vrijdag 28 februari 2014

Ik ben dood

Vanavond was er op tv een mooi interview te zien van Wim Brands, van het VPRO televisie-programma Boeken, met Hugo Brandt Corstius. Het moet een herhaling van een eerdere uitzending geweest zijn, want de geïnterviewde is een paar dagen geleden overleden, en hem een beetje kennende (uit zijn geschriften) heeft hij na zijn dood geen zin meer in interviews. Het premortale interview ging over mieren. Die schijnen na hun dood een stofje af te geven - uit een klier die wonderlijk genoeg pas na de dood tot leven komt - waarmee ze de andere mieren laten weten: ik ben dood. De andere mieren ruimen de dode mier dan op, dat wil zeggen, ze leggen hem een beetje terzijde, eigenlijk zoals wij dat ook doen met onze doden, met dit verschil dat wij onze doden begraven en de mieren niet. Ik heb altijd een zwak gehad voor Hugo Brandt Corstius. Niet zozeer vanwege zijn geschriften en ideeën, maar omdat hij - net als ik - stotterde. Heb ik dan sympathie voor iedereen die stottert of gestotterd heeft en het probeert te verbergen, vroeg ik mezelf af tijdens het kijken naar het interview. Het antwoord is ja. Het komt trouwens, aldus Hugo Brandt Corstius, in zeer zeldzame gevallen wel eens voor dat de mierenklier door een kleine fout het doodssignaal al tijdens het leven afgeeft: "Dan komen de begrafenismieren en die dragen 'm weg, terwijl die mier zich verzet, maar daar hebben ze niks mee te maken."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten