dinsdag 19 februari 2019

"Eeuwige bouillon" - voorpublicatie (2), 244 dagen voor "Wereldstotterdag"

Een door elkaar heen rennen van woorden, op zoek naar een uitgang die er niet is. Een te hoop lopen tegen een dichte poort, een elkaar vertrappen, verdrukken, verstikken. De pa-niek op de Titanic in 1912, in het Heizelstadion in 1985, in het Bataclantheater in 2015. Tientallen woorden kwamen dagelijks om het leven, honder-den raakten gewond. M'n mond-holte was een slagveld.
Waardoor werden de woorden tegengehouden? Door de lippen werden ze tegengehouden. De woorden probeerden door m'n lippen heen te breken, ertussendoor te glippen, door andere openingen naar buiten te komen, door m'n oren, door m'n ogen, door m'n neus, door m'n poriën, zelfs door m'n gat. Ja, sommige woorden wisten de paniek te ontvluchten door als scheet m'n lichaam te verlaten.
Allerwege barensweeën.
Als m'n lippen voor de p, de onmogelijke p van P. op elkaar gingen, dan kwamen ze niet meer van elkaar.
"De p is een plofklank. Bij de p verzamelt zich de lucht eerst voor de afgesloten lippen en komt dan met een plofje naar buiten."
Niet bij P. kwam de p met een plofje naar buiten!
En ondertussen ging, hoog boven het drama uit, als boventiteling bij een toneelvoorstel-ling, m'n denken gewoon rustig door.
Degene met wie ik praatte wachtte tot er wat uit kwam. En wachtte... Sommigen probeerden te helpen door een soort verbale keizersnede toe te passen of door me op een bepaalde smekende manier aan te kijken, ongeveer zoals een vos die voor het hol van een konijn zit.
Maar m'n lippen wilden de p niet vrijgeven, niet laten ontsnappen.
Niet alleen de p, ook andere plofklanken leverden moeilijkheden op, en ook sommige wrijfklanken, neusklanken, affricaten en vloeiklanken (maar de glij- en keelklanken niet).
Het idee van een uitgang, van een smalle, kleine opening, een sluitspier waardoor de woorden naar buiten moesten - dat idee moest ik opgeven. Geen binnen en buiten, geen poort - maar een geheel, een kosmisch ik, een eenheid van binnen en buiten, van woorden en dingen, van gedachten, gevoelens, waarnemingen en wereld. Tegelijk moest ik de woorden kleiner denken, kleiner maken, verpulveren. Niet meer zo hoog denken over de woorden, alsof ze wel majesteiten waren. Niet meer zo hoog opkijken tegen de woorden, niet meer zulke diepe buigingen maken voor de woorden. De woorden als gelijken behandelen, de woorden eronder krijgen.
"Al onze medewerkers zijn in gesprek, een ogenblik geduld alstublieft, u wordt zo spoedig mogelijk geholpen."
"Bedankt voor het wachten, waarmee kan ik u van dienst zijn?"
Ik had me de hele eindeloze wachttijd zo zenuwachtig gemaakt voor de p van P. dat ik ter plekke een andere naam verzon: de geboorte van m'n alter ego.

(Uit: Peter Bekkers, Eeuwige Bouillon, uitgeverij Opera Non Scripta, d.d. als de politie per varken komt)
 

"Eeuwige Bouillon" - voorpublicatie (1) op de dag van het supermaantje

Supermaantje boven het Borneo-eiland
1971 - 's Nachts, als m'n vader maar doorreed en doorreed, onvermoei-baar rokend, lag ik vanaf de ach-terbank door het zijraam van de auto naar buiten te kijken. Vegen licht, afkomstig van de lantaarn-palen langs de autoroute, waaiden door de auto en over het gezicht van m'n vader, dat daardoor telkens even oplichtte, alsof het gescand werd. Met behulp van de Grote Bosatlas had ik uitgerekend dat het ongeveer 1500 kilometer was naar onze bestemming in Italië, en daar deden we een dag en een nacht over.
Het zou ruim 25 dagen en nachten duren om in één ruk de aarde rond te rijden en ruim 240 dagen en nachten om naar de maan te rijden. De maan in het perigeum wel te verstaan. Naar de maan in het apogeum duurde nog veel langer, als je meetelde dat m'n vader ook af en toe moest uitrusten. Maar ik besefte pas echt hoe onvoorstelbaar klein we eigenlijk waren - wij mensen, bedoel ik - toen ik uitrekende hoe lang het rijden was naar de zon, namelijk zo'n 270 jaar, rustpauzes niet meegerekend.
We moesten barend reizen om de zon te bereiken. Ik zou een zoon of een dochter moeten krijgen onderweg, en die zoon of dochter weer een zoon of dochter, en dat tien generaties lang, en dat allemaal op de achterbank van de auto.
Naar de dichtstbijzijnde volgende ster, Proxima Centauri, zou zelfs miljoenen jaren duren.
Deze wijde blik, dit kosmische perspectief kon ik nooit lang vasthouden, hoewel het beslist bevrijdend was. Na een poosje herstelde alles zich vanzelf weer in de vertrouwde dimensies waarin ik mezelf toch min of meer als "groot" ervoer, als iets wat je kon zien zonder een vergrootglas of een elektronenmicroscoop te gebruiken.
Minstens even onbegrijpelijk ver verwijderd als Proxima Centauri was de ouderdom. Het was eenvoudig onvoorstelbaar dat ik ooit zo oud zou zijn als m'n grootvaders met hun wandelstokken van knokig bamboe, hun ouderwetse hoeden en hun grote grijze jassen. 
Maar inmiddels was het 2016. Ik was 58. De verre ster van de ouderdom kwam nu toch wel heel dichtbij, werd steeds groter door het raampje van m'n capsule. Terugkijkend zag ik nergens meer het begin. Of toch, daar, een stipje niet groter dan de prik van een naald in oneindig uitgespannen zwart.

(Uit: Peter Bekkers, Eeuwige Bouillon, uitgeverij Opera Non Scripta, d.d. als de kiekens tanden krijgen).

"Alles ist zum verzehren" (3)


vrijdag 15 februari 2019

Uithoek

Nooit gestopt met snorren
Toen de kerstboom kwam moest de poes tijdelijk verhuizen naar een andere hoek van de kamer, een beetje een uithoek. Ze lag daar heerlijk rustig op haar kussen (in het kussen zit een kuil, daar past ze precies in). Maar ze kwam erg weinig van haar plaats. Soms zagen we haar de hele dag niet. Ze kwam niet bij ons om aandacht en rende niet op topsnelheid heen en weer door de lange gang.
We dachten dat het eraan lag dat ze verhuisd was naar de uithoek. Dus toen de kerstboom was afgetuigd en op straat gezet, legden we haar kussen weer terug op de oorspronkelijke plaats. Maar er kwam geen verbetering in haar toestand, al bleef ze onvermoeibaar snorren.
De dierenarts constateerde een tumor in haar buik. Ze wist niet of de poes pijn had. Ze gaf pijnstillers mee. Ze zei: "Als ze weer tot leven komt door het slikken van de pijnstillers, dan heeft ze pijn gehad."
De poes kwam weer tot leven.
Nu maakt ze zich weer schoon. Ze eet haar eten weer in de normale, zittende houding in plaats van staand. Ze komt weer naar de deur om ons te begroeten en vertoont zich weer op het terras om op naaktslakken te jagen.

"Alles ist zum verzehren" (2)



donderdag 14 februari 2019

Alles (1)

Vlinderverzamelaar
Iemand vertelde me, terwijl we terugfietsten van een sportieve bijeenkomst met nog twee anderen, dat hij fotoboeken verzamelde. Ik zei dat ik dat goed vond, mooi. Goed en mooi. Hoeveel fotoboeken had hij al? Al honderden had hij er.
O!, dacht ik, al fietsend, o!, maar ik verzamel niks. Terwijl het goed is om te verzamelen. Zoveel mogelijk, liefst álle dingen van dezelfde soort bij elkaar.
Volledigheid.
Ik heb notabene niets verzameld, dacht ik. Ik wil ook gaan verzamelen. Maar wat? Welke dingen van dezelfde soort zijn interessant genoeg voor mij om te gaan verzamelen? Parkeermeters? En terwijl mijn reisgenoot linksaf sloeg, naar zijn huis, waar de verzameling fotoboeken zich ongetwijfeld bevond, fietste ik alleen verder, naar mijn huis zonder verzameling.

