dinsdag 30 november 2010

Wikileaks (2)

Wikileaks is de omgekeerde wereld. Vroeger luisterden de machthebbers ons af. Nu luisteren wij de machthebbers af.
De ene wereldleider tegen de andere: "Zachtjes praten... de muren hebben oren."

(foto: scene uit de film Das Leben der Anderen)

maandag 29 november 2010

Wikileaks

Iets anders zeggen dan wat je werkelijk denkt is het geheim van alle soepele communicatie, zowel tussen mensen als tussen staten. Dat valt te lezen bij Clausewitz, Machiavelli, Nietzsche, Churchill, Toynbee, Freud, Bismarck etcetera, en je kunt het ook wel op je eigen vingers natellen.
Het is een misvatting om te denken dat we erbij gebaat zijn om alles te weten.
Ik wil bijvoorbeeld beslist niet weten wat mijn vrienden allemaal over mij gezegd hebben in hun boosheid. En ik moet er ook niet aan denken dat mijn vrienden te lezen krijgen wat ik allemaal over hen gezegd heb in mijn boosheid.

Op de foto: Julian Assange, oprichter van Wikileaks

zondag 28 november 2010

Zo kan het ook

Je koopt een flink stuk grond van circa 20.000 vierkante meter op het Franse platteland. Je zet er een paar gebouwen neer die je met elkaar verbindt door een stelsel van ondergrondse gangen. In een van die gebouwen ga je wonen, in een ander ga je werken (dat is je atelier). De rest van de gebouwen laat je leeg en vul je gaandeweg met werk dat je ter plekke maakt. Als je klaar bent koop je een nieuw stuk grond, je bestelt 110 enorme verhuiswagens en je vertrekt weer. De grond en de met werken gevulde gebouwen laat je na aan de Franse staat. Ondertussen zeg je dingen als: "Ons bloed heeft dezelfde samenstelling als zeewater."

(werkwijze van Anselm Kiefer)

donderdag 25 november 2010

Schelp

Ik zag een documentaire over een stel Chinese scholieren, bezig met hun eindexamen, vechtend voor een plaats op de beste universiteiten van het land. Een van die kinderen zei: "China is een schelp die open en dicht gaat voor de wereld."

zondag 21 november 2010

Meneer de Beroemde Schrijver

De uitreiking van de Grote Jongeren Literatuurprijs was vrijdag op het Crossing Border Festival in Den Haag. Het ging er erg sympathiek aan toe allemaal. John Green was er, een Amerikaanse schrijver; Erlend Loe, een Noor. Dave Eggers was er niet. En verder was Erna Sassen er, die vroeger een zuster speelde in Medisch Centrum West, en Philip Huff. Philip Huff is 26 jaar, precies de helft van mij. Hij kon mijn zoon zijn, wat leeftijd betreft. Zijn uitgever of redacteur arriveerde te laat, want die had de trein genomen. Neem nooit de trein, nou ja, wees er voorzichtig mee. Beter een voertuig dat je zelf kunt besturen. Als dat niet voorhanden is, ga dan te paard. Dit terzijde.
Eerst gingen we wat eten in een restaurant en daarna was de uitreiking in de Haagse Stadsschouwburg. De zaal zat helemaal vol, ik zag ook Anna Drijver, de nieuwe actrice aan het firmament. Tot mijn verrassing zei juryvoorzitter Hedy d' Ancona dat de jury voor Erlend Loe en mij gekozen had. De volgende ochtend stond het in veel kranten. "Oh my God, papa," zei mijn jongste dochter (6), "je bent beroemd." En toen ik 's avonds geen zin had om de tafel te dekken, zei een vriend, die op bezoek was: "Dat is zeker te min voor meneer de Beroemde Schrijver."

dinsdag 16 november 2010

Recensies

Muziek: "Meeslepende symfonie dodelijk saai."
Schilderkunst: "Armoedig meesterwerk."
Sport: "Magistrale wedstrijd niet om aan te zien."
Literatuur: "Aangrijpend boek kil en afstandelijk."

Goed gekleed

Ik zoek al mijn hele leven naar het perfecte evenwicht tussen ultieme verzorging en totale verwaarlozing.

Mijn schoenen zijn beatle boots


Maar zonder cuban heel.

Afbeelding: Andy Warhol, Ink on canvas, 1986

zondag 14 november 2010

Schakers


"Papa mama..."
"Pap?! Mama?"
"Papa..."
"Uhmmmuhmuhm..."
"Kan niet!"
"Jaa dat kan wel..."
"Nee kan niet, want anders zou je... zoooo... gaan."
"OK, zooo..."
"Neehee, dat kan niet, kan niet, kan niet... Het kan alleen maar... Eh kijk, je moet alleen maar... zo... door deze... puntjes heen..."

zaterdag 13 november 2010

De hervonden schoen

Dit is hem dan, de linker schoen, waarover zoveel te doen is geweest in het warenhuis. Wat me bevalt, afgezien van de vorm en het materiaal, is het lusje aan de achterkant.
Omdat ik te dikke sokken aan had om de schoen goed te kunnen passen kreeg ik van de verkoopster speciale warenhuissokken. Het waren lekkere sokken, heerlijk zacht, voortreffelijk materiaal, maar ik wilde ze toch niet kopen, omdat ze een Schots ruitmotief hadden.
Mijn vader en moeder waren allebei kleermaker en ze hebben me altijd gewaarschuwd voor het Schotse ruitmotief.
Ik voelde me wel bezwaard dat ik die sokken niet kocht. Anders dan bij een broek of een hemd, of schoenen, is het bij sokken zo gesteld - naar mijn smaak - dat je ze niet kunt teruggeven als je ze eenmaal aan hebt gehad. Dat geldt ook voor onderbroeken. Dat is de reden waarom mensen sokken en onderbroeken meestal niet eerst passen. De voet en het geslachtsdeel zijn nogal, eh, persoonlijke lichaamsdelen.

vrijdag 12 november 2010

Volgende boek

Mijn volgende boek speelt zich voor een deel af in de nabijheid van Laon, Noord-Frankrijk. Ik ben er nog nooit geweest, mogelijk ga ik Laon een bezoekje brengen.
Er is daar een kathedraal. Ik ben nooit zo'n liefhebber van kathedralen geweest.
Vier maanden geleden was ik met mijn dochter in een kathedraal. Ze wilde er zo snel mogelijk weg. Ze vond het er "niet pluis".
Dat gevoel heb ik ook altijd.
Morgen ga ik het boek Windstilte van de ziel kopen, van Joke Hermsen. Ik denk dat het een mooi boek is. Ze heeft het op het Franse platteland geschreven. Tachtig pagina's over de ziel en de tijd, voor slechts twee en een halve euro. Ik hou ervan als een boek niet dik is.

Op de foto: hotelkamer in Laon

donderdag 11 november 2010

maandag 8 november 2010

Schoenen kopen

Naar het warenhuis om schoenen te kopen. Binnen een minuut mijn keus gemaakt, zoals gewoonlijk.
"Die lichtbruine daar, en deze donkerbruine hier, maat 43 alstublieft."
Ik had mijn oude afgetrapte schoenen al uitgedaan en zat op het bankje te wachten op de komst van de dozen.
Het begon ermee dat de winkelbediende, een oudere heer, de linkerschoen van het lichtbruine paar nergens kon vinden.
"Maar die kan toch niet weg zijn? Of is hij soms op eigen houtje de winkel uit gewandeld?"
"Ik heb hem een half uur geleden nog gezien."
"Die linkerschoen bedoelt u?"
"Ja, die linker."
"Samen met de rechter?"
"Eh, ja, dat dacht ik wel ja."
"Waar dan?"
De oudere heer keek me hulpeloos aan.
"Bestelt u ze dan maar bij een ander filiaal. Hoe lang gaat dat duren, denkt u?"
"Tja, dat weet ik niet, ik vermoed een week, twee weken... zoiets... ik weet het niet."
Hij schreef de codes van de schoen op een papiertje dat hij uit zijn broekzak haalde, met mijn naam en telefoonnummer erbij. Er stonden ook allerlei andere aantekeningen op, zoals: "Andijvie." En: "Dokter G., half zes." Toen hij klaar was stopte hij het papiertje weer in zijn zak.
"Kunt u niet toch nog een keer gaan kijken in het magazijn, voor de zekerheid? En neemt u dan meteen die andere schoenen mee, die donkerbruine."
"O ja, dat is waar ook."
Een kwartier later kwam hij terug met lege handen.
"Ik kan die donkerbruine ook niet vinden. Ze zijn wel op voorraad. Maar aan het einde van het seizoen kloppen de voorraadindicaties vaak niet meer. "
"Bestelt u die dan ook maar bij een ander filiaal."
Weer kwam het papiertje uit de broekzak.
"En hoe gaat het nu verder?" vroeg ik een tikje bezorgd.
Dat wist hij ook niet. Hij zou mijn bestelling om vijf uur doorgeven aan "een meisje dat hij kende".
"Heeft u een telefoonnummer van haar?"
"Geen telefoonnummer. U moet wachten tot u gebeld wordt."
Naderhand schoot me te binnen dat die man misschien helemaal geen winkelbediende was, maar een verwarde klant. Hij zag er wel precies zo als een winkelbediende uit.

