woensdag 31 juli 2013

Koffie verkeerd

Ik had een afspraak met de baas van een groot hotel. Een sympathieke man. We gingen zitten aan een tafel in het restaurant van het hotel. Buiten regende het.
Wat ik wilde drinken, was de vraag.
Een koffie verkeerd, was het antwoord.
Een jong meisje van de bediening bracht de koffie verkeerd. Er zat ook een glaasje water bij, en een koekje, en vreemd genoeg een schenkkannetje melk. Het geheel stond op een dienblad van enige omvang.
Het meisje had het helemaal niet goed gedaan!
De koffie was een cappuccino. Het glaasje water was leeg (er zat geen water in). Alleen het koekje was, nou ja, een koekje. En waarom was er een schenkkannetje melk bij?
Natuurlijk zei ik er niks van. Je moet fouten kunnen maken, zeker als je jong bent.
Maar de ogen van de sympathieke baas van het hotel schoten vuur.
Hij zei dat er geen water in het glaasje zat. Op zich was dit een juiste constatering.
Gelukkig zei hij niet dat de koffie niet de juiste koffie was.
Ik word altijd zenuwachtig van dergelijke situaties. Om redenen die ik zelf niet kan verklaren vereenzelvig ik mij steevast met degene die alles fout doet.
Van de zenuwen schonk ik een hele scheut melk bij de koffie verkeerd (de cappuccino).

maandag 29 juli 2013

Gas geven in z'n vrij

En toch blijf ik het wonderlijk vinden dat het mogelijk is - voor een mens - om tegelijkertijd heel veel te willen en vrijwel niks te doen. Ik bedoel, uit het oogpunt van efficiënt energieverbruik - zelfbehoud - is het vreemd dat er niet een of ander chemisch-elektrisch automatisme in de hersenen bestaat dat deze combinatie eenvoudigweg uitsluit. Zoals het uitgesloten is om, bijvoorbeeld, tegelijkertijd te slapen en wakker te zijn.
Al houd ik wel erg van de activiteit die logischerwijs samenhangt met het tegelijkertijd veel willen en niks doen, namelijk het dagdromen. En ook van het type mens dat zich graag overgeeft aan deze ronduit uitzinnige vorm van energieverspilling.
Misschien is de menselijke soort wel helemaal niet ingesteld op zelfbehoud, zoals Darwin beweert, maar juist op zelfverkwisting. Dat zou niet gek zijn, en een hoop verklaren.
Ik maak me sterk dat de dagdromer voornamelijk van de zogenoemde doener verschilt op het gebied van de perceptie van tijd (zoals misschien bekend ben ik bezig met het formuleren van een nog nooit eerder vertoonde, zuiver op navelstaren gebaseerde psychologie op basis van onze perceptie van tijd).
Sommige mensen worden geboren met het gevoel dat ze maar weinig tijd hebben. Anderen met het gevoel dat de hun bemeten tijd oneindig is. Onder die laatsten bevinden zich de dagdromers, en ook de uitstellers, de besluitelozen, de klagers, de ongelukkigen in de liefde, de knagers aan eigen vleugels etc.
Als ex-dagdromer durf ik de stelling te verdedigen dat het dagdromen, het besluiteloos zijn, het klagen en knagen en het ongelukkig-zijn ophoudt wanneer ten langen leste het zegenrijke besef van de eindigheid - de twijfel aan de onsterfelijkheid - zich aandient.

Sirenes

De zon scheen. Het was warm. Plotseling sloeg het weer om. Zware, donkere wolken dreven het luchtruim binnen. Ik hoorde de sirenes van meerdere ambulances.
Het was niet de eerste keer dat ik zoiets hoorde.
Vreemd. Waarom zouden er ambulances uitrukken als na een warme zomerse dag het weer omslaat? Eens op letten een volgende keer.

zondag 28 juli 2013

Een geboren optimist

Ivan Krastev (Bulgaars filosoof), gisteren tegen de Volkskrant: "In Bulgarije hebben we een iets andere definitie van optimisme en pessimisme dan jullie. Een pessimist is in Bulgarije iemand die gelooft dat de situatie onmogelijk nog erger kan worden. Een optimist is iemand die er vertrouwen in heeft dat de situatie wel degelijk erger kan. Ik ben een geboren optimist."