(Uit de serie Het Niets, het Ene, het Vele en Alles)

"Alles ist zum verzehren" (1)


Rozanov en Gribodejov

Gribodejov
Ik wil de werken van Vasili Rozanov (1856-1919) en van homo unius libri* Aleksander Gribodejov (1795-1829) gaan lezen. Beide schrijvers zijn in Nederland niet erg bekend, maar in Rusland des te meer. Gribojedovs Lijden door verstand - wat een fraaie titel! - is in Rusland het meest opgevoerde toneelstuk. En de tegendraadse Rozanov... nou ja, lees zelf maar:

"24 december 1912, bij mama in de kliniek

God is de wereld zeer toegedaan. En de wereld is God zeer toegedaan. Vandaar religie en gebeden. De wereld 'verzorgt haar kapsel' in het aangezicht van God en God zegt: 'Het is goed.' Elk ding, elke dag. De wereld 'betovert' God ook een beetje. En hij heeft zijn Eniggeboren Zoon gegeven voor de wereld. Dat is zijn geheim. Ach, de wereld wordt nog niet koud. Dat lijkt maar zo. Warmte is haar wezen, liefde is haar wezen. En donker van kleur. Blozende wangen. En de boezem van de wereld. En de geheimen van haar schoot. En de kleine Rozanov, weggescholen tegen haar boezem. Waar hij eeuwig melk uit zuigt. En ik houd van deze tepel van de wereld, donker van kleur en welriekend, met een enkel haartje eromheen. En mijn handpalmen houden deze veerkrachtige borsten vast, en de Gebieder van de wereld heeft in de verten van zijn kennis weet van mij en behoedt mij. Hij geeft mij melk en daarmee wijsheid en vuur. Dat is de reden dat ik God liefheb."

Rozanov over zichzelf: "Ik heb het alleronbenulligste, het allervergankelijkste in de literatuur geïntroduceerd. En ik heb het allemaal zelf bedacht - geen jota is geleend. Verbazingwekkend."

* Latijn voor One hit wonder; man (schrijver) van één boek

Het niets (5)

Joe Gould (professor Zeemeeuw)
Op zaterdag 12 januari schreef ik dat ik een beetje meeuws kan. Dat is niet waar. De enige die dat kon was Joe Gould, schrijver van het omvangrijkste opus non scriptus* uit de geschiedenis, getiteld The Oral History of Our Time, een werk van ruim negen miljoen woorden, ongeveer honderdvijftig boeken van 300 pagina's. Let wel: die heeft hij dus allemaal niet geschreven. Toch vind ik het indrukwekkend.

*Niet-geschreven werk

Parkeermeters en zwaartekracht

De Park-O-Meter no.1
Op 16 juni aanstaande is het precies 84 jaar geleden dat de allereerste parkeermeter werd geplaatst in Oklahoma City. De zogenaamde Park-O-Meter was een uitvinding van Carl Magee (1872-1946), jurist, moordenaar en hoofdredacteur van de Oklahoma City News. Maar de eerste patenten voor een parkeermeter staan op naam van de econoom en ondernemer Roger Babson (1875-1967), tevens schrijver van een pamflet met de intrigerende titel: Gravity - Our Enemy Number One.

Op de kop

Als je op je kop staat maar je bril staat normaal, dan zie je er heel vreemd uit.

dinsdag 12 februari 2019

Lente

Gisteren, 12 februari 2019: de eerste voortekenen van de komende lente. Lakens buiten aan de waslijn. Straatgeluiden door het open raam. Vogelgekwetter. Uitgelaten kinderen. Onze poes die languit in het zonnetje ligt (hoewel ze erg ziek is en niet lang meer te leven heeft). Zelfs de avondlucht is geurig en beloftevol.
Hieronder: totaal mislukt filmpje van een in de wind bewegend gekreukt wit laken.

maandag 11 februari 2019

Oplossing voor het fileprobleem

Microtubuli (celwegen)
Vandaag stond ik in de file.
Het grote probleem van onze snelwegen is dat ze niet flexibel zijn. Ze liggen daar maar in het landschap. Geen beweging in te krijgen.
Hoe anders, las ik, gaat het er in onze lichaamscellen aan toe: wanneer ergens in de cel een grote drukte of een grote behoefte is, vormen zich op of naar die plek meteen nieuwe wegen, zodat het verkeer altijd makkelijk doorstroomt.
Zo zouden onze snelwegen ook moeten zijn.

Een oor is geen neus

Ik hoorde een gesuis. Het kwam van binnenuit, maar ik kon niet goed horen vanwaar precies. Ik ging lopen (ik behoor tot de mensen die lopen).
Als er iets ongewoons aan de hand is moet je gaan lopen. Door te lopen kom je niet alleen op ideeën (goede en vaak ook slechte), het bevordert ook de proprioceptie (de gewaarwording van jezelf). Ik liep naar het Cruquiuseiland, niet ver van het Borneo-eiland waar ik woon. Er wordt daar gebouwd. Er staan maar vier bomen, toch is het mijn bos. Ook ontstaat er een mooi nieuw plein.
Meteen merkte ik dat alle geluiden rechts van mij een omweg maakten naar mijn linkeroor. Ik hoorde een gans. Ik keek naar links, maar daar was hij niet. Hij was rechts. Voor mijn gehoor leek het wel alsof er alleen links van mij wereld was. Ik merkte dat mijn hele wezen daardoor als het ware linksaf sloeg, wereldwaarts (de wijde wereld in).
Toen werd ik gewaar (proprioceptie) dat mijn rechteroor verstopt zat, net alsof het verkouden was. Daar kwam ook het gesuis vandaan (van rechts). Jammer dat oren niet kunnen niezen. Maar een oor is nu eenmaal geen neus. L'oreille n'est pas un nez.*
Thuisgekomen druppelde ik wat olijfolie in m'n oor (extra vierge). Ik dacht dat dat misschien wel een goed idee was (olijfolie is vrijwel overal goed voor).

*Wel is het oor deels oog, het trommelvlies deels netvlies, le tympan en partie rétine.

zaterdag 9 februari 2019

Op maat

Trapkast van Binst & Onderwijl
Ondertussen werkt de Binst & Onderwijl Group in stilte door. De groep bestaat al vele decennia en werkt voor arm en rijk. Anders dan in het Amerikaanse belastingstelsel betalen rijke klanten (meestal) een hogere prijs dan arme klanten, iets wat door sommigen als zeer onrechtvaardig wordt ervaren.
Voorts gaat de Binst & Onderwijl Group niet uit van haar eigen aanbod, maar van de vraag van de klant. Er zijn dus geen kant en klare producten. Er zijn geen voorraden, geen magazijnen, geen winkels. De Binst & Onderwijl Group begint met het stellen van een beleefde vraag die door sommige klanten aanvankelijk als confronterend, zelfs als schokkend wordt ervaren. De vraag luidt: "Wat wilt u?"
Met andere woorden, de Binst & Onderwijl Group levert in alle opzichten maatwerk, waarbij het bedrijf als adagium een oude Chinese wijsheid hanteert die luidt dat het menselijk streven naar perfectie overmoedig is en een belediging van de goden. Alleen de goden zijn perfect, aldus de Chinese wijsheid. Vandaar de reclameslogan van het bedrijf, die door sommigen als nogal bevreemdend wordt ervaren:

Binst & Onderwijl
Imperfectie op maat

 

woensdag 6 februari 2019

Koraal (slot)


Prince
Een familie van medici die miljarden verdient aan een pil waar miljoenen Amerikanen aan verslaafd zijn en die al tienduizenden heeft gedood, onder wie, volgens sommigen,
Prince; die nauwelijks of geen belasting betaalt over haar miljarden, maar niettemin bekend
staat als een familie van weldoeners.
Ziedaar de triestheid van Amerika.
En de Sacklers zijn niet de enigen  die opereren in een "moreel vacuüm". 
Alle morele waarden zijn een kwestie van nabijheid. De grote morele wereldsystemen zijn ontstaan in kleine gemeenschappen. Daarom falen ze nu. Het werkelijke probleem van globalisering is dat er tussen mensen die elkaar niet kennen, niet kunnen aanraken, ruiken, voelen, geen "moraal" kan ontstaan of voortbestaan.
Gij zult niet stelen? Zo'n gebod werkt in kleine gemeenschappen, waar iedereen elkaar kent, maar niet op wereldschaal. De oude, half-primitieve, streekgebonden moralen (de christelijke, de joodse, de islamitische) zijn op wereldschaal niet houdbaar.
De uitdaging is een moraal, of moralen, te ontwerpen (te vinden, te laten groeien) die werken voor mensen die elkaar niet kennen, geen familie van elkaar zijn, geen vrienden, bekenden, dorpsgenoten of geloofsgenoten. Mensen die elkaars geur, elkaars nabijheid, elkaars warmte, elkaars zorgen en problemen, dromen, verlangens en wensen niet kennen. Een lange-afstandsmoraal.*
Moralen zijn uiteindelijk creaties van de zintuigen, van de semiochemicaliën (stofjes die de non-verbale overdracht van informatie tussen organismen verzorgen). Het zijn gevoelige, plaatselijke systemen, ongeveer zoals... koralen. Zoals koralen grijs worden en verdwijnen door de opwarming van de oceanen, zo sterven moralen door de globalisering. En waar de moraal verkwijnt, daar marcheren recht en wet binnen. Vandaar dat het in de wereld stikt van de advocaten - en van de Sacklers.
Hierover meer in mijn beoogde hoofdwerk Het Niets, het Ene, het Vele en Alles.

* Dit (en meer) is wat de Dolce far Niente Academie met een team van psychologen, filosofen, theologen, historici, medici en rechtsgeleerden wil gaan onderzoeken.