zaterdag 16 mei 2020

Het smalle steegje van het heden

Ruelle du Présent

Je hebt de uitgestrektheid van het verleden en de uitgestrektheid van de toekomst. Het gaat om maar liefst miljarden jaren!
En daartussenin het hele smalle steegje van het heden. 
Iedereen heeft zijn eigen definitie van het heden, maar meer dan zo'n honderd jaar duurt het voor niemand. Dat stelt niks voor, geef toe. We zijn zo klein behuisd in het heden dat we er helemaal prikkelbaar door worden (oorlog etc.). Oef, wat is het benauwd en bedompt. Wat een smal steegje. Je kunt er je benen niet eens strekken. Als er eentje niest, is meteen iedereen verkouden.
Ik stel voor om alle voorbije, huidige en komende tijd voortaan het heden te noemen. Laten we wat ruimer gaan wonen. Niet zo bescheiden.
Jawel – een breder opgezet nu. En ook het hier mag wel wat breder opgezet worden. Ook daarin zijn we goedbeschouwd te klein behuisd (vandaar al dat reizen – naar dáár). Hierover een andere keer.

donderdag 14 mei 2020

Waar gaan die twee mooie benen naartoe?

Een man wandelde 's avonds laat alleen naar huis.
Onderweg kwam hij een mooie vrouw tegen.
Hij nam beleefd zijn hoed af, zoals dat in vroeger tijden te doen gebruikelijk was.
"Goedenavond, waar gaan die twee mooie benen naartoe?" vroeg hij beleefd.
"Naar huis als er niks tussenkomt," antwoordde die vrouw.* 

* Dit was ook een favoriet mopje van m'n vader

De kleur van de kusten van de noordwestelijke Krim

Europese ekster
Dit is wat ik heb gekregen voor m'n verjaardag, moet je horen:
– Een kleine olijfboom om een olijfgaard mee te beginnen.
– Een zandkleurige kosmopolitische broek.
– Een cursus Italiaans voor beginners.
– Een waterpistool om de ekster weg te jagen bij de koolmezen.
– Zes mooie boeken, namelijk:
1) Verre jaren.
2) Onrustige jeugd.
3) Begin van een onbekend tijdperk.
4) Tijd van de grote verwachtingen.
5) Sprong naar het Zuiden en
6) Boek der omzwervingen.
Al deze boeken zijn geschreven door de Russische schrijver Konstantin Paustovski.
Hier is een stukje uit het voorwoord van Sprong naar het Zuiden:
"Ik zou dit boek willen beginnen met een woord van dank aan een van mijn lezers, de gepensioneerde kapitein-ter-zee Malov, die in Sebastopol woont. Kapitein Malov heeft in het vorige deel van deze autobiografie, Tijd van de grote verwachtingen, alles gecontroleerd wat ook maar enigszins met de zee te maken had en heeft mij daar wat korte aantekeningen over gestuurd. De uitgebreide en levendige kennis van de kapitein op maritiem gebied verleent deze aantekeningen het karakter van korte zeemansverhalen. Zijn brieven bevatten ook een soort korte onderzoekingen naar de kleur van de kusten van de noordwestelijke Krim, over de zogeheten Kovalevskitoren bij Odessa, die de stuurlui tot oriëntatiepunt diende en over heel veel andere bijzonderheden van het zeemansvak (...). Het valt op dat hij het zeemansvak heel hoog schat en niet kan uitstaan dat er lichtzinnig mee wordt omgesprongen. Ergens in een hoofdstuk van Tijd van de grote verwachtingen heb ik het woord 'loodswezen' tussen aanhalingstekens geplaatst. Dit heeft meteen, en terecht, protest opgewekt bij de oude zeerot, die opmerkt: 'Men moet het loodswezen niet omlaaghalen door het tussen aanhalingstekens te zetten.' (...)"

Heeft u verstand van parachutes?

Een parachutist viel met grote snelheid naar de aarde.
Zijn parachute wilde niet open gaan.  
Vanaf de grond kwam hem met grote snelheid – als een raket – een man op een fornuis tegemoet. 
"Goedemiddag," riep de parachutist naar de man op het fornuis, "heeft u toevallig verstand van parachutes?"
"Helaas," riep de man op het fornuis terug, "ik heb alleen verstand van fornuizen!"* 

* Dit was een favoriet mopje van m'n vader 

dinsdag 12 mei 2020

Ik kreeg een waterpistool cadeau

De ekster
M. vroeg wat voor een cadeau ik wilde hebben. 
"Graag een waterpistool," zei ik.

Het waterpistool dient om de ekster weg te jagen, die hier telkens op de rand van het dak verschijnt om te kijken of de jonge koolmeesjes al uit het vogelhuis zijn gekomen. Hij wil ze vangen en aan zijn eigen jongen voeren – en wat er overblijft wil hij zelf opeten.

maandag 11 mei 2020

Weet u hoe deze groente heet?

Ik was in Albert Heijn. Ik stond bij de zelfbedieningskassa's. Naast me stond een oudere vrouw.
"Weet u hoe deze groente heet?" vroeg ze aan me.
Ze liet me een bos groene stengels zien.
Ik herkende de stengels. Ik eet ze vaak, want ze zijn goed voor mijn urine-wegen. Maar ik kon niet op de naam komen. Er zijn sommige woorden die mijn geheugen niet wil binnen laten. Eerder schreef ik hier al over. Ik vermoedde het bestaan van een onafhankelijke mnemo-esthetica. 
"Verdorie mevrouw," zei ik, "nu vraagt u me precies naar een woord dat er bij mijn geheugen niet in komt."
Bij haar, zei ze, was het woord juist onlangs uit het geheugen weggevlogen. Ze leed, verklaarde ze een tikje verdrietig, aan beginnende dementie. Er waren wel meer woorden die ze niet meer wist.
Daar stonden we dan. Bij haar was het woord zojuist weggevlogen, bij mij kwam het er niet in.
"Ik ga wel even kijken in de winkel, bij de schappen," zei ik.
Even later kwam ik met het woord terug. 
Ze stond op me te wachten met de naamloze stengels in haar hand.
"Bleekselderij," zei ik.

zondag 10 mei 2020

Het individualisme is bedacht om nylonkousen te verkopen

Individualisme
Er was gedoe over de 4-mei lezing van Arnon Grunberg. Ik begreep het gedoe niet goed, want de begrippen vlogen door de lucht als veren in een kippenhok.
Ik heb de lezing er maar bij gepakt.
De passage waar het, denk ik, om gaat is die waarin de schrijver Primo Levi citeert: "Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens niet beoordeelt naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort."
Net als Primo Levi wil ook Arnon Grunberg graag dat de mens als een individu behandeld wordt. 

Maar dan moet de mens zich eerst als een individu gaan gedragen. En dat doet de mens niet. Primo Levi niet, Arnon Grunberg niet, niemand niet. Maar de mens wil het heel graag, dat is waar. Maar de mens doet het niet.¹
In afwachting van het moment waarop de mens zich als individu gaat gedragen, wil de mens wél dat de anderen alvast doen alsof hij een individu is. O, hij wil dolgraag alvast zo behandeld of beoordeeld worden.
Nergens is dit diepe en raadselachtige verlangen zo goed begrepen als in de reclamewereld. Om met de beroemde reclamejongen Don Draper te spreken: "What you call individualism was invented bij guys like me, to sell nylons."
Waarom wil iemand zo graag een individu zijn, uniek, de enige, the one and only, één in zijn soort? Dit is een interessante vraag waarop ik geen antwoord heb. Ik ben het nog aan het onderzoeken.² Wel weet ik dat het eerste individu nog geboren moet worden (het is de vraag of het een aangenaam mens zal zijn). In de tussentijd moeten we genoegen nemen met nylons. Je hebt ze tegenwoordig ook voor mannen, las ik.  

¹ Wel worden er soms pogingen tot individualisme gewaagd. Dit kippengefladder noemen we kunst.
² Meer hierover in m'n wijsgerige hoofdwerk Het Niets, het Ene, het Vele en Alles, te verschijnen bij uitgeverij Opera Non Scripta, d.d. quarante jours après jamais.

vrijdag 8 mei 2020

De normale crisis komt weer op gang

De normale crisis
Langzaam maar zeker worden overal de coronamaatregelen tegen de coronacrisis versoepeld en komt de normale crisis weer op gang.

Ik mocht het aan niemand vertellen

Gisteren werd bekend gemaakt dat J.'s gedichtenbundel Momentums laadklep genomineerd is voor een illustere prijs.
Gisteren barstten ook de lelies uit hun knoppen.
En gisteren hoorden we ook voor het eerst het dunne piepen van de pasgeboren koolmeesjes in het vogelhuis. 