Op de foto: Ivan Krastev (wie anders?)

vrijdag 26 juli 2013

De Handhaving

Ik zag wat grofvuil staan bij een ondergrondse vuilnisbak. Dat is op zich niets bijzonders, maar in onze buurt mag je alleen op vrijdag grofvuil aan de straat zetten. En het was geen vrijdag, het was pas donderdag. Van een afstandje zag ik dat er op het afval een gele stikker was geplakt.











Ook dat is natuurlijk niks bijzonders, maar niettemin trad ik naderbij om te zien of het misschien een stikker van hogerhand betrof. In onze buurt worden door allerlei instanties nogal wonderlijke stikkers op spullen geplakt, zoals een stikker met de tekst Dit hoort hier niet te staan als iets ergens staat waar het volgens de instanties, eh, niet hoort te staan.











Inderdaad bleek het te gaan om een stikker van hogerhand, namelijk van de Dienst Handhaving, kortweg de Handhaving.








donderdag 25 juli 2013

Ramp

In de straat waar mijn goede vriend P. woont is een woord neergestort. P. ontdekte de catastrofe zelf, doordat hij er, puur toevallig, langs liep. De toedracht is nog onbekend, mogelijk is er sprake van een botsing met een lantaarnpaal. Ook is nog onbekend welk woord het was. De letters D, R en Z hebben het overleefd. Voor het leven van de andere letters wordt gevreesd. Helicopterbeelden van het rampgebied zijn al wel vrijgegeven:

video

dinsdag 23 juli 2013

Neef en Griek

M. vertelde de volgende twee verhalen. Hij vertelde ze door elkaar heen, heel knap, maar dat doe ik bij nader inzien liever niet. Dus hier zijn die twee verhalen, ontward.

1) De neef

De neef was nooit getrouwd omdat zijn hart al op jonge leeftijd was gebroken. Hij sprak zelden. In gezelschap bracht hij alleen af en toe een korte anekdote of een aardig weetje ter sprake.
Terwijl het ging over de vakantie, het eten, de toestand in de wereld, of waarover je ook maar kunt praten in gezelschap, zei hij bijvoorbeeld: "Weet je dat Chinezen hersenen eten uit de opengezaagde schedels van levende aapjes? Dat vinden ze daar smakelijk."
Na een geschokte stilte nam het gesprek dan weer zijn normale loop, de neef deed er weer het zwijgen toe, tot er opnieuw zo'n soort weetje in hem opkwam.
Toen hij al ver in de zeventig was trouwde hij alsnog met het meisje dat in zijn jeugd zijn hart had gebroken. Hij had zijn hele leven op haar gewacht, net als Florentino Ariza op Fermina Daza.*

2) De Griek 

De Griek woonde in Indonesië, waar hij schatrijk was geworden met de handel in antiek.
M. ontmoette hem in zijn winkel, een omheind terrein met een enorme poort aan de achterkant en een enorme poort aan de voorkant. Midden op het terrein, in de koele schaduw van een ketapangboom, zat de Griek.
Door de poort aan de achterkant bracht de verarmde Indonesische adel de antiekspullen binnen. Een stroom goederen die in een halve eeuw nooit was opgedroogd. De Griek betaalde ze naar verhouding goed. Maar als de spullen door de poort aan de voorkant weer naar buiten gingen om verscheept te worden naar Europa en Amerika, dan was de prijs verduizendvoudigd. Zijn leven lang had hij alleen maar op zijn gat op die stoel gezeten. Hij was een doorgeefluik, zoals hij zelf opmerkte.