Op de foto: mannenschoen van Ferragamo. Andy Warhol kocht een keer precies deze schoen en er kwamen verfspatten op de neuzen. Na zijn dood kocht de familie Ferragamo de schoenen van Warhol terug op een veiling en bracht een replica van de met verf bespatte schoen op de markt. Die zou ik wel willen hebben.

zondag 7 november 2010

Jonathan Franzen

Ik heb nu 38 pagina's gelezen uit het boek Vrijheid van Jonathan Franzen. Ik lees het omdat er zo juichend over geschreven is in de pers. Meesterwerk etc.
Maar wat is dat boek dik! Veel te dik. Er mogen best wat pondjes af.

donderdag 4 november 2010

Moet-je dat wiel es zien

Gisteren vroeg iemand wat het mooiste boek was dat ik ooit gelezen had. Dat is een vrij gemakkelijke vraag om te stellen, maar beslist geen gemakkelijke vraag om te beantwoorden.
Ik zei: "Ik hou erg van
Ecce homo van professor Nietzsche, van Gargantua en Pantagruel van Rabelais, van Dode Zielen van Nikolai Gogol en van De lotgevallen van de brave soldaat Svejk van Jaroslav Hasek. Dat zijn geloof ik mijn dierbaarste boeken, samen met..."
Ik wou nog een hele serie boeken noemen, waaronder enkele van Paustovski, maar dat was helemaal niet de bedoeling.
"Je mag maar
één boek meenemen naar het onbewoonde eiland."
Het zou interessant zijn om eens te onderzoeken wanneer dat zogenoemde onbewoonde eiland een rol is gaan spelen in de verbeelding en de conversatie.
Om ervan af te zijn zei ik dan: "Dode Zielen uit 1842, basta."

Dode Zielen, opening:

Door de poort van het logement in de gouvernementsstad NN reed een niet onelegante reiswagen van het soort, waarin vrijgzellen plegen te reizen: majoors buiten dienst, stafkapiteins, landheren met ongeveer een honderd lijfeigen boeren, - kortom, allen die men heren van gemiddelde rang noemt. In het rijtuig zat een heer, hij was geen schoonheid, maar evenmin een ontoonbare verschijning, niet te dik, maar ook niet te mager; iemand, van wie men niet kon zeggen dat hij oud was, maar ook niet piepjong. Zijn aankomst in de stad verwekte geen enkele opschudding en er ging niets opzienbarends aan gepaard, behalve dan dat twee boeren die tegenover het logement bij de deur van een kroeg stonden een paar opmerkingen maakten die overigens eerder op de equipage dan op de erin zittende reiziger sloegen.
- Moet-je dat wiel es zien, zei de een tegen de ander, wat denk je, gaat dat wiel nog tot Moskou mee, of niet?
- Dat haalt-ie wel, antwoordde de andere.
- Maar zeker niet naar Kazanj, h
è?
- Nee, Kazanj haalt-ie niet, beaamde de ander.
En daarmee was het gesprek beeindigd.


Paul Rodenko

Als het herfst is moet ik altijd denken aan een uitspraak van Paul Rodenko: "Een vlinder is een herfstblaadje dat kinds is geworden."
Al die hoogbejaarde herfstblaadjes die nu door de straten vliegen worden dus straks vlindertjes. Goed om te weten.
Hij heeft ook een keer, in een interview met een of andere recensent, dit grappige zinnetje gezegd over zijn gedichten: "Ach, meneer, wat kan ik erover zeggen? Poëzie en poëzie zijn drie heel verschillende dingen."
En toen zijn dochter aan hem vroeg waarom een olifant eigenlijk een olifant genoemd wordt, antwoordde hij: "Omdat hij daar nog het meest op lijkt."
Als je zo iemand gekend hebt in je jeugd, dan wordt je leven in enkele opzichten een stuk gemakkelijker.

Idee

Een dezer dagen ga ik een idee bespreken met twee mensen aan de overkant van het water. Het idee is geheim, dus ik kan er niet over uitweiden, maar het is een heel goed idee, dat verzeker ik je. O, het is een geweldig idee. Het kan een revolutie veroorzaken in mijn portemonnee, en ook in de portemonnee van enkele anderen. Ja, onze portemonnees kunnen er ontzettend dik van worden. Het is mijn overtuiging dat ideeën die geen lekkere dikke rollade van je portemonnee maken geen goede ideeen zijn. Nou ja, dat is niet helemaal waar, ik moet mezelf hier tegenspreken. In de werken van bijvoorbeeld professor Nietzsche vind je het ene goede idee na het andere, maar toch werd zijn portemonnee er niet dik van. En toch waren het goede ideeën. Echt bijzonder goed, vind ik.
Omdat mijn idee geheim is kan ik er zoals gezegd niet over uitweiden, maar ik kan je wel zeggen dat het een idee is waar ik al langere tijd mee rondloop - of dat al langere tijd met mij rondloopt, zo kun je het ook zeggen. Steeds verzet het idee zich ertegen om door mij vergeten te worden.