"Pieppieppiep!"
En daar kwamen de ouders aanvliegen, snel als kogels, met hun snavels vol rupsen.
Nu willen
M. (19) en Z. (15) ook kinderen.
Eerlijk gezegd wist ik al eerder dat J. genomineerd was, maar ik mocht het aan niemand verder vertellen. Dit was moeilijk en ik moet bekennen dat het me niet gelukt is. Ik heb het voortijdig verteld aan mijn geliefde, mijn kinderen en mijn moeder, maar niet aan M., die met Maria Magdalena in de Stad der Dromen woont, en ook niet aan bijvoorbeeld P. Maar wel weer aan U., aan H. (die van oesters houdt) en aan C. – maar C. was het op slag weer vergeten omdat hij toeter was en alleen maar zichzelf hoorde praten. Hij vertelde onder meer dat hij pijn in z'n nek had omdat z'n nieuwe auto zo snel optrekt. 
"In zes seconden van stilstand naar 180 km/h."
Zelfs enkele minuten voordat het bericht gisteren op de website van Poetry International verscheen mocht ik het nog niet doorvertellen. Maar nu mag het dan, dus ik zeg het je: J.'s gedichtenbundel Momentums laadklep, uitgegeven door uitgeverij Tijloos, is genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. Weet je wie C. Buddingh' was? Nee? Dat moet je dit even lezen, dan weet je het.

woensdag 6 mei 2020

Grote goden, kan dat pikkie praten

C., die L. genoemd wordt, met haar spreeuw / door 
Edward Poynter (1836-1919)

1.
Hij heet 
Gaius Valerius Catullus.
Hij is een dichter en een bon vivant en hij is vreselijk verliefd op C.

Die C.
– ik zeg het maar gewoon – is een nymfomane. 

2.
Catullus noemt zijn gedichten "grapjes".
 

3. 
Catullus is geboren rond het jaar 669 Ab Urbe Condita en hij woont in Rome, waar Julius Caesar de baas is.
¹ Als je Catullus z'n grapjes leest is het net alsof je met hem in Rome bent en daar komt Julius Caesar de hoek om lopen.

4.
Ik mag zijn gedichtenbundel een maand lenen van U.
Ik zou het boek van P. krijgen.
Hij had het per drone naar me verzonden, maar de drone is de weg kwijt geraakt.
 

5.
Hier is een "grapje" van Catullus:
 

Furius, je villaatje ligt beschut
tegen de sirocco, de zuidwester,
de gure bora en de levantijn,
maar die hypotheek van 15.200 piek
zet je huis pas echt in de wind. 

6.
Nog eentje:
 

Ik lachte me slap toen een toehoorder
na Calvus' schitterend requisitoir
tegen de schurkenstreken van Vatinius
enthousiast zijn hand opstak en riep:
'Grote goden, kan dat pikkie praten!'   

7.
Nog een laatste:
 

Gellius is slank. Allicht. Met zo'n aardige,
kloeke moeder, zo'n charmante zus,
met zo'n aardige oom en al die meisjes om
zich heen moet hij wel mager blijven.
Hij doet alles wat niet mag. Geen wonder dus
dat hij er zo afgetrokken uitziet. 

8.
Vooruit, een allerlaatste dan:
 

Je bent een schat, vrouwtjelief,
mijn lieveling, mijn lekker stuk,
als ik in de siësta bij je mag komen.
Mag ik? Zorg er dan maar voor
dat je voordeur niet op slot is
en jij niet alweer op stap bent.
Nee, blijf thuis en bereid je voor
op negen nummertjes na mekaar.
Als dat mag, dan kom ik meteen,
want ik lig hier na een stevig maal
met in mijn hemd en sprei een paal.  

¹ Catullus noemt C. in zijn gedichten L..
² 669 Ab Urbe Condita, dat is 84 v. Christus (maar die jaartelling gebruikten de Romeinen natuurlijk niet!)

dinsdag 5 mei 2020

Een wereld die door weinig ogen wordt gezien

Hartje hoerenbuurt
Ik ging op bezoek bij S.
Ze woont op de wallen, ook wel de walletjes of de hoerenbuurt genoemd.
Er zijn daar duizenden toeristen.

Een hek zwaaide statig open nadat ik had aangebeld.
Ik fietste een mij onbekende wereld in, een wereld die door weinig ogen wordt gezien.
Toen het hek achter me sloot, leek het alsof ik gered was.

