zaterdag 11 september 2021

Dit is het zestienhonderdste bericht

Typemachine
Dit is het zestien-honderdste bericht op Eeuwige Bouillon.
Marcus Valerius Martialis leefde in een late bloeiperiode van het Romeinse Rijk en hij schreef vijftienhonderd epigrammen
.¹ 
S. Montag leefde van 1975 tot 2016 en hij schreef achttienhonderd kronieken.²
Hij schreef ze op een typemachine.
S. Montag was een pseudoniem van Henk Hofland.
Henk is een ouderwetse naam.
 

¹ Vijftienhonderdvierenzeventig om precies te zijn 
² Achttienhonderdvijfenveertig om precies te zijn

Wat ik kan

Hugo von Hofmannsthal (1874-1929)
Ik kan in eenvoudige taal eenvoudige mededelingen doen.

vrijdag 10 september 2021

Zijn hele jeugd was hij te dik

Straatorgel
Ik fietste door een winkelcentrum.
Ik mocht daar niet fietsen.
Ik fietste langs twee vrouwen.
Een van de twee vrouwen zei: "Zijn hele jeugd lang was mijn zoon te dik. Toen hij eindelijk mooi slank was geworden, werd hij een crimineel."
En een straatorgel speelde mooi Jesu bleibet meine Freude.

donderdag 9 september 2021

Af en toe kan M. een glimlach niet onderdrukken

Vanavond kwam M. onverwachts bij ons op bezoek.
Ze zei dat ze in haar nieuwe huis af en toe een glimlach niet kan onderdrukken.

woensdag 8 september 2021

Over Noord

De lift in het nieuwe gebouw waar M. woont is van het merk Orona.
Nog niemand heeft er een C voor gezet.

M. heeft geslapen als een roos

Rosa Gallica (wilde roos)
Vannacht heeft M. voor het eerst in haar eigen huis geslapen.
"Heb je lekker geslapen?" vroeg ik.
"Als een roos," schreef ze terug
.

dinsdag 7 september 2021

Over het missen van de boot in niet-spreekwoordelijke zin

Het Oostveer tussen Oost en Noord

Over Noord

Elzenhaag in de winter
In Noord heten alle pleinen Elzenhagenplein.
En alle parken heten Elzenhagenpark.
En de tennisclub heet Elzenhage.
En alle lanen heten Elzenhagenlaan.
Maar er is één laan en die heet Eeuwige Jeugdlaan. 

woensdag 1 september 2021

Een zeer kleine greep uit wat er de laatste weken zoal tegen me gezegd is

Rabarber
1.
A. zei tegen me dat hij houdt van Rivella en van rabarber.
¹

2.
De vader van S. zei tegen me: "Stroomopwaarts gaat mijn schip langzaam, maar stroomafwaarts moet ik oppassen dat mijn schip niet uit de bocht van de rivier vliegt." 

3.
P. zei tegen me dat publiek per definitie wreed is. De mensen, zei hij, zitten op de tribunes uit wreedheid.
 

¹ (Vroeger kende ik vier mensen die Rivella dronken en rabarber aten).

maandag 30 augustus 2021

Over schoonheid

De Albemarlefabriek bij de pont
De Albemarlefabriek
is mooi om te zien.
Hij staat aan de overkant van het IJ met zijn voeten in het water.
Hij werkt dag en nacht.
Hij heeft geen slaap nodig (hij is chemisch).
's Nachts is de fabriek fel verlicht.
Dan is hij zeer fotogeniek.
Er werken vierhonderd-vijftig mensen in de fabriek.
Dit weet ik, omdat ik het las op een bord met informatie.
Ook las ik op het bord dat de fabriek zorgt voor schone mobiliteit.
En dat hij schone brandstof maakt. En lithium voor batterijen in schone elektrische voertuigen.
Wat een schone fabriek!

vrijdag 27 augustus 2021

Nemen ze de stoelen mee naar buiten?

In Amsterdam-Noord zie ik soms twee of drie mannen op stoelen naast elkaar zitten.

Z
e zitten voor hun huis of onder een boom.
Nemen ze de stoelen uit hun huizen mee naar buiten?
En nemen ze de stoelen daarna weer mee terug naar binnen?
Neemt elk zijn eigen stoel mee naar binnen?
Of wat?

woensdag 25 augustus 2021

Terwijl ik op de stoel zat

Pfizer-Biontech vaccin tegen covid-19
Vandaag ben ik voor de tweede keer gevaccineerd tegen corona.
Dit gebeurde in de RAI te Amsterdam.
Ik kreeg de prik in mijn linkerarm.
"Prik maar in m'n linkerarm," zei ik.
Ik moest twee minuten op een stoel zitten en mijn vinger op de plek drukken waar ik geprikt was.
Daarna moest ik nog een kwartier in een grote hal op een stoel zitten.
Een vrouw tegenover mij viel flauw terwijl ik daar zat.
Ze viel van haar stoel.
Toen kon ik gaan.

dinsdag 24 augustus 2021

Vergeet niet om de lamp aan te doen

Mussolini in de immense Sala della Mappamundo
Deel twee van de trilogie van Antonio Scurati over Mussolini heet M, de man van de voorzienigheid.¹
Het is slordig vertaald of slordig geschreven of allebei en het is mooi.
Aan het begin van de jaren dertig hield Mussolini kantoor in de immense Zaal van de Wereldkaart in het vijftiende-eeuwse Palazzo Venezia te Rome.
Hij had uitzicht op een groot plein en het grote plein had uitzicht op hem.
Elke dag als hij het gebouw verliet drukte hij zijn bode Quinto Navarro op het hart: "Vergeet niet om de lamp van mijn schrijftafel aan te doen als het donker wordt en die de hele nacht te laten branden, zodat de Italianen weten dat ik dag en nacht voor ze aan het werk ben."

¹ Zie hier over deel 1 van de trilogie

maandag 23 augustus 2021

Warmte is inherent aan de zomer

Schaduw van een boom op een muur
Ik sprak iemand die steeds het woord "inherent" gebruikte.
Inherent dit, inherent dat.
"Verliezen is inherent aan tennissen," zei hij.
Daar begon hij mee.
We zaten onder een boom in de schaduw van die boom.
Later zei hij dat hij een kater had en hij voegde er aan toe: "Dat is inherent aan te veel drinken."
En nog weer later zei hij dat warmte inherent was aan de zomer (hij had het warm). 
Het was niet de eerste keer dat ik zo iemand ontmoette. 

zaterdag 21 augustus 2021

Plinius de Jongere schrijft een brief aan keizer Trajanus

Keizer Trajanus (53-117) op een munststuk
U. vertelde in de auto op weg naar Wimbledon Park (in Amstelveen) dat Plinius de Jongere in een brief aan keizer Trajanus het volgende had geschreven over christenen. Hij had geschreven: 
"Superstitio prava et immodica."
Wat betekent: 
"Het is een kwalijk en buitensporig bijgeloof."

Het gaat nu niet om jou

Gisteravond om vijf voor half zeven hoorde ik een man tegen een andere man zeggen:
"Het gaat nu niet om jou hè, het gaat om je moeder."
De twee zaten te drinken op de stoep voor hun huis hier aan de Panamakade.
Het was een mooie, warme avond.
Ik was op weg naar U.

maandag 9 augustus 2021

Over de schade die een paar duizend jaar monotheïsme heeft aangericht

Hier is het zesde klimaatrapport van de IPCC, alsjeblieft.
Het gaat over de schade die een paar duizend jaar monotheïsme heeft aangericht.
Langzaam maar zeker wordt de planeet onbewoonbaar.
Zie over deze kwestie ook mijn pamflet Over het niets en het nietsdoen of: het Gaiacomplex 1, 2 en 3.
En zie ook de serie Geld,
Grond, God (GGG) die vanaf 2025 op deze blog te volgen zal zijn.

vrijdag 30 juli 2021

A. zag een heersbeestje

Heersbeestje

A. is de dochter van P.
Ze
is drie.

Ze zag een lieveheers-beestje.

Ze riep tegen haar zusje: "Ik zie een heersbeestje!"
Heersbeestje zou ook een goeie naam zijn voor homo sapiens.

Het Russische woord voor lieveheersheersbeestje is: божьи коровки.
Dit betekent:
gods koetje.

Courtesy PdW 

dinsdag 27 juli 2021

Hij moest er zo te horen heel dringend langs

Twee papegaaien boven Aracataca
1.
Achter me klonk een fietsbel. Hij moest er zo te horen heel dringend langs op zijn VanMoof.

2.
Voor het uitzonderlijke hebben wij misschien geen geschikt geheugen.

3.
Er leven tal van kleurige en lawaaiige papegaaien bij mij in de straat (in de bomen).
Het lijkt hier wel Aracataca.
Zou dat komen door de veranderingen?
De klimaatveranderingen bedoel ik.

4.
Alle oorlogen komen voort uit het verlangen om "één te worden", "één te zijn". Als het niet zo treurig was, zou het ontroerend zijn.

5.
Ik wil de verzamelde epigrammen van Martialis gaan kopen. Hij leefde van ongeveer 793 tot 857 AUC*, dat is van ongeveer 40 tot 104 na het begin van de christelijke jaartelling. Ik heb over hem gelezen in het boek Papyrus van Irene Vallejo en ik mag hem graag. Hij schaamt zich helemaal niet om reclame te maken voor zijn eigen werk. Hij schrijft:

Je wilt mijn boekjes bij je
hebben, overal?
Je zoekt gezelschap voor een lange reis? 

Dan koop ze! Dikke pillen
zijn het niet. Neem kisten
voor de groten
ik pas in één hand.

Maar waar ben ik te koop?
Ik geef je die informatie.
Dwaal niet doelloos rond, neem mij als gids: 

de winkel van Secundus,
de geleerde, bij de
Vredestempel: dáár. Bij Nerva's Forum.

6.
P. te A.: "Morgen is een belangrijke voetbaldag."
M. te W.: "Geweldig, zo'n belangrijke voetbaldag."

7.
Ik zag een nieuwe reclame van Toyota.
"Toyota zuivert de lucht".
Voor veel mensen is de taal een hogere autoriteit dan de werkelijkheid.

8.
Iemand vertelde me dat hij vroeger een christen was maar dat hij nu een atheïst is.
"Waarom een atheïst," zei ik, "er zijn duizenden goden mogelijk."
Nee, dat vond hij niet.
Nog steeds een christen.

9.
Hij woont al twintig jaar bij mij in de straat en hij heeft me nooit gegroet. Nu groet hij me opeens. Zal ik terug groeten?

10.
Vlinders zijn misschien vanuit een ander universum per ongeluk in het onze terechtgekomen.

* Ab Urbe Condita (vanaf de stichting van de stad Rome)

maandag 26 juli 2021

Hij vloog breeduit en stuurloos in het rond

Uit mijn droom van vannacht
1.
Ik droomde dat het winter was.
Ik liep met mijn vader en moeder door de sneeuw.
Wij waren alledrie even oud.
Wij waren een jaar of elf.
Wij gingen naar de ijsbaan.
Onze schaatsen hingen om onze nek.

2. (Over voelen en weten)
"Je vóelt de gaten in je sokken misschien niet, maar je wéét dat ze er zitten en daardoor voel je ze toch."

3.
Ik werd op straat aangesproken door een man.
Hij zei: "U bent toch historicus? Weet u misschien een goed boek over slavernij? De familie
van mijn vrouw heeft een slavernijverleden en daar is weinig over geschreven. Mijn opa is omgekomen in Auschwitz, maar daar is veel over geschreven."
Hoe wist die man dat ik een historicus ben?

4.
Ik kijk niet meer naar tennis. Djokovic wint alles. Ik vind onoverwinnelijkheid een vervelende eigenschap.

5. (Kort gesprekje met Z.)
"Pap?"
"Ja?"
"Wil je even de moisturizing curl activation cream brengen? Het is een witte fles met gele letters, hij staat op tafel."

6. (Over het gesprek op Suikermeloen 3 Warmtemaand 229)
Dr. T. is een zachtgestemd mens.
Zijn kamer is zo moeilijk te vinden in het grote ziekenhuis dat ik een begeleider mee krijg om me erheen te brengen.

Bij metingen (en bij toeval) zijn er een tijd geleden veranderingen geconstateerd in de toestand van mijn bloed.

Dr. T. is erbij gehaald om vast te stellen wat de oorzaak is.

In zijn kamer staan: een bed, een kamerscherm, een bureau met een computer, drie stoelen, een opvallend gezonde plant en dr. T.

Aan de muur is een wastafel bevestigd met een spiegel erboven.

De oorzaak van de veranderingen, zegt dr. T., ligt in het beenmerg waar het bloed gemaakt wordt.

Het komt niet door roken of drinken, het is niet erfelijk, het is gewoon pech.
De veranderingen zijn waarschijnlijk het prille begin van leukemie.

7.
Een dikke bromvlieg kwam plots binnen vallen door het open raam. Hij vloog breeduit en stuurloos in het rond en precies zo vloog hij ook weer naar buiten.

zondag 18 juli 2021

Aanstaande Suikermeloen heb ik een belangrijk gesprek

Schil (huid) van een suikermeloen
1.
Op 22 december 1792 werd de Eerste Franse Republiek gesticht.
Op die dag ging ook de Franse revolutionaire tijdmeting in.
 

2.
Een maand bestond uit drie periodes van tien dagen (décades).
Een jaar bestond uit zesendertig décades.
Per jaar waren er vijf of zes aanvullende dagen, jours sansculottides. 

3.
De Franse Revolutie was niet mooi, maar de revolutionaire kalender was wel mooi (mooi aards).
De dagen hadden de namen van dieren, mineralen, delfstoffen, instru-menten, werktuigen, planten, bomen of vruchten.
De maanden waren genoemd naar dingen die boeren deden in de verschillende seizoenen (oogsten, zaaien). Of naar dingen die de natuur deed in de verschillende seizoenen (sneeuwen, regenen).
De revolutionaire kalender werd bedacht door de dichter Fabre d'Églantine. Hij werd onthoofd. 

