaar. 

Dit stukje is een fragment uit een lezing.
Zie hier het kraanhotel (en hier).

zaterdag 21 maart 2020

Morgen moet iemand een taart bakken

Taart (droom)
Midden in de nacht werden we opgeschrikt door een dringende oproep uit de slaapkamer van M.: "Morgen moet iemand een taart bakken!"

vrijdag 20 maart 2020

Ik stond midden in de nieswolk

Foto en wolk: Berndnaut Smilde
Ik moest geweldig niesen. Het ging van: "Háááá... tsjóé!"
Alle anderen hadden al dekking gezocht, maar ik stond midden in de nieswolk. 
Zou er zoiets bestaan als zelfbesmetting? Met het coronavirus bedoel ik. Tenslotte bestaat er ook zelfbevruchting.
Voortaan houd ik anderhalve meter afstand tot mezelf. 
Op het belangrijke terrein van de hygiënische distantie kun je nu niet streng genoeg zijn voor jezelf.

woensdag 18 maart 2020

Zo is de omgekeerde wereld

Koperen deurbel
Over een tijd komt er een lockdown.
Dit in verband met het coronavirus.
Dan mag je niet meer de straat op zonder toestemming van de autoriteiten.
Dan zit de deurbel aan de binnenkant van je huis en moet je aanbellen om naar buiten te mogen.
Ringgg! 
Zo is de omgekeerde wereld.

Het is goed om aan boeken te ruiken

Langs het IJ naar huis

Ik was naar de stad om een boek te kopen. Ik fietste via het Waterlooplein en de Munt.
Ik kon zonder gevaar door het rood en het groen van de stoplichten fietsen alsof het nacht was of oorlog
(oorlog heb ik niet meegemaakt maar nacht wel).
Ik kon op de Wibautstraat gaan liggen.

In boekhandel Athenaeum op het Spui was één klant.
Dat was ik.
Ik hield anderhalve meter afstand tot het winkelpersoneel. 

Tot de boeken hoefde ik geen afstand te bewaren. 
Ik pakte het boek dat ik wilde kopen uit de kast en rook eraan. Het is goed om aan boeken te ruiken. Als de geur je niet bevalt kun je het beter niet kopen. Het boek rook lekker en ik kocht het. 

Ik fietste terug naar huis via de Dam en het Centraal Station en langs het IJ. Er kwam vanzelf een lied van Ramses Shaffy in m'n hoofd en ik zong het.
Het is stil in Amsterdam,
de straten zijn verlaten,
oho, ohoho!

De zon scheen en het rook lekker. Het was lang geleden dat de stad zo mooi en helder was op klaarlichte dag en zo geurig en stil en zacht onder de voeten bijna als mos.

vrijdag 13 maart 2020

Er staan alleen nog een paar beschadigde blikken

Een blik gepelde tomaten
De bewoners van mijn stad zijn aan het hamsteren. 
Dit in verband met het coronavirus.
Er ligt nog maar weinig voedsel in de schappen en alle blikken tomaten zijn op. Er zijn alleen nog beschadigde blikken (die zijn mogelijk te min voor de hamsteraars).

dinsdag 3 maart 2020

Waar het over gaat

De god van het juiste moment (Kairos)
Alles bevindt zich aan de oppervlakte, zowel temporeel als ruimtelijk. Alles is hier en alles is nu.
Dit is mijn onbekrompen hier en nu.
Ik ben een oppervlaktewezen.

Maar verdorie, wat zit ik nou te kletsen! 
Vandaag moet ik echt beginnen aan de openingsrede voor de Dolce far Niente Academie! 
De opening van het academisch jaar is al over twee weken en ik heb nog geen letter op papier gezet.
En ik moet ook nog de hele compositie 4'33'' van John Cage instuderen met P.

Waar het allemaal over gaat?
O, nergens over.

maandag 2 maart 2020

Het is voor mijn lever

Coronavirus van glas

"Ik heb zin om te zuipen."
Dit zei ik vandaag tegen M. (47).

Zij is vijftien jaar jonger dan ik.
Zij is nog een jonge bloem.
Zij is door corona niet in levensgevaar.

"Kun je bier waar geen alcohol in zit eigenlijk wel zuipen?" vroeg ze.
Een goed punt. 
Zuipen is een alcoholhoudend woord, net als tempelier en proost. 