Het was daar rustig.
Ik hoorde vogels.
Ik hoorde bomen ruisen.
Er speelden jonge honden en jonge katten en het zou best kunnen dat er daar
– in hartje Amsterdam – ook weilanden zijn, en bossen, en boomgaarden zo ver het oog reikt.

zondag 3 mei 2020

Twee mensen die in het gras lagen



Vandaag ging ik tennissen met U. 
Tussen ons in was een stuk gesteente,
basalt of graniet, miljoenen jaren oud.
De tennisbal ging heen en weer over de steen
en stuiterde telkens op de steen.

Na afloop gingen we in het gras liggen. 
Boven ons de hoge populieren, zie filmpje. 
Onder ons het gras. 
Wij waren twee mensen die in het gras lagen.

zaterdag 2 mei 2020

Ik heb nog nooit zoveel onaffe dingen gezien

De pier van Bach
De eerste generatie die vanuit de baarmoeder direct een smartphone in de handjes gedrukt kreeg is nu een jaar of vijftien. 

Ik heb nog nooit zoveel onaffe dingen gezien: een tekening, een opleiding, een plan, een reis, een droom, een ambitie, huiswerk, een genieting, een ontwikkeling, een liedje, de afwas, een gesprek, een fantasie, een maaltijd, een geschrift, een gedachte, een liefde, een middagdutje, een vriendschap, een wedstrijd, een stemming, een ruzie, een herinnering, een levensfase.
Er zou een Museum van het Onaffe moeten komen.

De afbeelding toont de laatste noten van een onaffe fuga van Johann Sebastian Bach (net een pier die een eind in zee steekt).

vrijdag 1 mei 2020

Ik ben niet naïef

Klemens von Metternich (1773-1859)
China stuurt vliegtuigen vol goedkope mondkapjes naar ons.
Volgens het journaal van gisterenavond doet China dit niet om ons te helpen, maar om te verdoezelen of te doen vergeten dat het virus van de markt in Wuhan komt.
En ook om China's imago op te krikken.
En om China's invloed uit te breiden. 

Ik ben niet naïef op het gebied van de diplomatie en de internationale betrekkingen.
In mijn studietijd las ik de memoires van Talleyrand en von Metternich.

Nou, dan weet je wel ongeveer hoe het koekje kruimelt.

Maar het is hinderlijk dat het achtuurjournaal zo gemakkelijk de retoriek van Donald Trump overneemt.

Kun je een geheim bewaren?

P. werd gebeld door een fameus instituut.
Het instituut had een nieuwtje voor hem. Hij mocht het aan niemand vertellen want het was nog niet openbaar gemaakt.
Toen P. had opgehangen belde hij mij. Hij vroeg of ik een geheim kon bewaren. 
Natuurlijk.
Het was een allemachtig interessant nieuwtje.
Mijn oren werden helemaal groot door het luisteren.
T
oen P. had opgehangen ging ik het meteen aan niemand vertellen zoals beloofd.  

Courtesy PdW

donderdag 30 april 2020

Wanneer de greep van de beschaving zwakker wordt

Bokstraining op de boksclub (links ik)
1.
Ik zag duizenden jaren oude vazen met afbeeldingen van vuistvechters erop.

Wat een mooie vazen.

Toen de beschaving die die vazen maakte in verval raakte, stopte ook het vuistvechten.
 

2.
Wanneer de greep van een beschaving zwakker wordt,
nemen mensen meer afstand van elkaar (vuistvechten is een vorm van nabijheid).
Pas in de zestiende eeuw dook het vuistvechten weer op in Engeland.
Toen kreeg het de naam boksen.

woensdag 29 april 2020

Er zit een steekje aan hem los

Jezus
1.
Uit het huis van de linkerburen klonk luid de Matthäus Passion, het bekende oratorium over het lijden en sterven van Jezus.
Na een poosje klonk plotseling uit het huis van de rechterburen
 een lied ter ere van Mohammed, ook luid. 

2.
Ik probeerde iemand te ontlopen in de supermarkt. Het was niet gemakkelijk.
Telkens als ik op een kruispunt van paden kwam keek ik om het hoekje van de stelling of diegene er aankwam.
Als dat niet het geval was stak ik snel over.
 

3.
Waar het in Amerika aan ontbreekt is een oudheid. Die was er wel, maar die hebben ze, eh, te gronde gericht.
 

4.
Onlangs heeft iemand ontdekt dat J. een groot dichter is. J. heet G. van z'n achternaam.
De ontdekker stuurde zijn ontdekking aan zesduizend mensen.
Iemand die ook G. heet van achteren wilde weten of de dichter soms familie van haar was.
 