4.
Volgens de revolutionaire kalender is het vandaag
zondag 18 juli 2021de tiende dag van de dertigste décade van het jaar 229.
Chalémie 30 messidor CCXXIX.
Chalémie is de naam van de dag. Het betekent herdersfluit.
Messidor is de naam van de maand. Het betekent oogstmaand.
Het is vandaag dus Herdersfluit 30 Oogstmaand CCXXIX!
Aanstaande woensdag heb ik een belangrijk gesprek.
Ik weet niet precies welke dag aanstaande woensdag is volgens de revolutionaire kalender van Fabre d'Églantine. Ik denk de derde dag van de eenendertigste décade van het jaar 229. 
Chalon 3 thermidor CCXXIX
.
Oftewel Suikermeloen 3 Warmtemaand 229.

maandag 14 juni 2021

donderdag 10 juni 2021

Weet je wat?

1.
Gisteren vond ik twee klaprozen op straat.
Ze zaten nog in de knop.
Ik heb ze thuis in twee wodkaglaasjes gezet.
En weet je wat?
Ze bloeien. 

2.
Ik loop ver achter met schrijven.
Ik heb dozen vol aantekeningen.
Zal ik die weggooien?
Of zal ik ze bewaren?
Een deel van mij zegt: weggooien.
Een ander deel zegt: bewaren.

3.
Ondertussen kijk ik naar tenniswedstrijden op tv.
Tennis is een geschikte sport om naar te kijken in periodes van besluiteloosheid.

maandag 7 juni 2021

Ik stond te wachten in een portiek

Ik stond te wachten in een portiek.
Het wachten duurde lang.
Opeens had ik geen zin meer om te wachten en ik vertrok.
Bij aankomst op het vliegveld ontdekte ik dat mijn vliegtuig al weg was.
Ik liep door de weilanden terug naar de stad.
Deze korte, futiele droom droomde ik
vannacht negentien keer achter elkaar (tenminste, dat droomde ik).

zaterdag 5 juni 2021

Over empathie

Dryope verandert in een boom tot haar ontzetting
(Uit: Metamorfosen van Ovidius)

Empathie, ἐμπάθεια, betekent: inleving in de ander of het andere.
Maar misschien behoort alles waarin je je kunt inleven per definitie tot het eigene.
Is er een gouden tijdperk geweest waarin "alles alles" was?
Is de empathie een kortstondige gelukkige opflakkering van dat tijdperk, zoals sommigen denken?


woensdag 2 juni 2021

Onopgemerkt-zijn is geen garantie voor een gelukkig leven

Het vlokreeftje Eurythenes plasticus / Wikipedia
Dus het beste wat je kunt doen als je op deze planeet leeft, is: je verstoppen.
Dat is precies wat het vlokreeftje hiernaast op de foto deed. Het verstopte zich op zeven kilometer diepte in de Marianentrog in de Stille Oceaan. Daar leefde het duizenden jaren, onopgemerkt door de menselijke soort.
Maar vorig jaar, in 2020, werd het ontdekt en het kreeg de wetenschappelijke naam Eurythenes plasticus.
Aan die naam kun je wel zien dat onopgemerkt-zijn geen garantie is voor een lang, gezond en gelukkig leven. Plasticus verwijst naar het plastic dat door onderzoekers in het kleine kreeftje werd aangetroffen.

Als je een dier bent

Plaquette met twee mensen op de ruimtesondes
Pioneer 10 en 11
Als je
op de planeet aarde leeft en geen mens bent, maar een dier of iets anders (een boom, een rivier), dan moet je zien te voorkomen dat je door de mens wordt opgemerkt. Dat is trouwens ook het beste om te doen als je wél een mens bent. Hierover een andere keer.

zondag 30 mei 2021

Over imiteren

Octopus (geen mimetische)
De mimetische octopus kan vijftien dieren imiteren.
Hij kan de koraalduivel imiteren.
Hij kan de zeeslang imiteren.
Hij kan de kwal imiteren.
Hij doet dit allemaal heel kunstig en hartstochtelijk. 
Hij doet dit vaak zomaar, zonder reden, gewoon om te lachen.
Tenminste, dat vermoed ik.

zaterdag 29 mei 2021

Mijn vloeistoffen top-drie

1) Water
2) Inkt
3) Wodka

maandag 24 mei 2021

Ik weet het niet

Moeder Maria met het kindeke Jezus en op haar hoofd de
Heilige Geest
"Wat is eigenlijk Pinksteren?" vroeg M.
"Ik weet het niet," zei ik, "een neerdalen of opstijgen van iets of iemand? Een fladderen?"
"Ah, ik zie het al," zei M.
Ze had het opgezocht.
"Het is een uitstorten. Het is het christelijke feest van de uitstorting van de geest van god over de hoofden van de mensen. De uitstorting maakt
het geluid van een windvlaag en veroorzaakt vlammen op de hoofden van de mensen. En ze beginnen in vreemde talen te spreken."