*De hoofdpersonen uit Liefde in tijden van cholera van Gabriel Garcia Marquez. Op de foto: bladeren van de Ketapang

maandag 22 juli 2013

Sodeju

Het leven is geen lolletje. Met die gedachte stond ik vanmorgen op, hoewel er geen enkele aanleiding was om zoiets te denken. Het was prachtig weer, koel nog, maar met een belofte van hitte in de lucht. Ik had er zin in. Waarin? Weet ik niet. Ik had er gewoon zin in. En toch dacht ik: het leven is geen lolletje. Het deed me op een of andere manier plezier, die gedachte. Als je het al een gedachte kunt noemen.
Het viel me op, bij het vroege opstaan, dat er geen vogels te horen waren. Wel hoorde ik het stromen van het verkeer over de ringweg, in de verte. Net een rivier.
Bij mijn zus, die aan de rand van een weiland in een bos woont, maken de vogels 's ochtends zoveel lawaai dat je wel kunt spreken van een concert. Vroeger stonden er koeien in het weiland, maar de boer heeft een hersenbloeding gehad en heeft zijn koeien weg gedaan. Daardoor hoor je geen geloei meer, wat jammer is, vind ik. F.S. heeft een keer gezegd dat koeien gebouwen zijn.
De boer kijkt nu de hele dag tv.

dinsdag 16 juli 2013

De Kampioen

De polikliniek voor het stoppen met roken zit in een ziekenhuis in Amsterdam-Noord. Een heel eind fietsen. Ik was er vandaag, voor metingen aan mijn longen. Voordat je wordt aangenomen, wil men eerst weten of het nog wel de moeite waard is. Terwijl ik zat te wachten tot ik aan de beurt was, las ik het voorhanden tijdschrift De Kampioen.
Men kon aan het volume, de zuig- en stootkracht en de souplesse van mijn longen wel zien dat ik veertig jaar had gerookt, maar, zo verzekerde mij de longarts: als ik nu stop, dan is er niks aan de hand en kan ik nog makkelijk marathons lopen, als ik dat zou willen (wat niet het geval is; langdurig hardlopen is slecht voor de gezondheid).  

Op de foto: bladzijde uit De Kampioen

maandag 15 juli 2013

Vakantie

Mijn vrouw en ik waren een weekje alleen. De kinderen waren uit logeren bij hun opa en oma. Mijn vrouw, afgelopen zondag, zittend op de bank: "Wat zullen we nou eens gaan doen?"

Natuur voor stadskinderen

Mijn jongste dochter (8), fluisterend, ernstig: "Kijk, daar in de struiken is een zwerversnest. Zie je het? Er liggen een paar dekens. De zwervers zijn er nu niet. Ik denk dat ze op jacht zijn."

zaterdag 13 juli 2013

In en om het huis (18): "You're gona miss me when I'm gone"

video

Bijnaam

Xavier Hernandez Creus, beter bekend als Xavi, is een van de beste voetballers van de wereld. Hij vormt samen met Andres Iniesta en Lionel Messi het hart van FC Barcelona. Al sinds zijn jeugd is zijn bijnaam Penishaar.
Iniesta's bijnaam is Het Bleekgezicht en Messi's bijnaam is De Vlo. Dat zijn gewone bijnamen. Penishaar is dat niet.
Deze week moest ik ineens denken aan mijn jeugdvriend R. Eigenlijk was hij meer een kennis. Ik kende hem ongeveer van mijn zesde tot mijn elfde jaar. We waren even oud en hij bezat een kraai. Zo bijzonder was dat achteraf nou ook weer niet. R. had net als Xavi dik zwart haar. Zijn wenkbrauwen waren, net als die van Xavi, ravenzwart en er verscheen al rond zijn elfde jaar haar op zijn wangen en op zijn kin. We gingen wel eens samen naar het zwembad, met nog wat wat andere vrienden of kennissen. Op een dag belandde ik samen met R. in een kleedhokje (het was zo druk in het zwembad dat er niet voldoende kleedhokjes meer vrij waren om er elk apart een te nemen, vandaar). En wat ik daar zag, in dat hokje, was zo opzienbarend dat ik het gewoon niet voor me kon houden. R. had niet alleen op zijn hoofd een enorme bos zwart haar!
Zo ongeveer, denk ik, moet Xavi aan zijn bijnaam gekomen zijn.