5.
Sinds we bij de ingang van de supermarkt in de rij moeten staan hebben we hier iemand die ons uitlacht.
Hij wijst naar ons en begint te lachen: "Hahahahaha!"
Er zit een steekje aan hem los.
"Of zit er een steekje aan ons los?," vroeg M.

6.
Laurent Binet, schrijver van het boek Beschavingen, over Michel Eyquem de Montaigne (1533-1592): "Het probleem met Montaigne is dat hij persoonlijke belangen altijd voor het algemeen welzijn liet gaan. Toen hij burgemeester van Bordeaux was en daar de pest uitbrak, was zijn eerste besluit om de stad uit te vluchten."  

7.
We plaatsen een begrip waar we niet verder kunnen zien. 

8.
Een overmaat aan alles.
Nergens evenwicht, of het moet het evenwicht van de tegengestelde overmaten zijn.
Nu eens hoogmoedig, dan weer deemoedig.
Nu eens een god, dan weer een worm, nu eens uitverkoren, dan weer verdoemd.
Maar die tegenstellingen maken elkaar niet ongedaan.
Ze heffen elkaar niet op.
Het is dubbel gewicht. Het is zwaar.
 

9.
De vader van de dictator Kim Jong-un stierf in 2011. Hij heette Kim Jong-il. Hij was ook een dictator. Men zegt dat de artsen hem niet durfden te vertellen dat hij dood was.

dinsdag 28 april 2020

I apologize humbly

"Lick" (1915-1990)
Er is er altijd eentje met wie het allemaal begonnen is en de geschiedenis weet hem altijd te vinden, hoe goed hij zich ook verstopt heeft.
Hier zijn drie korte stukken uit 1960, 1963 en 1968 van Joseph Carl Robnett Licklider die de wereld heeft veranderd:
1) Man-Computer Symbiosis, maart 1960. In: IRE Transactions on Human Factors in Electronics, Vol HFE-1, March, 1960, pp. 4-11;
2) Memo on the Intergalactic Computer Network, april 1963. Het betreft een memorandum voor medewerkers van het Advanced Research Project Agency (ARPA), waar "Lick" de baas was van de afdeling Behavioral Sciences Command & Control Research. Het memo begint als volgt: "First, I apologize humbly for having to postpone the meeting scheduled for 3 Mai 1963 in Palo Alto";
3) The Computer as a Communication Device, april 1968. In: Science and Technology: For the Technical Man in Management, No 76, April 1968: pp. 21-31 (co-auteur Robert W. Taylor (Xerox)).

maandag 27 april 2020

Luistert u nog wel?

Citroenvlinder
In de beklaagdenbank zat een rups. Hij was dik en slecht (twee dingen die lang niet altijd samengaan).
Drie rechters (rupsen) bogen zich over zijn misdaden en kwamen tot een vonnis dat op plechtige wijze werd voorgelezen. Dit duurde erg lang omdat rupsen, nou ja, niet bijzonder vlug van aard zijn en tussendoor heel veel eten.
Ondertussen gebeurde er iets opzienbarends: de beklaagde veranderde in een cocon zonder poten, ogen, mond, oren, vleugels, antennes of wat dan ook.
“Luistert u nog wel?” vroegen de rechters.
Terwijl ze het vonnis langzaam en met volle mond voorlazen, werd de cocon van binnenuit opengemaakt als een zichzelf openend cadeau. Eruit kroop een mooi citroengeel vlindertje. Het strekte zijn nog natte vleugeltjes, droogde ze aan de lucht en begon door de rechtszaal te fladderen.
De drie rechters volgden het vlindertje nauwgezet. Toen kwamen ze eindelijk bij de slotzin van hun vonnis, bij de straf.
Maar de pasherborene, de citroengele, fladderde op adembenemend lichtvleugelige wijze door het open raam naar buiten, waar de zon scheen, waar het heerlijk rook en waar een zacht en buitengewoon vriendelijk briesje waaide.
En de rechters waren nog niet van hun verbazing bekomen, of ook zij begonnen allemaal in cocons te veranderen. En alle slachtoffers en alle advocaten en de griffier (een belangrijk functionaris) ook.
En het duurde niet lang – nou ja, eigenlijk best lang – of allen fladderden door het open raam naar buiten, de heerlijke, geurige, warme zomer in.