Over W. (5) / Ze zijn het echt

45.
Het leven is iets zeldzaams. Het is zeker niet iets krachtigs. Anders zou het vaker voorkomen, op miljoenen andere planeten.
Het niet-leven is veel krachtiger.

55.
Kun je verlangen naar de dood zoals naar de zee op een snikhete dag koel, helder, moederlijk deinend, verfrissend?

55.
Het voelde goed om de straat op te gaan,
langs de rivier te kuieren, naar China te vliegen of op een snikheet Italiaans perronnetje te wachten op de trein, rokend in de schaduw, leunend tegen zijn rugzak.

57.
Het schrikken als de telefoon gaat is behalve een psychisch ook een biologisch verschijnsel. Het is de schrik van de stilte over het lawaai, van het hert in het bos dat een tak hoort breken, van de bewoner over de inbreker, van de ballon over de naald, van het zijn over het binnendringen van het niet-zijn.
"Met P.," zei ik.

57.
Ik gaf de planten water op het balkon, de bamboe op het binnenplaatsje. Aan het einde van de middag ging ik zoals elke dag naar de supermarkt om voedsel te kopen.
 

57.
"Ze zijn het, ze zijn het echt!" riep iemand toen W. en ik eraan kwamen lopen, schouder aan schouder, elk meer op z'n gemak met de ander dan alleen.

Over W. (4) / De leidingen

Rainer Maria Rilke
26.
Het was nog vroeg in de ochtend en het begon al warm te worden.
Het was zomer.
We waren tot laat uit geweest.
We waren in de discotheek geweest.
We hadden niet gedanst (dit hadden we wel moeten doen).
De ramen en deuren van mijn huis aan de W-schans stonden open, de gordijnen deinden zachtjes in de bijna-windstilte, we hadden een kater.
Van buiten kwam de zoete geur van de opwarmende stad.

33.
We voelden ons zoals tijdens onze laatste dagen op de middelbare school, vijftien jaar eerder. Onder de geslaagden heerste een sfeer van afscheid en melancholie. Maar iedereen was ook ongedurig en vol verwachting.
De losbandigheid die al die tegenstrijdige gevoelens teweeg brachten!
Dit keer eindigde niet onze middelbare schooltijd, maar het tijdperk van onze onafscheidelijkheid. 

33.
W. had van jongs af aan het zekere gevoel dat een leven zonder vrouw en kinderen zinloos was. Zijn toekomstige gezin was voor hem als een verre, lonkende haven waarin hij op een dag zou binnenvaren en afmeren, liefdevol in de armen gesloten.

34.
W.'s vader was die middag, lang geleden, niet verdronken.
Hoe moet het geweest zijn voor W., toen zijn vader het tuinpad op kwam lopen, uitgeput en in de war van de epileptische aanval, opgestaan uit de dood, kroost op z'n kale hoofd en nat van de sloot waarin W. hem had laten liggen? 
Hoe moest het nu verder? Eén blik van zijn vader was genoeg om W. ineen te laten krimpen van ellende.
"Jij hebt mij gedood."
Was het wel echt gebeurd?
Tegen de tijd dat W. ging trouwen was hele idee vader te beladen, te zenuwslopend voor hem geworden.  

34.
Toen begon W.'s gevecht met zijn afkomst, met zijn genen. Toen begon zijn gewapende terugtocht in het verleden, zijn obsessie met het vlees, met de leidingen. "Eigenschappen slaan soms een generatie over," zei hij met onafzienbare bezorgdheid in zijn stem. Voor het eerst had ik met hem te doen.

36.
Herfst 1995.
"Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr," zei W.
Dit had Rilke
geschreven. Rilke leefde van 1875 tot 1926.

[wordt vervolgd]

zondag 23 mei 2021

Over W. (3) / Bernardo Bertolucci

Scène uit Novecento
18.
Door het kleine gekantelde dakraam kwamen de geluiden van de stad U.
W. hoorde het getrippel van een duif op het dak.
Of was het een rat?
W. lag stil te luisteren met zijn ogen open. Het was de eerste nacht op zijn studentenkamer te U. Wat een verschil met wakker zijn op het land, met de geluiden van het land.
Vreemde steden leer je 's nachts kennen.

18.
Wat het leven ook voor ons in petto had, aan het einde ervan zouden we weer bij elkaar komen, net als Olmo en Alfredo. Dat namen we ons voor in de herfst van 1977, na het zien van de film Novecento van Bernardo Bertolucci.
Wat vond W. het heerlijk om die klinkende naam Bernardo Bertolucci uit te spreken! Hij groeide als hij die naam zei. Hij ontsnapte aan het peloton als hij die naam zei. Hij wérd zowat Bernardo Bertolucci als hij die naam zei. O, de magie van het zeggen van namen zoals Bernardo Bertolucci.

