donderdag 29 april 2010

Sinaasappels en koffie (4)

De Tielemannen waren in de jaren twintig van de vorige eeuw groot geworden met handel in sinaasappels en koffie, en ze waren weer klein geworden door de beurskrach van 1929.
"Zo gewonnen, zo geronnen," had Frederiks grootvader laconiek opgemerkt. Een jaar later, in 1930, schoot hij zich door het hoofd, omdat hij bij nader inzien de schande niet kon verdragen.
Die wandaad had een kille schaduw geworpen over het gezin Tieleman. De weduwe verhuisde met haar drie zonen - onder wie Frederiks latere papa - noodgedwongen van het landgoed op de Veluwe naar een flat in een buitenwijk van Amsterdam.
Hun verdere leven was een mijmering over vergane glorie.
Zoals alle intelligente verliezers was Tieleman overgevoelig voor symboliek, dus toen de vrouw met de sinaasappels en de koffie hem op de schouder tikte, kwam het hem voor alsof de geschiedenis zelf hem tot de orde riep.
Terwijl het langzaam richting kassa ging, draaide hij zich om.

Sinaasappels en koffie (3)

Ze had de man op elk moment in zijn leven op de schouder kunnen tikken om hem te vragen of ze voor mocht. En op elk moment in zijn leven zou hij haar geantwoord hebben: "Maar natuurlijk, gaat u toch voor!" Want Frederik Tieleman - zo heette hij - zag zichzelf graag als een hoffelijk mens, en zo gedroeg hij zich doorgaans ook.
Maar nu even niet, want door die verdomde hoffelijkheid had hij een paar uur geleden een kans gemist die zich vermoedelijk geen tweede keer in zijn leven zou voordoen - tenzij hij zich voortaan wat minder inschikkelijk zou opstellen. En ook al geloofde hij niet dat hij zo laat in zijn leven nog iets aan zijn karakter kon veranderen, op dit moment stond zijn hoofd er beslist niet naar om zich van zijn gewone, goedmoedige kant te laten zien.
Tieleman bevond zich in een toestand die je explosief zou kunnen noemen, ware het niet dat hij er niet de persoon naar was om te exploderen.
Een Tieleman implodeerde.

dinsdag 27 april 2010

Digitaal hiernamaals

Een tijd geleden vroeg ik me bezorgd af wat er na mijn dood zou gebeuren met mijn digitale erfenis: blogs, websites, emails, links, adressenbestanden, manuscripten, belastingaangiftes etc. etc.
Na mijn dood blijven mijn PC en internet namelijk gewoon leven. Het is niet zo dat dan - poef - alles weg is. Zou wel mooi zijn, maar is niet zo. Je blijft na je dood eindeloos rondzweven in cyberspace.
Ik pleit daarom voor een digitale begrafenisonderneming of een digitaal crematorium. Een soort dodenknop op het toetsenbord die alles, alles uitvaagt.
Verder: voor vrienden en geliefden een digitale gedenkplaats en voor gelovigen een digitaal hiernamaals.
Alles uiteraard met gepaste ceremonie. Bestaat volgens mij allemaal nog niet.

woensdag 21 april 2010

Grootse plannen

Het is de vraag of het verstandig is om grootse plannen te hebben. Vermoedelijk is het beter om een "functionaris van de werkelijkheid" te zijn. Het een sluit het ander trouwens niet uit.

In en om het huis (6): Lente


Courtesy PdW

vrijdag 16 april 2010

Sinaasappels en koffie (2)

Er stond een lange rij bij de kassa, tot ver voorbij de koekjes.
De stemming was gelaten. Men had zich erbij neergelegd dat het lang ging duren.
Maar helemaal achteraan stond Lisa, met een netje sinaasappels en een pak koffie. Ze had vreselijke haast.
Voor haar stond een wat oudere man. Zijn winkelwagen was tot de rand toe gevuld met etenswaren die Lisa een vaag gevoel van misselijkheid bezorgden.
Bastognekoeken, kokosbrood.
De man had haar opgemerkt - inclusief haar sinaasappels en haar koffie - maar niks gezegd.
Nu moest ze het dus vragen.
Of ze voor mocht.
Haar vader had haar vroeger ingepeperd nooit om een gunst te vragen, want ook in de allerkleinste gunst gaapte de peilloze afgrond van de afhankelijkheid.
Liefde, respect en zelfs zoiets alledaags als voorrang in een rij moest je verdienen. Dat was het toverwoord.
De haast is een krachtige detector van onzin. Haastige mensen nemen over het algemeen betere beslissingen dan mensen die alle tijd van de wereld hebben, en ze maken zich terecht vrolijk over de zogenoemde "denkers", die over zeeën van tijd lijken te beschikken en daardoor vanzelf op allerlei gedachten komen die er óf helemaal niet toe doen, óf een mens maar in de war brengen, óf gewoon totaal geschift zijn.
Tijd is een geschenk van de duivel.
Lisa tikte de man op de schouder.

Overtreders W

Er bestaat een ontwerpbureau dat Overtreders W heet.
Je hebt goede namen en minder goede namen. Als je een eigen bedrijf begint is het belangrijk dat de naam goed is. Maak het niet te leuk, dat gaat vervelen. En niet te bijzonder, dat gaat irriteren. Naamgeving is een onderschatte tak van vormgeving. Ook producten krijgen soms namen. Het kan misgaan (Fiat Croma). Ik ken iemand die een meester is in naamgeving.
Overtreders W komt uit hoofdstuk 3 van de Nederlandse vertaling van Winnie the Pooh, door schrijver A.A. Milne en tekenaar E.H. Shepard: Poeh en Knorretje gaan op jacht en vangen bijna een woezel:
“Knorretje woonde in een heel deftig huis, midden in een beukenboom en de beukenboom stond midden in het Woud, en Knorretje woonde midden in het huis. Naast zijn huis stond een houten bord, dat kapot was. ‘OVERTREDERS W’ stond erop. Toen Christoffer Robin aan Knorretje vroeg wat dat betekende, zei hij dat het de naam van zijn grootvader was en dat zijn familie die naam al heel lang had. ‘Het bestaat niet dat iemand Overtreders W heet,’ zei Christoffer Robin, maar Knor zei: ‘Welwaar. Dat kan wel, want mijn grootvader heet zo. Het is een afkorting van Overtreders Wim en dat was weer een afkorting van Overtreders Willem.’ En zijn grootvader wilde twee namen hebben, zei hij, - een voor het verlies – en dat hij vernoemd was naar een oom die Overtreders heette en Willem naar Overtreders.”
In het Engels is het Trespassers W. De volledige tekst op het kapotte houten bord was vermoedelijk ooit Trespassers Will Be Prosecuted (Overtreders Worden Vervolgd).
Van zo'n klassieke tekst kun je beter afblijven. Mensen die Winnie de Poeh kennen zullen zeggen: "Het bestaat niet dat een bedrijf Overtreder W heet." En mensen die van niks weten zullen zeggen: "Wat betekent Overtreders W?" Op den duur krijg je er schoon genoeg van.
Rudy Kousbroek heeft eens geschreven dat hij bij het zoeken naar een nieuwe huisarts altijd eerst de artsen met omineuze namen schrapte, zoals huisarts Slachter.
Zo zou ik misschien een ontwerpbureau dat zich Overtreders W noemt schrappen.

woensdag 14 april 2010

Kwijt (2)

Toch is het uiteindelijk een effectieve administratie, de onze.
We verliezen geen tijd met opruimen en ordenen. Die tijd kunnen we gebruiken voor nuttiger zaken. Wet van de stimulerende wanorde.
Een ander voordeel is dat we nooit iets kwijtraken. Wet van de stochastische resonantie: een systeem wordt robuuster en effectiever door er wanorde en willekeur in toe te laten of aan toe te voegen.

dinsdag 13 april 2010

Advertentie

Aantrekkelijke poes, 3 jaar oud, huismus, zoekt per direct inspirerende kater om gezin mee te stichten. Leeftijd onbelangrijk, klein gebrek geen bezwaar. Je-weet-wel katers hoeven vanzelfsprekend niet te reageren.

Kwijt

Ik zocht een brief van de bank uit oktober vorig jaar. Ik heb er een hekel aan iets te zoeken dat kwijt is.
Uiteindelijk toch gevonden, na een dag archeologisch onderzoek. Hij lag bij de ingang van een soort grot (een ander woord weet ik zo gauw niet) op de noordelijke flank van een reeds half versteende berg papieren met een besneeuwde top.
Dit bergmassief, met een aantal indrukwekkend oprijzende reuzen (in een ver verleden gevormd door hevige botsingen tussen papieren subcontinenten), noemt mijn vriendin onze administratie.
Benieuwd wanneer we de eerste aardbeving (administratiebeving) krijgen.

maandag 12 april 2010

Openhartigheid (2)

In een vorige notitie zei ik dat ik graag openhartiger zou willen zijn. Alleen de duivel weet wat me bezielde. Ik zou juist graag geslotener willen zijn: niets prijsgeven, met niemand op vertrouwde voet staan.
"Spreken is zilver, zwijgen is goud."
Die spreuk hing bij mijn oma aan de muur. De buurvrouw in het bejaardenhuis had de welbekende spreuk voor mijn oma's negentigste verjaardag geborduurd en ingelijst. Je kon aan het werkje wel zien dat ze bijzonder weinig ervaring had met borduren. Het bood een droeve aanblik van totale ontreddering.
De vraag is natuurlijk: hoeveel openhartigheid of zwijgzaamheid kan men zich veroorloven.
Enfin, zinloos getob.

woensdag 7 april 2010

Death Bloom (5)

Death Bloom (4)

Death Bloom (3)

Death Bloom (2)

Death Bloom (1)

Van 1913 tot 1971 werden op het terrein van het Oregon State Hospital 5121 geesteszieke patiënten gecremeerd. De as werd bewaard in koperen blikjes en opgeslagen in de kelder van de inrichting. In 1970 werden al die koperen blikjes verplaatst naar een ondergrondse kluis die af en toe - bij hevige regenval - onder water kwam te staan. In 2000 werden de blikjes opnieuw verhuisd, nu naar een droge opslagruimte. Daar stonden ze, op houten planken, vergeten. Tot David Maisel van hun bestaan hoorde en ze fotografeerde. Koper en as prachtig uitgeslagen in uitbundige kleuren: doodsgloed, gekkenbloei.

In en om het huis (5): Daltons

maandag 5 april 2010

Openhartigheid

Ik zou openhartiger willen zijn, ook tegen vreemden. Bij een vriendin ontmoette ik een Twentse vrouw. Ik had haar nooit eerder ontmoet en wist binnen tien minuten meer van haar dan van sommige mensen met wie ik al mijn hele leven optrek.
Dat was enerverend, bevrijdend bijna.
Openhartigheid is een kunst. Het is een verfijnde, persoonlijke, "gevaarlijke" vorm van gastvrijheid. Als je die kunst niet verstaat wordt het gauw genant. Je moet maat houden, een bedreven evenwichtskunstenaar zijn op de richel tussen binnen en buiten. Zij was er een meester in.

vrijdag 2 april 2010