zaterdag 23 maart 2019

President Trump spreekt zijn kiezers toe


Daar priemde z'n wijsvingertje alweer in mijn richting

"Opa!"
Boven ons woont een jongetje van drie jaar oud.
Hij is nog maar pas geboren.
De wereld is nog heel klein voor hem en heel groot.
Als hij mij ziet op onze binnenplaats wijst hij naar mij en roept:

"Opa!"
Ik begrijp dit.
Vandaag zag hij me in Albert Heijn. Ik probeerde me uit de voeten te maken, maar daar priemde zijn wijsvingertje alweer in mijn richting:
"Opa! Opa!"

vrijdag 22 maart 2019

Over de meute

Anselm Kiefer / "Voor Velimir Chlebnikov"¹ (detail)
"Denker! Zeg iets vrolijks! De meute wil wat vrolijks!"













Velimir Chlebnikov

¹ Dit zeer grote schilderij van meerdere bij meerdere meters is gemaakt van verf, gips, slagschepen, modder en klei. Het is gewijd aan Velimir Chlebnikovs theorie dat grote cataclysmische zeeslagen de loop van de geschiedenis eens in de 317 jaar veranderen. Chlebnikov beschreef deze theorie in zijn taal van de toekomst, het Zaoums (deels een getallentaal die "de getalgeur der dingen" beschrijft).
Het schilderij is geschilderd in het jaar 2006 door de Duitse schilder Anselm Kiefer. Hij maakte maar liefst dertig van deze zeer grote schilderijen van meerdere bij meerdere meters "voor Velimir Chlebnikov".

Ook hij heeft de sprong met de polsstok gewaagd

De uil van Minerva op een munstuk
In de Europese geschiedenis wemelt het van de rechtse politici die met een lange polsstok de sprong over het christelijke "drasland" wagen naar de "rotsgrond" van de Grieks-Romeinse oudheid. Op zich is politieke achting voor de antieke wereld niet rechts of populistisch. Tenslotte is de democratie ontstaan op de pleinen en in de polytheïstische tempels van het oude Athene en Rome, en niet in de kerken, de synagogen en de moskeeën van het monotheïsme, waar het democratische ei vermoedelijk nooit zou zijn uitgebroed (hierover later meer in m'n beoogde wijsgerige hoofdwerk Het Niets, het Ene, het Vele en Alles).

Zo ook Thierry Baudet. Zijn idioom, het logo en de naam van zijn partij – alles laat zien dat ook hij de sprong met de polsstok heeft gewaagd.
Ja, en daar hangt hij nu, hoog boven het drasland. Zal hij erin plonzen? De Russische schrijver Michael Saltikov zei dat een goed politicus iemand is die veel mensen de hand schudt, vriendelijke omgangsvormen cultiveert en geen enkele wet uitvaardigt. In zijn satire De geschiedenis van een stad komt slechts één zo'n goede politicus voor: "Het enige wat hij deed was vrouwen versieren en ermee vrijen. De verlichting en de daarmee gepaard gaande executies zette hij tijdelijk stop."

donderdag 21 maart 2019

Probeer niet van je stoel te vallen van het lachen

De uil van Minerva op een muntstuk
De verkiezingen van gisteren zijn gewonnen door Forum voor Democratie. Tegen middernacht hield de leider van de partij, Thierry Baudet, een overwinningstoespraak. Zoveel kolder voor democratie heb ik nog nooit gehoord (terwijl ik als kolderkundige toch het nodige heb meegemaakt).
Hierbij de door mij samengevatte toespraak in letterlijke citaten. Het is een historische toespraak, dus probeer het serieus te lezen en niet van je stoel te vallen van het lachen:
"De uil van Minerva spreidt z'n vleugels bij het vallen van de avond. Hier staan we dan, te midden van wat ooit de mooiste en grootste beschaving was die de wereld heeft gehad. Een beschaving die alle uithoeken van de wereld bestreek, die vol zelfvertrouwen was en die de mooiste architectuur, de mooiste muziek en de mooiste schilderkunst heeft voortgebracht die ooit onder de sterrenhemel heeft bestaan. Maar net als al die andere landen van de boreale wereld worden we kapot gemaakt door de mensen die ons juist zouden moeten beschermen: onze universiteiten, onze journalisten, onze kunstenaars, onze architecten en bovenal onze bestuurdersmensen die nog nooit een boek hebben gelezen. Wat is hier aan de hand? Men gelooft niet meer in Nederland, niet meer in de Westerse beschaving. En in dat ongeloof, in dat immense vacuüm, is ongemerkt een grandioze ketterij binnen gedrongen, een nieuwe immanente religie, een politieke theologie. Onze bestuurdersze geloven niks meer, maar vereren tegelijkertijd een afgod genaamd duurzaamheid. Honderden miljarden willen zij offeren op het altaar van deze afgod. In de vorm van windmolens, warmtepompen, zonnepanelen en andere projecten die ons niks brengen en alleen maar geld kosten en ons dus heel erg straffen. Ja, het is een masochistische ketterij, dit geseculariseerde zondvloedgeloof dat zich in onze tijd heeft meester gemaakt van de harten en geesten van onze bestuurders. Een manie, vergelijkbaar met de doodscultus die ooit Paaseiland teisterde. En deze duurzaamheidsafgoderij stort niet alleen onze economie in de totale ondergang, hij is ook bedoeld om onze geest, ons zelfbewustzijn nog verder te krenken. Inderdaad, deze klimaathekserij voedt zich met schuldgevoel. Wij moeten boeten. Het is een schuldcomplex dat blijkbaar een uitweg nodig heeft. Maar, beste vrienden, dit is vandaag allemaal afgelopen! Want op deze dag, nu we in deze crisis verkeren, in deze schemer, in deze zonsondergangop deze dag is de uil van Minerva dan toch opgestegen. De kiezers van Nederland hebben net als de uil van Minerva hun vleugels uitgespreid. De uil der wijzen is gaan vliegen en heeft de hele aardkring in beweging gebracht, want deze vleugels zijn niet alleen vleugels om mee te vliegen, het zijn ook wieken om veranderingswind in gang te zetten. Beste vrienden, wij zijn het product van driehonderdduizend jaar evolutie. Wij hebben meerdere ijstijden overleefd, wij hebben mammoeten gevloerd, en nu zijn wij weer naar het front geroepen, om te vechten, te strijden."

woensdag 20 maart 2019

De vlag van de koning mag niet halfstok hangen

De koninklijke standaard wappert
Gisteren hingen alle vlaggen halfstok in verband met het bloedbad in de Utrechtse tram, behalve de koninklijke standaard oftewel de vlag van de koning.
Ja, de koning heeft een eigen vlag, die wappert op zijn koninklijke verblijven als hij in het land is; en die hing niet halfstok, want dat kan niet of mag niet. Waarom kan of mag de vlag van de koning niet halfstok hangen? Ik kon geen antwoord vinden op de vraag, behalve op Wikipedia. Daar staat: "De vlag van de koning mag niet halfstok hangen omdat de vlag van de koning niet halfstok mag hangen."

Ik wil ook een eigen vlag hebben die wappert op mijn huis als ik in het land ben.
Vroeger had ik helemaal geen oog voor vlaggen, maar nu vind ik vlaggen mooi en interessant, vooral als er een volkslied bij gespeeld worden. Het Engelse volkslied God Save The Queen bijvoorbeeld is erg mooi. Het werd geschreven door de Duitse componist Georg Friedrich Händel en is gebaseerd op het lied Grand Dieu Sauve Le Roi, dat de Franse hofcomponist Jean-Baptiste Lully in 1686 schreef voor de anus van Lodewijk de Veertiende.
De Zonnekoning had een ernstige aandoening aan zijn anus, waaraan hij meerdere keren geopereerd moest worden; om het leed te verzachten speelde een strijkje
tijdens de operatieshet liedje van Lully, dat nu dus het Engelse volkslied is.

maandag 18 maart 2019

Grootse dingen lagen voor mij in het verschiet

Modest Moussorgski (1839-1881) door Ilja Repin
Hiernaast zie je een portret van Modest Moussorgski, de beroemde componist van de pianosuite Schilderijen van een tentoonstelling.
Het portret is geschilderd door Ilja Repin en je kunt goed zien dat de componist niet vies was van een slokje.
Toen ik vijftien jaar was luisterde ik vaak naar Schilderijen van een tentoonstelling.
Ik zette de plaat op als ik naar bed ging en viel in slaap terwijl de muziek nog bezig was, meestal tijdens De grote poort van Kiev.
O, wat was dat mooi.
Grootse dingen lagen voor mij in het verschiet.
's Morgens werd ik wakker met het getik van de naald in de uitloop van de groef. De arm van mijn platenspeler ging namelijk niet automatisch omhoog en terug naar de beginstand om uit te rusten.
Zo'n geavanceerde platenspeler kon ik pas kopen nadat ik een hele zomervakantie in een doodskistenfabriek had gewerkt (mijn taak was om binnenvoeringen in de kisten te nieten met een nietmachine).
Ik wist toen niet dat Moussorgski op z'n tweeënveertigste was gestorven aan de drank (dit is niet ongewoon in Rusland). Ook wist ik niet dat hij deel uitmaakte van een groep van vijf Russische componisten die Het Machtige Hoopje werd genoemd.

Deze Gogoliaanse naam werd in 1867 aan de vijf componisten gegeven door de journalist Wladimir Stasov. Na een concert van de groep schreef hij: "God geve dat onze gasten dit concert nooit vergeten. God geve dat zij voor altijd in hun herinnering bewaren over hoeveel poëzie, gevoel, talent en vakmanschap dit kleine doch machtige hoopje der Russische componisten beschikt."
Geen van de vijf componisten had een muzikale achtergrond.
Eén was wiskundige.
E
én was chemicus.
Drie waren militair.

zondag 17 maart 2019

Venkel is de nozem onder de groenten

Hoe was het?

Het open plein (het grootstedelijke plein)
Bij ons op de eilanden ontstaan twee nieuwe pleinen.
Het ene plein is op het eiland Sporenburg.
Het is grootstedelijk en open.
Het andere plein is op het Cruquiuseiland.
Het is dorps en besloten.

Ik weet niet hoe de pleinen gaan heten.

Ik ben op beide pleinen even gaan zitten op een muurtje.
"Hoe was het om er te zitten?"
"Wel, het was goed. Zowel de openheid van het ene als de beslotenheid van het andere is geslaagd."

zaterdag 16 maart 2019

Toen ik nog rookte wist ik niet dat ik een monnikskapspier had

Sigarettenrook zonder sigaret
Op 23 mei 2016 stopte ik eindelijk met roken. In plaats van sigaretten kocht ik kauwgum. Ik stopte het ene kauwgumpje na het andere in m'n mond om niet aan sigaretten te denken.
Ik kreeg allerlei lichamelijke ongemakken.
Mijn buik werd steeds dikker.
Mijn conditie ging achteruit.
Mijn darmen werkten niet meer naar behoren.
Mijn binnenste knieband begaf het.
Mijn monnikskapspier verkrampte.
Toen ik nog rookte wist ik niet dat ik een monnikskapspier had.

Ik ging naar de kneedster (de fysiotherapeute). Zij verwees me naar de sportschool.
Ik heb nooit zo veel gerend, geroeid en gefietst als in de dagen dat ik gestopt was met roken. Ik kwam binnen in de sportschool en begon te rennen, te roeien en te fietsen, nergens heen.
Als je met eigen ogen wil zien wat vooruitgang te betekenen heeft, dan moet je naar de sportschool gaan, waar ze met een enorme krachts-inspanning geen meter vooruit komen en toch allemaal met de borst vooruit lopen.
Vorig jaar september begon ik weer met roken. En nu ga ik weer stoppen.

donderdag 14 maart 2019

Hij heeft meer tijd dan gewone stervelingen

Pizzabodem, zwevend
Ik ga me opgeven voor de opleiding tot pizzaiolo.
Een pizzaiolo is een pizzamaker. De opleiding leert je alle kneepjes van het pizzamaken. Bijvoorbeeld hoe je het deeg op het puntje van je vinger moet laten ronddraaien, hoe je het in de lucht moet gooien en weer op het puntje van je vinger opvangen.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw was er in de Leidsestraat een pizzeria waar een pizzaiolo in de etalage stond die al die bijzondere pizzakunsten uitvoerde.
Vaak maakte ik
een omweg om hem te zien.
Het was wonderbaarlijk hoe een deegbol onder zijn handen binnen een paar minuten veranderde in een boven zijn hoofd zwevende ufo. En met een gemak! Hij zag zelfs kans om naar me te zwaaien en een trekje te nemen van zijn sigaret terwijl de pizza boven hem in de lucht hing.
Waaraan herken je de maestro?
Hij heeft meer tijd dan gewone stervelingen.

woensdag 13 maart 2019

Maar ze was er niet

Tempus fugit (AI)
Gisteren speelde M. (17) nog een
smurf in het afscheidstoneelstuk van de lagere school en vandaag doet ze eindexamen op de middelbare school.
Gelukkig neemt ze na het eindexamen een jaar vrij van de snel gaande tijd.
Ik wilde haar fotograferen, studerend op haar kamer, maar ze was er niet.


Z.'s doeken wapperen aan de waslijn in de wind van 12 maart 2019


maandag 11 maart 2019

Een kwart eeuw later

Vallende kokosnoot
Op 2 oktober 1995 kocht ik het boek Een geschiedenis van god.

Ik weet de dag nog zo precies omdat ik er toen met een stempel een datum in heb gezet.
Bijna een kwart eeuw bleef het boek ongelezen door mij.
Een paar dagen geleden pakte ik het van de plank om het stof eraf te blazen en het viel uit m'n handen op de grond.
Ik begon te lezen waar het was opengevallen.
Wat een goed boek is het! 
Karen Armstrong schrijft over een onderwerp dat m'n belangstelling heeft, namelijk de monopolisering van het transcendente door het klierige concept van de ene en enige god ("Er is maar één god").¹
Zo zie je maar weer dat sommige boeken eerst als kokosnoten op de grond moeten vallen, en openbarsten, voordat je eraan kunt beginnen.

¹ "Klierig" is mijn woord, niet het hare. 't Is een goed woord vind ik, heel bruikbaar.

zondag 10 maart 2019

Soms wist Henri Michaux niet hoe hij iets onder woorden moest brengen

Robert Crumb (zelfportret)
1.
One more look at the
past and we're out.
Deze zin zei gisteren iemand die bij ons te gast was. Wat een mooie zin. Hij komt uit een lied.

2.
Soms wist de schrijver Henri Michaux (1899-1984) niet hoe hij iets onder woorden moest brengen. Dan schakelde hij in één vloeiende beweging en met dezelfde pen direct
over van schrijven op tekenen (bijvoorbeeld in het boek Miserabe Miracle uit 1972). 

3.
Salomo Friedländer is een vergeten filosoof. Hij leefde van 1871 tot 1946. Zijn bekendste vergeten boek gaat over onverschilligheid.
 

4.
De tekenaar Robert Crumb is gestopt met het tekenen van vrouwen. "I'm no longer a slave to a raging libido," zegt hij in The Guardian.
Wat jammer.
 

5.
Soms wordt er iets gezegd dat waar is.
 

6. 
Ik heb een neusje voor klieren.*

* Uit de nieuwe serie Klieren

vrijdag 8 maart 2019

Ze aarzelde geen moment

Het omslag van Veel mensen vielen in zee
M. (17) had in een week tijd de volgende vijf boeken gelezen:

Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch;
Ik heb altijd gelijk van W.F. Hermans;
De avonden van Gerard Reve;
Terug naar Oegstgeest van Jan Wolkers;
Veel mensen vielen in zee van Peter Bekkers (dat ben ik).
Ik vroeg haar welk boek ze het beste vond. Ze aarzelde geen moment:
"Jouw boek," zei ze.

donderdag 7 maart 2019

In 1970 vocht ik met de zoon van de boekhouder

De engel met het gouden haar, 13de eeuw
1970
Van binnen voelt het leven uitgestrekt en langdurig als een wereld-rijk.
En zoals wereldrijken, zo kennen ook levens hun hoogtijdagen. Dagen van maximale spanning, schoonheid, vitaliteit, vrolijkheid, diepzinnig-heid, verspilling, zorgeloosheid, kracht, uitzicht. Alles daarvoor is prelude, voorbereiding, oprit. Alles daarna is epiloog, ontspanning, afrit. En tussen oprit en afrit: de brug, gespannen over de afgrond, trillend, bevend, zingend, oersterk, alles op het spel zettend.
Jongens worden almachtig geboren, in het centrum van de aandacht, in het hart van de wereld, overtuigd van hun lichamelijke en geestelijke onverslaanbaarheid. Langzaam maar zeker wordt hun die illusie ontnomen, bijvoorbeeld door verloren vechtpartijen op straat.

In de lente van 1970 vocht ik met de zoon van de boekhouder die tegenover me in de straat woonde. Ik had zijn kracht onderschat. Hij was oersterk en hield me met z'n benen in een houdgreep. Ik moest smeken om losgelaten te worden.
"Geef toe dat ik sterker ben dan jij," zei hij.
Ik zweeg. Dat nooit.
De houdgreep werd knellender. Ik stikte nu bijna.
"Geef het toe."
Het ging bergafwaarts met m'n almacht, maar op rolschaatsen was ik voorlopig nog de snelste. De rolschaatsen met de ijzerbeslagen wieltjes, die elke ondergrond haarfijn registreerden en doortrilden naar m'n lichaam. Het heerlijke stille zweven op het gladde asfalt, het ritmische getikketik op de trottoirs waardoor m'n hele wezen iets regelmatigs kreeg. Het bochtenwerk had ik afgekeken van Ard Schenk: de linkerarm op de rug, de rechterarm vrij zwaaiend. Ard Schenk was het mooist bewegende wezen dat ik ooit gezien had. Hoe hij bewoog deed me denken aan een dier. Een groot, sterk, verdrietig, soepel, gevangen dier.

1973 - Hoe kon je weten of je echt verliefd was? Nou, bijvoorbeeld door haar naam op te schrijven. Als er een golf van warmte door je heen ging terwijl je haar naam schreef; als het schrijven van de letters van haar naam voelde als het losmaken van de knoopjes van haar blouse, dan was je echt verliefd. Op een dag vroeg I.'s beste vriendin:
"Hebben jullie wat met elkaar?"
Alleen al door dat jullie voelde ik me met I. verbonden op een manier die me zowat deed wankelen van opwinding. Jullie! In de taal waren we al samen.
Jawel, ik was wat ze noemden een dromer, een fantast. In die tijd, lang voor de komst van het internet, moest je wel een dromer en een fantast zijn om niet door de realiteit verpletterd te worden. Dus voelde ik me al rijk als iemand maar dácht dat ik rijk was, begeerd als iemand maar dácht dat ik begeerd werd. Dan hoefde het in het echt al niet meer zo. In feite was ik geschapen voor de virtuele wereld, de tweede, parallelle wereld die decennia later zou losbarsten. Ik was geschapen voor het fictieve leven, voor de fictie.
I. woonde drie huizen verderop. Meestal ging ik naar haar toe, maar soms kwam ze naar mij. Niemand was ooit op die onhoudbare, onstuitbare manier van de liefde naar me toegekomen. De eerste keer dat dit gebeurde stond m'n hart stil: "Ze komt voor mij."
O, de warmte en de geur van haar lichaam, haar borsten die ik mocht aanraken wanneer ik er maar zin in had, haar zachte buik met het verzonken knoopje van haar navel (umbilicus mundi).
Eén van de wonderen van de liefde is dat je heel dichtbij iemand mag komen. Het aanraakterritorium, het vrij aanraakbaar huidoppervlak wordt in één klap zowat verdubbeld. De liefde is een uitbreiding van het je bij geboorte toegemeten quantum vlees en bloed: je krijgt er een lichaam bij.

Parfum, oogschaduw, eyeliner, mascara, rouge, deodorant, gezichtsmasker, shampoo, conditioner, scheerschuim, lipliner, lippenstift, nagellak, nagelakremover, dagcrème, nachtcrème, borstels, kwastjes, kammen, watten, staafjes, stokjes, schijfjes, spateltjes, pincetten, schaartjes, scheermesjes, nagelvijl, wimperkruller, krultang, föhn, scheerapparaat.

I. had meer opmaakspullen dan m'n moeder en al m'n zussen bij elkaar. Elke ochtend stond ze een uur voor de spiegel; op zaterdagochtenden wel twee uur. Als laatste maakte ze altijd haar grote donkere ogen op met zwarte en gouden oogschaduw. Haar ogen werden daardoor nog mooier, groter en donkerder dan ze al waren, ongeveer zoals de ogen van De engel met het gouden haar, een Russisch icoon dat bij haar thuis aan de muur hing.
Gods hand had dat icoon geschilderd, beweerde haar moeder.
Zo ongeveer dacht ik ook over I., al was ik niet gelovig. Gods hand had haar geschilderd.

(Uit: Peter Bekkers, Eeuwige bouillon, Uitgeverij Opera Non Scripta, d.d. in de zomer van de koekoek)

woensdag 6 maart 2019

Nu klink ik net als professor Nietzsche

Messina (19-de eeuw)
Ik heb een paar dagen geleden iets gevonden waar ik al lang naar op zoek was
iets bevrijdends. 
Ik kan er niet over uitweiden.
Het is geheim.

De mensen op straat en in de winkels voelden mijn bevrijding.
Het leek wel of iedereen met me wilde met praten. Drie vrouwen flirtten openlijk met mij.

