maandag 14 september 2015

Bericht van een omgevallen boekenkast

"Klootzak!" riep iemand op straat tegen iemand anders. Het kwam er welgemeend uit. Wat is eigenlijk een klootzak?, vroeg ik me af. Klootzak is wat anders dan lul of zak. Klootzak trekt doorheen de generaties. De vader was ook een klootzak. De grootvader ook. En dan is er nog de overgrootklootzak, bij wie het allemaal begonnen is. Toen ik het hoorde schoot me opeens dit gedichtje van Cees Buddingh te binnen:

Zeer vrij naar de chinees
De zon gaat op. De zon gaat onder.
Langzaam telt de boer zijn kloten.

En daardoor moest ik denken aan een ander meesterwerkje van genoemde Buddingh:

Pluk de dag
Vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje Heinz sandwich-spread
natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich-spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste
en jawel hoor, het paste eveneens

En toen was ik wel erg ver van mijn oorspronkelijke onderwerp (klootzak) afgeraakt. En toen moest ik denken aan deze regels van Adriaan Morrien, uit Een toegevoegd zintuig:

Maar je bent wel ver van je geboorte afgeraakt

en nu werkelijk heel dicht bij de dood gedreven

En zo zie je maar, wat een lastpost de dichtkunst is. Regels die je honderd jaar geleden gelezen hebt spoken nog steeds door je hoofd, of je nou wilt of niet, en brengen je van je apropos. Maar om met Michel Eyquem de Montaigne te spreken: "Het is de onoplettende lezer die mijn onderwerp uit het oog verliest, niet ik. Er is altijd in één of ander hoekje wel een woord te vinden dat er, zij het beknopt, toch voldoende over zegt."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten