dinsdag 22 juli 2014

Mijn witte periode

Compositie nr. 9
Op de foto een abstract werk uit mijn witte periode. Het werk (gemengde materialen op MDF, 20 x 30 cm) bevindt zich thans onder een cv-element.

Courtesy: Museum voor Laag bij de Grondse Kunst, Oostelijk Haven-
gebied, Amsterdam. Bezichtiging op aanvraag. Entree € 10,-.

Artsen

M. stuurde me vanuit Napels het volgende zinnetje, over een arts van Lodewijk de Veertiende (1638-1715): "Zijn specialisme was om van een onschuldige kwaal een dodelijke ziekte te maken."
Dit deed me denken aan een zinnetje van Michel Eyquem de Montaigne (1533-1592), over de artsen uit zijn tijd: "De een zegt dit, de ander het tegenover-
gestelde, en ze beschuldigen elkaar allemaal van moord."
Benieuwd wat ze over een paar eeuwen zullen zeggen over de artsen uit onze tijd. Maar ik ga dat niet afwachten, ik ben nu alvast op mijn hoede.

zaterdag 19 juli 2014

Get the fuck out of here!

Op fucking aanraden van A., de vriendin van P. (wiens fucking huis ik aan het opknappen ben), keek ik vanavond via UPC naar The Wolf of Fucking Wallstreet, een fucking schitterende film van mijn favoriete regisseur Martin Fucking Scorsese, met in de hoofdrol fucking Leonardo di Fucking Caprio. Fuck, wat een sterke film zeg, veel beter nog dan Wall Fucking Street met Michael Fucking Douglas in de rol van fucking Gordon Gekko. The Fucking Wolf of Wall Street is gebaseerd op de biografie van Jordan Fucking Belfort, een fucking handelaar in fucking penny stocks. Fuck man, ik zat de volle 170 minuten aan de fucking buis gekluisterd. Op het fucking puntje van m'n fucking stoel man! En weet je wat ik dacht, terwijl ik naar die fucking film zat te kijken? Ik dacht: fuck, in mij zit ook een goeie fucking verkoper verborgen! Ik hoef 'm alleen maar de fucking vrijheid te geven! Overigens heb ik gehoord dat Leo Fucking Nardo di Fucking Caprio fucking geestelijke problemen heeft. Hij schijnt de fucking roem niet aan te kunnen. Het is 'm naar z'n fucking hoofd gestegen. Fuck.

vrijdag 18 juli 2014

Blauw

Dreissena Polymorpha (driehoeksmossel)
Er is zoveel gebeurd de afgelopen week, dat ik gewoon niet weet waar ik moet beginnen. Gelukkig streef ik geen volledigheid na. Nooit gedaan. Netheid daarentegen vind ik wel nastrevenswaardig. Over de verschillen en de overeenkomsten tussen netheid en volledigheid een andere keer.
P. heeft me gevraagd zijn huis op te knappen. Het wordt mooi, met onder andere verstek gezaagde plinten. Niet alle hoeken in het huis zijn 90 graden, wat het verstekzagen soms ingewikkeld maakt. Voor de kleinere hoeken (minder dan 90 graden) heb ik een speciale contraptie gemaakt. Voor de grotere hoeken (meer dan 90 graden) kan ik gewoon de zaaghoek instellen. Hoe groter de hoek, hoe minder graden je op de zaagmachine moet instellen, verwarrend genoeg.*
De boontjes aan onze bonenplant (Phaseolus vulgaris of Miraculum domesticum) worden steeds groter. Volgens P. zijn het bruine bonen. Noch U. noch mevrouw S. - beiden classica - weten wat bruin is in het Latijn. U.: "Bruin komt zelden voor in het Latijn, in tegenstelling tot blond en purper." Purper, een paarsig rood, werd door de Romeinen gewonnen uit de branchiaalklier van de brandhoorn (Bolinus brandaris).
Wat is het warm vanavond!
De man van U., R., ging een kind redden dat "Help Help!" riep vanuit het riet aan de waterkant. Kleren uit, schoenen uit, het water in... Hij liep daarbij een diepe snee in zijn voet op, vermoedelijk door glas. Het bloed gutste eruit. Er liep een spoor van bloed van de waterkant naar de dokter, waar R. in allerijl naartoe was gegaan op zijn blote voeten.
Zijn dochter, L., had ondertussen gehoord dat er blauwalgen in dat water zaten en dat je daar erg ziek van kunt worden. En zij had er in gezwommen! 's Nachts om vier uur kwam ze aan het bed van haar gewonde vader (voet) en moeder: "Ik ben bang dat ik blauw ben."
Dit bleek niet het geval.
Tegen een blauwalgenplaag moet je driehoeksmosselen inzetten, volgens mij.
Mijn vrouw heeft leuke nieuwe kleren gekocht vandaag.

*Het verwarrende is dat de gradenboog van de machine de hoek aangeeft t.o.v. de verticaal, en niet t.o.v. de horizontaal, zoals je zou verwachten. Dus 0 graden = 90 graden en als je de hoek instelt op 10 graden, dan zaagt hij de plint dus af onder een hoek van 80 graden!

dinsdag 15 juli 2014

Slopers (2)

"Hebben we alles? Koevoeten? Mokers? Kettingzaag?"
"Alles."
"Waar gaan we heen?"
"Landhuis aan de Vecht. Grote bijkeuken. Met de grond gelijk maken."
"Hoeveel kuub?"
"Tien, minstens. De containers staan er al. De foto's liggen in het kastje."
"Hoe lang zijn we ermee bezig?"
"Twee dagen. Zevenhonderdvijftig de man."
Met een eindeloze bocht draaien we de snelweg op.
Binnenkort is de snelweg niet meer nodig, dan gaat alles via internet. Als het zover is zullen we op de verlaten snelwegen staan zoals nu in lege kathedralen en ons verwonderen.

De eerste zestig jaar

Kunstenaar: "De eerste zestig jaar waren niet makkelijk, maar nu begint het te lopen."

zondag 13 juli 2014

In en om het huis: sperziebonen

Met trots meld ik nu alvast dat we er hier thuis
in geslaagd zijn sperziebonen te kweken. Later meer over dit miraculum domesticum (huiselijk wonder).

vrijdag 11 juli 2014

Ik ben toch geen windmolen?

Schlemiel woonde al zijn hele leven in het stadje Chelm en hij droomde ervan de wereld te zien "met al zijn wonderen". Hij had verhalen gehoord over woestijnen, oceanen en bergen en bovenal wilde hij een keer naar Warschau. Maar hij mocht niet weg, hij moest op zijn kinderen passen terwijl zijn vrouw groenten verkocht op de markt.
Op een dag ging hij toch. Al gauw bereikte hij de rand van Chelm. Na een paar uur lopen werd hij moe en ging in het gras liggen aan de kant van de weg. Hij dacht: "Als ik wakker word, weet ik misschien niet meer welke richting Warschau is en welke Chelm." Voor de zekerheid zette hij daarom zijn laarzen met de neuzen in de richting van Warschau.
Niet ver van waar Schlemiel sliep woonde een smid. Hij had gezien hoe zorgvuldig Schlemiel zijn laarzen neerzette, en toen Schlemiel diep in slaap was draaide hij de laarzen om.
Een paar uur later werd Schlemiel uitgerust wakker. Hij zette zijn reis voort in de richting van Warschau en kwam terug in Chelm. Alles kwam hem vreemd bekend voor. "Wat lijkt het hier toch op Chelm," dacht hij. Hij zag een huis dat sprekend leek op het huis waar hij woonde. Hij klopte op de deur en daar deed hem een vrouw open die sprekend leek op de vrouw met wie hij getrouwd was! Hij zag kinderen die sprekend leken op zijn eigen kinderen.
Mevrouw Schlemiel begon meteen op hem te schelden omdat hij zijn kinderen in de steek had gelaten. Schlemiel zei: "Het zijn mijn kinderen niet en jij bent mijn vrouw niet." Zijn vrouw zei: "Schlemiel, je hebt je verstand verloren." Het hele dorp bemoeide zich ermee en ten einde raad besloot men de oudsten in te schakelen. Schlemiel vertelde de oudsten wat er gebeurd was. "Is het niet mogelijk dat je bent omgedraaid en teruggegaan naar Chelm?" wilde een van hen weten. En Schlemiel antwoordde: "Waarom zou ik dan omdraaien? Ik ben toch geen windmolen?"
"In dat geval ben jij niet de man van deze mevrouw Schlemiel."
"Nee, dat ben ik niet."
Er werd besloten dat Schlemiel niet bij mevrouw Schlemiel mocht wonen tot alles was opgehelderd. Maar nu zetten mevrouw Schlemiel en de kinderen het op een jammeren. Wie moest er op de kinderen passen als zij naar de markt ging? Opnieuw beraadslaagden de oudsten. Nu de gemeente Chelm toch iemand moest huren om op mevrouw Schlemiels kinderen te passen, waarom zouden ze daar Schlemiel niet voor nemen? Hij was weliswaar niet de man van mevrouw Schlemiel of de vader van de kinderen, maar hij leek zoveel op de echte Schlemiel dat de kinderen zich zeker op hun gemak zouden voelen bij hem. Allen vonden het een goed idee, Schlemiel ook. Er werd besloten dat Schlemiel met het baantje vijf stuivers per dag zou verdienen en dat hij het net zolang kon houden tot de echte Schlemiel weer thuis kwam. Want die was volgens de oudsten naar Warschau vertrokken om de wereld te zien.
Op den duur hernam het leven zijn gewone gang en mevrouw Schlemiel en Schlemiel gaven toe dat ze erg in hun schik waren met de huidige toestand. Mevrouw Schlemiel miste haar man niet en Schlemiel miste zijn vrouw niet. Soms wist Schlemiel niet meer goed wat hij er van denken moest. Dan raakte hij in de war en begon te neuriën

Wie weggaat van Chelm
komt terug in Chelm.
Zij die blijven in Chelm
zijn zeker in Chelm.
Alle wegen leiden naar Chelm.
De hele wereld is één groot Chelm.

Isaac Bashevis Singer: When Shlemiel went to Warsaw and other stories / Farrar, Straus, Giroux / 1969
Hans Vaihinger: Die Philosophie des Alsob / Verlag von  Felix Meiner / 1911
Peter Bekkers: Omdat is dood, leve alsof / De Volkskrant / 14 juni 1991

Administratie

Noodweer vannacht boven Amsterdam. Midden in de nacht eruit, redden wat er te redden viel. Alle ramen en deuren stonden namelijk open, vanwege de warmte. De hele administratie, die altijd lekker in het zonnetje op de vensterbank ligt (naast onze poes), was nat geregend en verkleefd geraakt in de stortregen. De rest van de nacht bezig geweest om alle papieren voorzichtig weer van elkaar te trekken en te drogen te hangen.

maandag 7 juli 2014

WK finale

Als we in de finale komen tegen Duitsland en weer verliezen, dan kunnen we niet anders dan ten oorlog trekken. Mijn goede vriend M. zal de eerste charge leiden.




Op de foto: "Don Quixote, his squire Sancho Panza and his horse Rocinante, after an unsuccessful attack on a windmill. By Gustave Doré."

In en om het huis: action film


dinsdag 1 juli 2014

Slopers (1)

De laatste jaren van de vorige eeuw, toen mijn eerste roman uitkwam, had ik een bedrijf in badkamers en keukens, samen met E. We verrichtten soms ook sloopwerkzaamheden: mooi werk dat we met volle overgave deden. Hout kraakte onder de slagen van de moker, het wrikken van de koevoet. Glas brak. Onder onze schoenen knarste en knerpte het puin. We zweetten als otters, terwijl de Makita bouwradio van onder een dikke laag stof popliedjes ten gehore bracht.
Met een welgemikte mokerslag aan het einde van de dag stortte dan de hoofdconstructie in, onder donderend geraas en in een uitdijende pyroclastische stofwolk waarvoor we intuïtief op de vlucht sloegen, ondanks onze mondkapjes en stofbrillen. Uitgeput kwamen we 's avonds laat thuis, onder het stof, ruikend naar puin en met handen vol splinters. Hardhouten splinters waren het pijnlijkst. Splinters uit Afrikaans teakhout, uit Braziliaans paardenvleeshout, uit Aziatisch bangkirai. Ze brandden verschrikkelijk. Als je ze er niet uit haalde ging het 's nachts spoken in je hoofd (de wraak van het oerwoud).
E. was erg gesteld op goede manieren, hoewel hij het gouden tijdperk van de goede manieren eigenlijk nooit had meegemaakt. Uiterlijke verzorging vond hij belangrijk. Ik wist niet hoe hij het klaarspeelde, maar zijn nagels en handen leken wel gemanicuurd. Zelfs op een doordeweekse werkdag, als we de materie ervan langs gaven met de moker, zag hij eruit als een aristocraat, de onstuimig bruisende krullen strak achterover gekamd, behalve achter de oren, waar ze de vrijheid kregen.