Ik drink nu een maand en twee dagen geen alcohol. Nog zestien dagen te gaan.
Een heel vocabulaire raakt in de versukkeling.
G
een alcohol drinken is niet moeilijk voor mij. Ik doe het voor mijn lever, die vergevingsgezinde.

Doen wij soms iets verkeerd?

Venetiaans carnavalsmasker (Alles was tief ist, liebt 
die Maske
– Nietzsche)
Hebben
de groteske¹ islamitische en joodse reacties op de spotprenten van Kurt Westergaard en het carnaval van Aalst misschien een andere oorzaak dan onze vrolijke, vrijgeestige, carnavaleske, irritante Europese spotlust?
De American Jewish Committee en het CIDI hebben voorschriften voor het spotten.
"Goedendag, spreek ik met de afdeling spot van de American Jewish Committee?"
"Daar spreekt u mee."
"Ah, goedendag, ik wou graag Harvey Weinstein bespotten."
"Dat kan. Heeft u hem – of ons – al eens eerder bespot?"
"Eh, nee, nog nooit. Dit is m'n eerste keer."
"Waar zat u aan te denken?"
"Nou, ik wou hem lelijke dikzak noemen." 
"Dat kan, maar het is wel een beetje pijnlijk voor de heer Weinstein om bespot te worden om zijn uiterlijk. Zo zijn de nazi's ook begonnen. Wij suggereren dat u hem onaardige meneer noemt."
Spot die niet een beetje pijn doet is geen spot, dat is een vorm van aaien. Moeten islam en jodendom zich niet eens voorzichtig de vraag stellen, nu in Europa cartoonisten en carnavalvierders naar het leven worden gestaan: doen wij soms iets verkeerd? Dat is een moeilijke vraag om te stellen en om te beantwoorden. Voor iedereen, en zeker voor monotheïstische religies met een ene en enige god.
Ook het christendom is monotheïstisch en oorspronkelijk niet Europees. Het monotheïsme komt uit heet en droog gebied en heeft Europa, toen het in Griekenland aan land kwam, in een duizend jaar durende depressie gestort (door de Engelsen heel toepasselijk The Dark Ages genoemd).
Europa is sappig en groen en koel – een oase, in woestijntermen. Dat is geen vruchtbare omgeving voor verhitte goddelijke visioenen. In de oase drink je water.
Europa is poly-, pan- of zerotheïstisch (antiek, heidens). Het huwelijk tussen Europa en het monotheïsme is nooit erg gelukkig geweest. Er is altijd veel huiselijk geweld aan te pas gekomen. De vooruitgang is in verzet tegen het monotheïsme ontstaan en voltrokken.
De wetenschappelijke revolutie (Galileo, Harvey, Columbus), de artistieke en "genealogische" revolutie (Renaissance) en de waardenrevolutie (Verlichting)
zijn antiek, heidens, poly, pan, non.
Je moet wel dumm wie Thierry zijn om de Europese beschaving "joods-christelijk" te noemen.² 
Onder de zware monoliet van het christendom komen de laatste decennia, schuchter en knipperend tegen het zonlicht na millennia van donkerte en verplettering, de oude Europese goden en liefdes weer tevoorschijn gekropen: de natuur, het lichaam, de vrouw, het water, de lucht, het bos, de dieren, de metamorfose, de vrolijkheid, de lichtvoetigheid, de onbezorgdheid, de dans, de sport. De Europese Unie spendeert de komende jaren maar liefst duizend miljard euro aan de wederopbloei van deze oude goden en liefdes. Een Perikleïsch plan!
Het Europese christendom heeft niet meer de kracht tot onverzoenlijkheid, tot inquisitie. Het is simpelweg verkwijnd in het gematigde Europese klimaat (voor religieus fanatisme is hier te veel water en te weinig dorst). Laat Europa zich toch niet onderwerpen aan nieuwe onverzoenlijken. Gisteren zei een jongen op tv: "Al duizenden jaren vereren we een onzichtbare god. Maar mijn god is de natuur, de aarde. Daar kom ik uit voort en daar ga ik naar terug."
Een paar eeuwen geleden had hij die uitspraak niet overleefd. Het zichtbare, ruikbare, hoorbare, proefbare en tastbare vereren was ketterij.
Later meer, ook over die onaardige meneer! 

¹ Typering door de burgemeester van Aalst.
² Dumm wie Thierry is een Duitse zegswijze, mogelijk verwijzend naar Thierry Baudet.