19.
W. las: "Je wordt niet sterker door een wapen te kopen. Een wapen geeft je alleen maar de illusie dat je sterk bent. In werkelijkheid blijf je zwak. Maar als je boeken koopt, dan word je op den duur zelf een wapen."

19.
Meestal belden we elkaar vanuit telefooncellen. Later mocht ik gebruik maken van de telefoon van m'n hospita, een jonge vrouw die de hele dag haar kinderen zoogde. Ze was niet veel ouder dan ik. Ze had een zacht, lief gezicht. Alles wat ze deed, deed ze langzaam. Zelfs de uitdrukkingen op haar gezicht verschenen en verdwenen langzaam. 

20.
Mijn vader was onmiskenbaar een macho.
Hij repareerde auto's.
's Avonds vette hij zijn eeltige, vierkante handen, zwart van olie, in met vaseline.
Hij dronk als een zeeman.
Hij kwam met lekkere meiden thuis uit de kroeg.
De hele weg glimlachend reisde W. die avond met de trein terug naar U, naar zijn studentenkamer. Wat een kerel! En die las gedichten!

21.
In Z., waar we vandaan kwamen, kenden we steeds minder mensen. Oude schoolvrienden waren vertrokken. Ze kwamen nog maar zelden thuis. Alleen hun ouders woonden er nog, in langzaam donkerder, leger en stiller wordende huizen. Een keer hadden we aangebeld bij R. Hij was er niet.
"Willen jullie niet even binnen komen?"
De stilte die daarbinnen heerste.
En zo tuimelden we de wereld in. We werden gewoon over de rand van het nest geduwd, begrijp je wel? 

22.
Er was nog geen internet. Er bestonden nog geen mobiele telefoons. W. woonde nu in U. en ik in A., maar we leefden nog altijd onder dezelfde sterrenhemel.
Die sterrenhemel is nu glasvezel, internet geworden. Jawel, de sterrenhemel is ondergronds gegaan. Ondergronds is het een hele lichtshow.
We leven in de Gouden Eeuw van de Bedrading, de Gouden Eeuw van de Leidingen.

23.
Van de surrealisten waardeerden W. en ik het streven om krankzinnig te worden. Om outsider, paria, grensgeval, onbegrijpelijk te worden. Om misdadiger, kluizenaar, patiënt te worden (in plaats van psychiater).

24.
Aan de H-kade te A. zaten mooie, rondborstige vrouwen die altijd heel lief en verleidelijk naar ons knipoogden vanuit hun roodverlichte kamertjes. Zo nabij de volle borsten, de ronde billen, de zachte buiken, de gladde benen, de voeten met de roodgelakte nagels in de strakke hoge hakken. Knipperend met hun lange kunstwimpers, wenkend met hun wijsvinger, kom hier, kom hier. Het was of ze naar ons verlangden.
"Neuken?"
We schudden ons hoofd (onze hoofden).
We bedoelden natuurlijk: "Ja!"

[wordt vervolgd]

Over W. (2) / Onzichtbare vissen

De Ponte Vecchio in Florence
18.
De kunst is om de vragen die je hebt zo lang mogelijk onbeantwoord te laten. Hoe lang je dat uitstel aankan, verdragen kunt, bepaalt wat voor een persoon je bent.

18.
W. woonde aan de andere kant van de rivier.

18.
Wat doen de meeste mensen als ze een toeval constateren? Ze denken dat het geen toeval is.
Mijn moeder en mijn zusjes beschouwden W. als een aanwinst. Met hem kregen we er een kletskous bij.
"Begin maar alvast met praten, W., we komen er zo aan!"

18.
Een handdoek als een tulband om haar hoofd, een badjas losjes om haar lichaam geslagen. Blote voeten, nog nat, op de houten vloer, en vloeken en tieren als een zeeman. Zo kwam Q. vaak 's morgens vroeg de woonkamer in.
Overal waar ze geweest was stonden potjes open, gloeiden apparaten na, lagen opengescheurde verpakkingen van zeep, van shampoo, van maandverband. Half uitgeperste sinaasappels, gebruikte handdoeken, bananenschillen, boterhammen met een hap eruit, slipjes, bh's, truitjes, broeken, rokjes, laarzen, gympies, elastiekjes.
Het kielzog van een zestienjarige.
"W.!" riep Q, vanuit de badkamer, "wil je me de handdoek even aangeven als je daar toch bent. Hij ligt op de verwarming. En niet binnen komen!"
W. dronk het gulzig in, dit nieuwe leven. Het liep hem langs de mond, over de kin, in z'n hemd.
"W., kun je me even naar de stad brengen als je toch die kant op gaat?"
Maar natuurlijk kon hij dat. Hij wilde haar wel naar het einde van de wereld brengen achterop z'n fiets, haar handen om zijn middel, wat hem het gevoel gaf alleen nog maar te bestaan uit de gloeiende plekken waar haar handen hem aanraakten.
Hij genoot er van om door haar gezien, door haar gekend, door haar geroepen te worden. Het ontspande hem, maakte hem als het ware langzaam maar zeker geschikt voor de liefde, zoals een kippetje na een nacht in de marinade zacht en mals en smakelijk is geworden, en geschikt voor de oven.