Hé, nu klink ik net als professor Nietzsche. 
In de zomer van 1882 was hij de enige passagier op een vrachtzeilschip op weg naar Sicilië. Bij aankomst in Messina
een havenstad in het noordoosten van Siciliëverbaasde hij zich over "de vriendelijkheid en de tegemoetkomendheid van de mensen". 
In een brief aan een vriend vroeg hij zich af "of er soms iemand achter me meereist die de mensen voor me inneemt." 
En in 1888, niet lang voor z'n geestelijke instorting, schreef hij aan dezelfde vriend vanuit z'n hotel in het Zwitserse Engadin: "Iedereen wil graag aan me voorgesteld worden en met me praten. Sommige knappe meisjes maken me openlijk het hof!"

De lever zit heel ergens anders

De lever
Ik had pijn in m'n zij, iets boven de heup. Ik was er nogal op gefixeerd, op die pijn, omdat ik dacht dat het m'n lever was die protesteerde, namelijk tegen de alcohol die hij dagelijks moet afbreken.
Ik stopte met drinken.
Maar vandaag bedacht ik dat ik helemaal niet weet waar de lever precies zit. En wat blijkt? De lever zit heel ergens anders dan waar ik de pijn voelde. Niet onder in m'n zij, vlak boven de heup, maar veel hoger, in de borstkas, vlak onder m'n hart. Meteen verhuisde de pijn daarnaartoe.

Dat laatste, zeiden we

De kat op de leuning in niet-aanwezige vorm
1.
De poes zat altijd op de armleuning van de bank.
Gisteren is ze gecremeerd.
Maar ze zit nog steeds op de armleuning van de bank, zij het in niet-aanwezige vorm. 
 

2.
Aan ons werd gevraagd of we de poes wilden laten vernietigen of cremeren.
"Cremeren," zeiden we.
Toen werd aan ons gevraagd of we de poes in haar eentje wilden laten cremeren met een ceremonie, of samen met andere overleden poezen zonder een ceremonie.
"Dat laatste," zeiden we.
Een gezamenlijke crematie zonder ceremonie lijkt me ook wel wat voor mezelf.

zaterdag 2 maart 2019

De naaktslakkenjacht was te pijnlijk voor haar geworden

Gisteren is onze poes Vlinder overleden. Ze was tien-en-een-half jaar. Ze had een tumor in haar buik, daar kon ze niet meer van genezen. Het ging almaar slechter met haar, ze had pijn als we haar geen pijnstillers gaven en ze liep steeds moeilijker. Op topsnelheid door de gang rennen was er niet meer bij en de naaktslakkenjacht op het terras, waarvoor toch werkelijk geen grote snelheid en wendbaarheid vereist zijn, was te pijnlijk voor haar geworden.

Toen hebben we besloten haar te laten inslapen. De dierenarts heeft thuis de overdosis slaapmiddel in haar gespoten. Het was erg verdrietig. En zo is een vlindertje heengegaan.
Ze heeft een goed leven gehad. Ze werd geaaid door iedereen, ze kreeg allerlei heerlijke hapjes zoals verse kabeljauw en speciale ingeblikte poezenlekkernijen en ze vond alles wat we haar vertelden interessant zolang ze erbij geaaid werd, al waren er ook zaken waar ze geen enkele belangstelling voor had, zoals de Dolce far Niente Academie. Op het belangrijke gebied van niksdoen kon je haar weinig leren. Vlinder was dol op bewegende touwtjes, vooral als die om een hoekje verdwenen.

donderdag 28 februari 2019

Ik maakte een contraptie

De contraptie
De envelop met pijnstillers voor de zieke poes was achter de kast gevallen.
Ik maakte een veiligheidsspeld vast aan een touwtje.
Ik ging daarmee vissen achter de kast.
Het lukte me, als door een wonder, om de envelop met de pijnstillers weer naar boven te halen.

Twee theelepels shichimi togarashi voor de droog gebakken zalm

Kurkuma (Indiase geelwortels)
Onze bestekla is een geordende la. Alles ligt er op z'n plaats, al oogt het voor een buitenstaander vermoedelijk chaotisch.
Maar chaotisch is niet hetzelfde als ongeordend. Mijn vingers weten blindelings de weg in de la. Ze pakken zonder ooit mis te grijpen: 
de citroenrasp,
de knoflookpers,
het aardappelschilmesje,
de flesopener,
de kurkentrekker.
Buitenstaanders in de keukenja, die moeten zoeken. Voor buitenstaanders zou het fijn zijn als alles op niet-chaotische wijze geordend was (orde is voor buitenstaanders, chaos is voor insiders).¹ Maar ga ik mijn bestekla soms voor buitenstaanders inrichten?
Het is beslist niet prettig dat de laatste tijd in het vakje met de theelepels telkens weer gebaksvorkjes opduiken. Ik heb vaak theelepels nodig. Niet om thee mee te roeren, maar om gerechten te bereiden. Een kwart theelepel cayennepeper, een halve theelepel kardemom, driekwart theelepel komijnzaad, een hele theelepel kurkuma, twee theelepels shichimi togarashi voor de droog gebakken zalm.

¹ En omdat zo langzaamaan iedereen een buitenstaander aan het worden is, is er sprake van een almaar toenemende orde. Over dit existentiële abstractum (het buitenstaanderschap als condition humaine) later meer! 

zondag 24 februari 2019

Een beknopte geschiedenis van de parkeermeter (2)

Een Park-O-Meter wordt geleegd in Oklahoma
De parkeermeterbetalen voor stilstandheeft een roerig verleden.
De uitvinder van de parkeermeter was Carl Magee (1872-1946).
Hij was
jurist, moordenaar en hoofdredacteur van verschillende dagbladen, waaronder de Oklahoma City News.
Ik schreef dit al
eerder.
Op een dag werd Carl Magee in de lobby van een hotel tegen de vlakte geslagen door een rechter. Magee had die rechter in zijn krant van corruptie beschuldigd. Magee trok zijn pistool en schoot, maar de kogel miste de rechter en doodde een omstander. 
Magee werd vrijgesproken.

Dit werpt de vraag op: wanneer je op iemand schiet en je doodt daarbij iemand die je niet wilde doden, reist dan de intentie (doden) niet met de kogel mee?
De parkeermeter werd mede uitgevonden door 's werelds grootste tegenstander van de zwaartekracht, Roger Babson. Hij was de schrijver van het pamflet Gravity, Our Enemy Number One.
Hierover later meer in deel 3 van de serie over de parkeermeter of Park-O-Meter.
Daarin ook aandacht voor de omgekeerde parkeermeter: de door mij uitgevonden Kill-A-Meter of Kill-O-Meter.

donderdag 21 februari 2019

En in het midden de magische rust van het mini-woud

Mini-woud (het hart van de stad)
1984
Het was nog vroeg in de ochtend en het begon alweer warm te worden. We waren tot laat uit geweest. De ramen en deuren stonden open, de lichtblauwe gordijnen deinden zachtjes in de bijna-windstilte, we hadden een kater. Van buiten kwam de zoete geur van de opwarmende stad.
Nineteen eighty-four van George Orwell lag op vele nachtkastjes, als een aankondiging van wat er op ons af kwam.
De aanwezigen, die ochtend, waren: M., ik, de geur van de zomer, het blauw van de lucht, de bomen in bloei, de vogels, de stemmen van de buren, het eeuwige geschrob van mevrouw T. (smetvrees)
en ver weg, zo ver weg dat we er helemaal niet aan dachten: de stad Z., waar we vandaan kwamen, waar onze ankers rustten, diep in de provincie.
Dit was m'n penthouse aan het Weteringcircuit, van waaruit drukke wegen liepen naar oost, west, zuid en noord.
Vanaf het circuit kwam het vrolijke geluid van de trambeltinggg! tingelinggg!en het denderen en krijsen van ijzeren wielen over ijzeren rails. Zes trams reden er over het circuit: de 25, de 24, de 16, de 10, de 7 en de 6, die ook wel de 101 werd genoemd (1 bestuurder, 0 passagiers, 1 conducteur). Als circuspaarden in de piste draaiden ze er hun dagelijkse rondjes.
In het midden van het circuit stonden hoge bomen in zachtgroen, haast lichtgevend gras. Een soort mini-woud waar behalve ik nooit iemand kwam. Het was er wonderlijk stil, zoals in een bos. Liggend in het gras, omspoeld door verkeersstromen, rookte ik er soms een sigaret. Alleen M. wist me daar te vinden.
Auto's, vrachtwagens, bussen, brommers en fietsers stortten zich van alle kanten in de draaikolk en wurmden zich er al toeterend, bellend, vloekend, duwend, trekkend en botsend weer uit, in noordelijke, zuidelijke, westelijke of oostelijke richting.
Dit drukke punt, deze draaikolk van voertuigenmet in het midden de magische rust van het mini-woudwas de langzaam ronddraaiende as van onze levens. Als we op het terras van m'n penthouse stonden, zagen we in de verte de Ring. Ook daar, rondom de stad, een onophoudelijk suizend stromen van voertuigen die zich 's ochtends de stad in drongen en er 's avonds weer uit stroomden in alle denkbare richtingen.
Voertuigen, mensen, woordendat alles werd rondgepompt door het Weteringcircuit. Een paar woorden werden niet rondgepompt, omdat ze er gebeiteld waren in steen of straalden in neon. Deze stilstaande woorden waren:

Een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht

En:

Heineken

Noordwaarts uitvoegend uit het circuit ging het richting het Centraal Station, waar ik de trein kon pakken naar m'n verleden, zo'n anderhalf uur reizen. In Z. hadden veel straten de naam van omliggende steden en dorpen: Weg naar L., D-weg, Weg naar V., W-weg, A-straat. Het was een stad waar de straatnamen je de weg naar elders wezen.
Oostwaarts ging het richting m'n toekomst, richting het Oostelijk Havengebied.
Ik woonde een jaar of vijf of tien of vijftien aan het Weteringcircuit. Ik weet niet meer precies hoe lang. Het kan ook honderd jaar geweest zijn, of duizend jaar.

Uit: Peter Bekkers, Eeuwige Bouillon (de roman), Uitgeverij Opera Non Scripta, d.d. als de klaver uit het veld is.

woensdag 20 februari 2019

Niet meer zulke diepe buigingen maken voor de woorden

Een door elkaar heen rennen van woorden, op zoek naar een uitgang die er niet is. Een te hoop lopen tegen een dichte poort, een elkaar vertrappen, verdrukken, verstikken. De paniek op de Titanic in 1912, in het Heizelstadion in 1985, in het Bataclantheater in 2015.

Tientallen woorden kwamen dagelijks om het leven, honderden raakten gewond. Mijn mondholte was een slagveld.
Waardoor werden de woorden tegengehouden? Door de lippen werden ze tegengehouden. De woorden probeerden door mijn lippen heen te breken, ertussendoor te glippen, door andere openingen naar buiten te komen, door mijn oren, door mijn ogen, door mijn neus, door mijn poriën, zelfs door mijn gat ja, sommige woorden wisten de paniek te ontvluchten door als scheet mijn lichaam te verlaten.
Allerwege barensweeën.
Als mijn lippen voor de p, de onmogelijke p van P. op elkaar gingen, dan kwamen ze niet meer van elkaar.
"De p is een plofklank. Bij de p verzamelt zich de lucht eerst voor de afgesloten lippen en komt dan met een plofje naar buiten."
Niet bij mij, P., kwam de p met een plofje naar buiten!
En ondertussen ging, hoog boven het drama uit, als boventiteling bij een toneelvoorstelling, mijn denken gewoon rustig door.
Degene met wie ik praatte wachtte tot er wat uit kwam. 
En wachtte. 
Sommigen probeerden te helpen door een soort verbale keizersnede toe te passen of door me op een bepaalde smekende manier aan te kijken, ongeveer zoals een vos die voor het hol van een konijn zit.

Maar mijn lippen wilden de p niet vrijgeven. 
Mijn lippen wilden de p niet laten ontsnappen.

Niet alleen de p, ook andere plofklanken leverden moeilijkheden op, en ook sommige wrijfklanken, neusklanken, affricaten en vloeiklanken (maar niet de glij- en keelklanken).
Het idee van een uitgang, van een smalle, kleine opening waardoor de woorden naar buiten moestendat idee moest ik opgeven. Geen binnen en buiten, geen poortmaar een geheel, een kosmisch ik, een eenheid van binnen en buiten, van woorden en dingen, van gedachten, gevoelens, waarnemingen en wereld. Tegelijk moest ik de woorden kleiner denken, kleiner maken, verpulveren. Niet meer zo hoog denken over de woorden, alsof ze wel majesteiten waren. Niet meer zo hoog opkijken tegen de woorden, niet meer zulke diepe buigingen maken voor de woorden. De woorden als gelijken behandelen, de woorden eronder krijgen.
"Al onze medewerkers zijn in gesprek, een ogenblik geduld alstublieft, u wordt zo spoedig mogelijk geholpen."
"Bedankt voor het wachten, waarmee kan ik u van dienst zijn?"
Ik had me de hele eindeloze wachttijd lang zo zenuwachtig gemaakt voor de p van P. dat ik ter plekke een andere naam verzon.
Mijn alter ego was geboren (uit nood).


Uit: Peter Bekkers, Eeuwige Bouillon (de roman), uitgeverij Opera Non Scripta, d.d. als de politie per varken komt.