Windmolens en schrijfmachines anno 2013

In Het Parool las ik de volgende kop: Meer windmolens op zee.
Ik moest hierdoor denken aan de vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha, die zoals bekend niet helemaal goed bij zijn hoofd was en windmolens voor vijandige reuzen aanzag.
Pal ernaast (naast het berichtje over windmolens, bedoel ik) stond een bericht dat het Kremlin onlangs voor honderdduizenden roebels ouderwetse schrijfmachines heeft besteld. Het Parool: "De reden wordt verzwegen, maar een anonieme bron binnen het Kremlin bevestigt dat de machines moeten dienen als afweersysteem tegen elektronische spionage."
Ook The Refrigerator Gazette overweegt om, in nauwe samenwerking met een schrijfmachine en een stencilmachine, voortaan alleen nog maar op papier te verschijnen en is reeds op zoek naar een verkooppunt. De wereld is groot, er moet een verkooppunt te vinden zijn.

vrijdag 12 juli 2013

Bezit

"Ik zat aan de rand van de zee. Er dreef een plastic zakje in de branding. Het kwam naar me toe en dreef weer van me weg, de hele tijd. Na een poosje bleef het voor m'n voeten in het zand liggen."

dinsdag 9 juli 2013

Bril

Ik hoorde een kras verhaal over een goede vriend van mijn vader. Ze zijn helaas allebei dood, dus ik kan het verhaal niet meer verifiëren, ik moet het maar geloven. De goede vriend in kwestie was een intelligente jongen - wiskundige - en kwam bijna dagelijks bij mijn vader over de vloer, zoals wel meer mensen trouwens. Mijn vader had altijd veel gasten. Dan gingen ze praten en wijn drinken.
Hij was jonger dan mijn vader, ik denk dat hij ongeveer half zo oud was. Hij hield van snelle auto's, waarin hij veel harder reed dan wettelijk was toegestaan, terwijl mijn vader juist hield van Trabantjes, Wartburgen en Zillen (gepantserde auto's voor Sovjet-leiders). Toch konden ze het goed met elkaar vinden.
Wat hij precies deed wist ik niet, wel had hij me eens verteld dat hij "zo nu en dan" slecht lopende bedrijven opkocht en daarna in stukjes weer verkocht. Een keer hoorde ik hem zeggen, aan de telefoon: "Schicken Sie doch das Geld."
Als hij zijn bril af deed om de lenzen te poetsen zag je opzij van zijn neus roodkleurige deukjes.
Hij had een neurotische hond. Die nam hij overal mee naar toe, behalve uiteraard naar belangrijke zakenafspraken.
Op een avond kregen we bericht dat hij een zwaar auto-ongeluk had gehad. Hij had veel te hard gereden en was met 200 kilometer per uur uit de bocht gevlogen en tegen een boom geknald. Hij en de hond leefden nog, als door een wonder. Door de klap was de bril van zijn neus gevlogen, en - dit is het krasse - precies op de neus van de hond beland.

maandag 8 juli 2013

In en om het huis (17)

Hieronder de door L. en mij bedachte zonne-aansteker (vergrootglas). Onfeilbaar en volkomen wind-ongevoelig. Beter dan de fameuze Zippo.


video

donderdag 4 juli 2013

Zingen

Iemand zei: "Maar jij houdt toch van zingende oude mannen?"
Wis en waarachtig hou ik daarvan. Zo'n roestig lichaam, onberispelijk in het pak gestoken, reeds in de invloedssfeer van de dood, en dan toch zingen...
Ja, dat klinkt me een stuk beter in de oren dan het post-natale geblèr van tieners en twintigers. Je zou oude mannen de aristocraten onder de zangers kunnen noemen.

Op de foto: Tony Bennett (87). 

maandag 1 juli 2013

Kontje

Niet ver van Wimbledon, in Glastonbury, traden zaterdag-
avond de Rolling Stones op. Elk jaar rond deze tijd wordt in Glastonbury het Grootste Open-
luchtfestival ter Wereld gehou-
den. Dus niet het kleinste, maar het grootste.
Ik zag een stukje van het optreden op de BBC. Een en ander bood geen vrolijke aanblik. Hoewel de camera's nadrukkelijk op afstand bleven, kon je toch goed zien - en horen - hoe oud en stram de heren zijn geworden, en ik kon een gevoel van deernis niet onderdrukken toen Mick Jagger zijn befaamde cocky loopje begon te lopen, de zogenoemde Peacock Strut. Ik moest denken aan wat Keith Richard had geschreven in zijn autobiografie: "Mijn hele leven moet ik al tegen het kontje van Mick aankijken."
Op 26 juli wordt dat kontje zeventig.