18.
En de moeder, wat was die vurig! Ze had gitzwart haar, was altijd prachtig opgemaakt en behangen met fijne, fijnzinnige sieraden. Ze had felblauwe ogen, het lichaam van een turnster of een danseres, een soepele, lichte, beheerste tred. Als hij dat eens vergeleek met de vrouwen uit V.  Maar de vader had hij nog niet gezien. Waar was die eigenlijk?

18.
We liepen door de binnenstad van Z. We vonden het prettig om daar te lopen. Het leek wel een Italiaans dorp. Er waren pleintjes, middeleeuwse kerken, oude stadspoorten, smalle steegjes, stijgend en dalend.
En de IJssel.
We hoefden niet zo nodig vrij te zijn. Simpelweg er zijn vonden we al mooi genoeg (en dan had je nog het los zijn van de "kosmopoliet").

18.
"Zullen we naar Italië gaan?" vroeg W.
Vanaf het station in Z.
"een klein stationnetje aan de lijn naar Rusland" ging het met de nachttrein richting het zuiden.
We stonden op een camping op een heuvel in Florence, met uitzicht op de Ponte Vecchio. Het was heerlijk weer en het rook zo lekker in de heuvels.
We gingen naar zee met een boemeltreintje en zwommen in zee.
"Ik zie helemaal geen vissen," zei W.
"Het zijn onzichtbare vissen," zei ik.
"O ja," zei W.

[wordt vervolgd]

Over W. (1) / Nu is hij verdronken

10.
De maanlanding vond plaats op 20 juli 1969 om 17 minuten over acht 's avonds, plaatselijke tijd (V-tijd). Het was een warme dag met veel zon, de lucht was half bewolkt en W. was tien jaar. Er stond weinig wind. Dat er mensen op de maan waren, de maan die altijd met hem mee reisde en hem bijscheen als hij in het donker door de velden naar huis fietste hij wist niet of hij dat nou als iets goeds moest zien of als iets slechts.

13.
W. opende de zware houten deur van de bijkeuken. Met de zijkant van z'n hand schoof hij de ijzeren schuifsloten eraf en hij stapte in de sneeuw. Een gemene, koude oostenwind joeg hem in het gezicht. Hij keek naar de lucht, haalde diep adem en vloekte luid, zodat iedereen het goed kon horen, ook de varkens en de koeien in de schuren. Toen sloeg hij de deur achter zich dicht met een klap die de kopjes en de schoteltjes deed rinkelen op de planken. Sneeuw gleed van het dak en viel met een zachte plof op de grond. Hij beende door de sneeuw naar de schuur waar zijn fiets stond en fietste kwaad het hele eind naar school, naar Z. Hij had sterke benen gekregen van al dat fietsen. Benen als fundamenten, waarop het gebouw W. stevig rustte.

14.
Daar lag W.'s vader, in de sloot, op zijn buik, zijn hoofd in het water. W. fietste door, zo hard als hij kon. Over de droge, stoffige, zomerse landweggetjes tussen de maïsvelden. Het maïs stond hoog. 
Hij smeet zijn fiets tegen de boerderij en rende naar boven, naar zijn kamer. Hij stortte zich op zijn bed en drukte zijn hoofd in het kussen. Na een poosje ging hij rechtop zitten en hij zei: "Nu is hij verdronken."
Vele jaren later, toen het voorval hem begon te achtervolgen, wilde hij erover vertellen, maar dat kon hij niet. Het werd een onvertelbaar voorval. 

15.
Dit land, dit platteland, werd zijn papier, waarboven hij een donkere, bewolkte lucht uitspande en valken liet bidden. Waaruit hij klaprozen liet bloeien. Waarin hij een koe liet grazen en een vliegtuig ronkend liet neerstorten. Waarin hij een brommer liet tuffen richting de einder en zijn vader telkens opnieuw liet verdrinken. Het land werd zijn papier. Het papier werd zijn land.

17.
Af en toe schreef W. een zin in een schrift. Een zin die iets vasthield, iets bewaarde dat op een andere manier niet vastgehouden, niet bewaard kon worden.
Waar kwamen die zinnen
die hij koesterde vandaan? Waarom drongen ze zich zo aan hem op en bleven ze zo hardnekkig bij hem? En waarom groepeerden ze zich als vanzelf in bepaalde verbanden, configuraties?
W. wist niet goed wat hij moest doen met die elkaar zoekende, zichzelf ordenende zinnen, behalve ze opschrijven en bewaren. Tot hij in een boekhandel in Z. een tijdschrift open sloeg waarin hij precies het soort zinnen aantrof dat hij zelf schreef.
Gedichten.
Het was of het tijdschrift op zijn komst gerekend had: "Kopij kunt u, met retourpostzegel, sturen naar..."
Een retourpostzegel deed hij er niet bij.

17.
W. was vaak in de buurt van de rivier te vinden. De stroming was sterk. De rivier was een sluipmoordenaar. Voor je het wist stond je tot je middel in het koude water. Je kon bevangen raken door de kou en meegesleurd worden door de stroming. Maar de strandjes langs de rivier zagen er altijd zo aanlokkelijk uit!

18.
Wat zijn vader deed kon je volgens W. geen eten noemen. Het was een vreten, een schrokken. Hij roofde het voedsel nietsontziend van de schalen en vrat het op als een leguaan of een krokodil, nauwelijks kauwend, het voedsel achter in z'n keel werpend. Het was verschrikkelijk om hem te zien eten, hem te zien kauwen, slikken, snuiven, schrokken. Zoals hij at nam hij alles tot zich. Zo luisterde en keek hij ook.

18.
Onze verre toekomstige bestemming heerst over ons, maar we hebben er geen oog voor. We beleven lange tijd alleen raadsels.

[wordt vervolgd]

dinsdag 18 mei 2021

Heb je een nieuwe jas?

De oerkip (red junglefowl)
1.
"Heb je een nieuwe jas?"  
"Nee, die is van Tobias."

2.
De nieuwe biologische runderworsten van Albert Heijn lijken nogal veel op de vroegere niet-biologische runderworsten van Albert Heijn!

3.
Hoe kun je merken dat een tijdperk ten einde loopt? Doordat het zich het vorige tijdperk begint te herinneren.

4.
Internet heeft niet "de eenzamen verbonden", maar de verbondenen vereenzaamd. Iemand klaagde: "Als ik mijn vrouw of mijn kinderen wil spreken moet ik eerst een afspraak met ze maken."

5.
De flamingo herkent feilloos het eigen jong tussen tienduizenden andere jongen.
De duif vliegt vanaf de andere kant van de planeet feilloos terug naar huis
zonder te verdwalen.
Etcetera.

6.
Ik heb een nieuw godje geschapen. Het leeft op de grens van het bos en de bewoonde wereld. Het heeft interesse in ons, net als de oerkip. Ik heb nu drie godjes geschapen: het IJsselgodje, het godje van de nabijheid en het godje van de grens.
Nu moeten ze gaan groeien.

7. (Twee neologismen)
Kinderen van dezelfde moeder: buikgenoten
Kinderen van dezelfde vader: zaadmaatjes
 

8.
Op tv zag ik de Noord-Indochinese of Zuid-Chinese tijger (Panthera tigris amoyensis). Hij keek heel droevig. Het is een bedreigde diersoort. Er leven er nog dertig in het wild. Zouden dieren op een of andere manier voelen dat hun soort met uitsterven bedreigd wordt? Ik bedoel, zouden ze behalve hun eigen "individuele" lijden ook het lijden van de soort voelen?  

9.
Mijn eerste (en laatste) spijkerpak was van het merk Lois. Ik kreeg het toen ik negen jaar was. Lois was toen een geduchte concurrent van Levi's. Na elke wasbeurt was de slijtage bij de knieën, de bovenbenen en de ellebogen weer toegenomen. Dit vond ik zeer mooi.

10.
Volgens een oude dame op tv heeft de Spaanse dichter Federico García Lorca gezegd dat wij de plicht tot vrolijkheid hebben. 

11.
Wat zit er toch in veel dingen een klok! Ik heb klokken gezien in pannen, in schoenen, in ringen, in fietsen, in pennen, in messen, in tassen, in koffers, in speelgoed, in ijskasten, in fornuizen, in piano's, in spiegels en in brillen.

¹ In potjeslatijn: liberi ex ipse utero (kinderen uit dezelfde baarmoeder).
² In potjeslatijn: liberi ex ipse testiculis (kinderen uit dezelfde ballen).

zaterdag 15 mei 2021

Het was een bloedbad

Op de ene zender was het programma A perfect planet te zien. We zagen een slingeraap, een mooi harig dier met lange armen en een lange staart met een krul. Hij zwierde door het oerwoud. O, wat zag het er heerlijk uit! Soms steeg hij hoog uit boven de boomkruinen van het oerwoud, soeverein en zorgeloos zwevend.
Op de andere zender was de menselijke soort te zien in Jeruzalem. Het was een bloedbad. Gauw zapten we terug.